Een appelboom is altijd een goed idee. Naast dat appels heel smaakvol zijn als t...
Planttype: Fruit(boom)
Standplaats: zon
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer met Bio Fruitbomen Mest
Vochtigheid: normaal
Hoogte: 200 cm, 300 cm
Bloem: wit, roze
Bloemvorm: redelijk zelfbestuivend
Bloeitijd: laat
Rijptijd: eind september, midden oktober
Vrucht: saprijk, zoet, vast vruchtvlees, aangenaam aroma
Gebruik: handfruit/tafelfruit
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Het eerste jaar, tijdens of direct na het planten, wordt de koptak voor 1/3 teruggesnoeid en meestal ook de drie zijtakken (gesteltakken). Dit gebeurt omdat de boom nog moet groeien en zich moet vormen. Het volgende jaar worden de takken die gegroeid zijn op de insnoeiplaatsen weer voor 1/3 ingesnoeid. Dit blijf je herhalen totdat de boom de gewenste grootte heeft bereikt. Daarna snoei je de koptak en de gesteltakken niet meer en stopt de hoogte- en breedtegroei vanzelf. Door het insnoeien van de koptak en de gesteltakken komen er kleine takjes aan de ingesnoeide takken. Deze kleine takjes zijn belangrijk, dit worden namelijk de takjes waar vruchtknoppen en later de vruchten aan komen. Deze kleine takjes mag je nooit insnoeien! Hoe ouder deze takjes worden, hoe meer vruchtknoppen, hoe meer vruchten.
Bij oudere bomen kunnen op de gesteltakken weleens lange eenjarige loten ontstaan, dit zijn de zogenaamde waterloten. Als de boom van binnen te vol is moet je deze loten in z'n geheel verwijderen (nooit half doorknippen want dan ontstaan er weer zijtakken aan en krijg je een boom in een boom). Als er ruimte genoeg is mag je deze loten laten staan (niet inknippen) en het tweede jaar ook niets aan doen, zo ontstaat er een nieuwe vruchttak. Let op: het eerste jaar groeit een loot, het tweede jaar gaat hij vruchtknoppen zetten en het derde jaar kan hij vruchten geven. Je krijgt een boom nooit 'klein' door zwaar te snoeien, want: snoeien doet groeien.
Let bij het snoeien goed op wat bloem- en bladknoppen zijn, bloemknoppen 'staan' op de tak en bladknoppen 'liggen' op de tak. Bij twijfel wachten met snoeien tot het voorjaar. De eerste knoppen in de boom die groen worden zijn altijd bloemknoppen en bladknoppen worden pas zo'n veertien dagen later 'wakker'. Bij het 'wakker' worden van de bloemknoppen kun je nog rustig snoeien.
Lees hier meer over fruitbomen en struiken snoeien.
Solanum melongena, beter bekend als de aubergine of eierplant, is een vruchtgroe...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 75 cm, 100 cm, 125 cm
Snoeien: Knip alle groene delen in oktober/november terug om de plant in model te brengen (voor je ze naar binnen haalt).
Groeiwijze: opgaand
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Bloem: lila
Blad/loof: groen
Vrucht: paars, eetbaar
Gebruik: verse consumptie, stoven
Zaaitijd: januari, februari
Planttijd: april, mei
Oogsttijd: juli, augustus, september
Er bestaan veel auberginesoorten in verschillende vormen, kleuren en maten. Zo heb je naast de bekendere paarse ovale soorten ook goudgele ronde soorten (bijvoorbeeld Golden Eggs), witte ovale soorten (White Egg), geribbelde ovale soorten (Violetta di Firenze) en gestreepte soorten (zoals Tsakoniki). Early Black Egg en Morden Midget zijn vrij tolerant in onze wat koudere klimaten en vormen daarmee de ideale beginnersoorten.
Doordat aubergineplanten van origine uit veel warmere oorden komen is de plant een wat lastiger te kweken groente. Om het zaaigoed te laten ontkiemen start je eind februari al met het voorzaaien in zaaibedden. Dit doe je in een verwarmde omgeving die, zowel dag als nacht, een temperatuur heeft van 25 graden. Afhankelijk van de warmte zullen de zaden dan in ongeveer 2 tot 3 weken ontkiemen.
In de maanden april of mei verplant je de zaailingen naar aparte grotere potjes. Vanaf de maand juni mag je de aubergineplantjes dan uitplanten in de volle grond. Gebruik hiervoor een plantafstand van 50 cm.
Aubergineplanten stellen niet veel eisen aan de grond, zolang deze maar niet te zuur en goed waterdoorlatend is. Maak de grond wat luchtiger door de bovenlaag te vermengen met wat compost, dit is ook meteen voeding voor de plant. Gebruik als bodem altijd biologische potgrond, zo verzeker je jezelf van een lekkere oogst.
Zodra de prachtige paarse of witte bloemen tevoorschijn komen kun je de aubergineplant door de plant lichtjes te schudden, helpen met de zelfbestuiving. Afhankelijk van de vruchtgrootte van het ras is het vaak verstandig om de plant ook te ondersteunen met stokken.
Zodra de aubergines hun uiteindelijke kleur hebben gekregen en je met je vingers licht in de vrucht kunt duwen is het tijd om te oogsten. Snijd met een scherp en schoon mes door het steeltje en verwijder zo de vrucht van de plant. Door regelmatig te oogsten maakt de plant sneller nieuwe vruchten aan.
Aubergines mag je overigens net als aardappels nooit rauw opeten! Pas als de groente is verhit, is de schadelijke hoeveelheid van de stof solanine verdwenen.
Planttype: Fruit(boom)
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtig...: normaal, vochtig
Standplaats: halfzon/zonnig
Snoeien: Blauwe bessen moeten niet teveel gesnoeid worden, alleen dode of zieke takken verwijderen. Wordt de struik te groot, dan enige takken geheel verwijderen. Laag hangende takken die op de grond komen mogen afgeknipt worden.
Gebruik: handfruit/tafelfruit, jam, gelei, gebak
Hoogte: 200 cm, 250 cm
Bloem: wit, roze
Bloemvorm: zelfbestuivend
Bloeitijd: laat
Vrucht: blauw, saprijk, zacht vruchtvlees, aangenaam aroma, zachtzuur
Rijptijd: begin juli, midden augustus
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Ken jij de Alocasia al? Deze prachtige kamerplant met grote, groene bladeren is ...
De Alocasia behoort tot de Aronskelkfamilie en komt van oorsprong uit de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië. Vooral op Borneo komt hij veel voor en kan hij tot wel vier meter hoog worden. Er zijn 79 soorten van de Alocasia bekend. Rond de evenaar wordt de plant al duizenden jaren gekweekt als voedsel. Uit de oerversies zijn decoratieve planten veredeld die niet eetbaar zijn, maar ze zijn wel erg mooi. De Alocasia veroverde in de jaren vijftig dan ook de huiskamer en heeft een mooie vintage vibe.
De Alocasia is een musthave voor iedereen die zijn of haar interieur wil omtoveren tot een heuse urban jungle. Met maar liefst 79 verschillende soorten Alocasia’s is er altijd wel een soort die past bij jouw interieur. We hebben een aantal populaire soorten van de Olifantsoor voor je op een rijtje gezet:
De Alocasia Portadora is een echte eyecatcher in jouw huiskamer. Met zijn lange bladstelen en grote, groene, grove bladeren heeft deze plant een zeer trendy uitstraling. Kenmerkend aan deze plant zijn, naast de bladeren, de opvallende bruinrode stipjes die je op de stam kunt vinden.
Kenmerkend voor de Alocasia Calidora zijn de grote, glimmende bladeren en dikke bladstelen. Deze plant past ideaal binnen een modern interieur, maar is ook erg geschikt voor andere plekken, zoals het kantoor.
Deze Alocasia is met zijn donkergroene en glanzende bladeren met lichtgekleurde nerven net iets anders dan de andere Alocasia’s. De Alocasia Polly staat met name prachtig in strakke interieurs. Het decoratieve blad maakt van de plant bijna een kunstwerk.
De Alocasia Zebrina geeft misschien wel de meest jungleachtige sfeer aan jouw interieur. De bladstelen van deze Olifantsoor hebben een zebraprint: de stelen vallen erg op dankzij de witte en zwarte strepen. Ook kenmerkend aan deze Alocasia zijn de lange, pijlvormige bladeren.
De juiste standplaats voor een Alocasia is een plek met veel indirect licht, bijvoorbeeld bij een raam waar geen direct zonlicht op valt. Te veel zon kan de bladeren verbranden, terwijl te weinig licht de groei vertraagt. Zorg ook voor een warme en vochtige omgeving, want de Alocasia houdt van tropische omstandigheden. Vermijd tocht en koude plekken, daar kan de plant niet goed tegen.
Het voeden van Alocasia helpt de plant gezond en sterk te blijven. Tijdens het groeiseizoen, in de lente en zomer, geef je twee keer per maand plantenvoeding. Dit ondersteunt de bladgroei en gezondheid van de plant. In de winter, wanneer de Alocasia in rust is, is voeding geven niet nodig. Volg altijd de instructies op de verpakking van de voeding voor het beste resultaat.
Alocasia water geven vraagt wat aandacht, maar is goed te doen. Houd de grond licht vochtig, vooral in de lente en zomer wanneer de plant actief groeit. Laat de bovenste laag van de potgrond tussen gietbeurten licht opdrogen. In de winter mag de grond wat droger zijn, omdat de plant dan in rust is. Geef liever iets te weinig dan te veel water, want de Alocasia is gevoelig voor wortelrot.
In Kamerplanten Potgrond zit goede voeding en jouw Alocasia maakt hier maar al te graag gebruik van. De potgrond voedt de Alocasia voor enkele maanden lang. Ook andere voedingsstoffen in de potgrond worden door jouw Alocasia opgenomen. Na een tijd is de grond dan ook helemaal verbruikt en doe je er goed aan om je Alocasia te voorzien van verse potgrond. Verpot daarom je Alocasia elke twee jaar. Verwijder hierbij zoveel mogelijk van de oude potgrond. Wanneer de plant te groot wordt voor de bleompot mag je de Alocasia ook verpotten. Lees meer over kamerplanten verpotten.
Alocasia gele bladeren komen vaak voor als de plant niet helemaal blij is. Dit kan gebeuren door te veel water, te weinig licht of een snelle verandering in temperatuur. Voel aan de grond: is die steeds nat? Dan geef je waarschijnlijk te veel water. Zet de plant op een lichte plek zonder direct zonlicht en haal gele bladeren weg zodat de plant weer gezond kan groeien. Lees hier meer over gele bladeren bij kamerplanten.
De Anthurium komt uit het regenwoud en groeit daar in een vochtige omgeving op n...
De Anthurium is familie van de Aracea en is bekend vanwege zijn mooie bloemen. In Nederland staat de plant bekend als de Flamingoplant. Hij komt van oorsprong uit Zuid-Amerika, waar hij in het regenwoud groeit. Bijzonder aan de Anthurium is dat hij het hele jaar door bloeit en in veel verschillende kleuren voorkomt.
Leuk feitjes:
De twee meest bekende soorten zijn de flamingoplant (Anthurium scherzerianum) en de lakanthurium (Anthurium andreanum). Deze plant is uniek omdat het een van de weinige bloeiende kamerplanten is die het hele jaar door bloemen produceert.
De flamingoplant is de eerste ontdekte anthuriumsoort en tevens de meest bekende. De bloem bestaat uit een rond of eivormig schutblad met een dunne, gekrulde bloeikolf. De naam verraadt het al een beetje: de flamingoplant is verkrijgbaar in felroze. Daarnaast kun je hem ook vinden in andere levendige kleuren, zoals oranje en paars.
De lakanthurium lijkt sterk op de flamingoplant, maar heeft een plastic-achtige glans. Bovendien verschillen de twee soorten in hun bloeiwijze. De lakanthurium heeft geen dunne, gekrulde bloeikolf, maar juist een dikke, rechte bloeikolf. Ook kun je de lakanthurium herkennen aan het schutblad, dat de vorm van een hart heeft.
Deze soort van de Anthurium lijkt niet op de bovenstaande twee, aangezien de crystallinum geen bloemkelken heeft, maar wel grote, fluweelzachte bladeren. Voor de ultimate urban jungle vibes in huis.
De Anthurium bloeit het best op een lichte plek, op een warme standplaats zonder direct zonlicht. Als je de Anthurium op een te donkere plek zet, zal de plant minder bloemen geven. Als de bloemen en bladeren een bruine of gele gloed krijgen, is dat een teken dat de Anthurium op een plek staat met teveel zonlicht. Verplaats de plant dan naar een donkerdere standplaats. Zie je juist groene bloemen? Dit betekent dat de Anthurium te weinig zonlicht krijgt. Zorg in ieder geval voor een minimale temperatuur in je huiskamer van 15 tot 16 graden.
De Anthurium komt van origine uit een vochtige omgeving en heeft daarom veel water nodig. Zeker in de zomer is het belangrijk om de Anthurium twee keer per week water te geven. Spray ook een beetje water op de bladeren. In de winter is de Anthurium in ruststand en is het voldoende om de kamerplant één keer in de twee weken water te geven. Voel aan de bodem of deze nog vochtig genoeg is om te bepalen of je opnieuw water moet geven. Zorg er in ieder geval voor dat de Anthurium nooit in droge grond staat. In de winter is de luchtvochtigheid binnenshuis vaak laag door de verwarming, dus besproei de bladeren van de Anthurium in deze periode met een plantenspuit om stof te verwijderen en de plant gezond te houden. Oude bladeren en bloemen die verkleuren kun je gemakkelijk met de hand verwijderen.
De Anthurium heeft alleen voeding nodig in de zomer. Gebruik hiervoor Pokon Bio Groene Planten Voeding en geef de plant één keer per week voeding. In het najaar en de winter is de Anthurium in ruststand en hoef je deze niet extra te voeden. Vanaf november geef je 6 weken lang geen voeding om de knopvorming te stimuleren.
De Anthurium heeft veel water nodig, vooral in de zomer: geef twee keer per week water en spray de bladeren. In de winter is het voldoende om één keer in de twee weken water te geven. Voorkom dat de grond uitdroogt, want de Anthurium houdt niet van droge grond.
Gele bladeren bij de Anthurium ontstaan vaak door te veel direct zonlicht of onjuiste verzorging. Dit kan ook komen door een tekort aan voedingsstoffen. Om je Anthurium weer gezond en sterk te maken, kun je het beste zorgen voor een lichte plek zonder direct zonlicht en de juiste voeding geven.
Je kunt de Anthurium bij voorkeur eens in de twee jaar in de lente verpotten als je merkt dat de plant te groot wordt. Door je Anthurium in een nieuwe pot te zetten, geef je de wortels weer alle ruimte om te groeien. Zorg goed voor je Flamingoplant, door te kiezen voor de beste potgrond. Gebruik voor je Anthurium de Pokon Anthurium Grond. Deze speciale potgrond heeft een luchtige basis en houdt water goed vast.
Hippeastrum, Latijns voor Amaryllis, is een moderne bloeiende kamerplant die van...
Planttype: Bol-/knolgewas, Bloeiende kamerplant
Grondsoort: Kamerplanten Potgrond
Bemesten: doorgaans niet noodzakelijk
Bloem: rood, wit
Bloemvorm: enkelbloemig, klokvormig, groot
Hoogte: 40 cm, 50 cm
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: bladverliezend, groen, lancetvormig
Vochtigheid: matig water geven, voorkom dat de bol te nat wordt.
Standplaats: lichte standplaats. Zet de Amaryllis niet boven de verwarming.
Winterhardheid: slecht (-6,6 tot -1,2°C), USDA zone 9
De Amaryllis is een plant die niet te veel eisen stelt aan de grond. Voor het oppotten en verpotten van de Amaryllis kun je gewoon Pokon Kamerplanten Potgrond gebruiken. Verder heeft deze plant eigenlijk geen voeding nodig.
@pokon_nl ? Vergeet jij je planten water te geven? De Amaryllis heeft dat probleem opgelost: ✅ Geen potgrond nodig ✅ Nooit water geven ✅ En toch prachtige bloemen! Wie geef jij deze plant cadeau? ?? #Amaryllis #GroenInHuis ♬ origineel geluid - Pokon
De Amaryllis houdt niet van een plek boven de verwarming, daar wordt het snel te warm. Ook tocht en felle zon kun je het beste vermijden. Heb je een plekje met deels zon en schaduw? Dan maak je deze kamerplant blij!
De Amaryllis heeft tijdens zijn bloeitijd regelmatig water nodig. Zodra de stengels van de Amaryllis ongeveer 10 tot 15 centimeter zijn, is de plant groot genoeg om water te krijgen. Geef vanaf dat moment voldoende water, maar let wel op dat de bol niet nat komt te staan.
Amaryllis is een sterke bol en kan lange tijd zonder water. Vaak zit hij ook verpakt in bijvoorbeeld mos of wax. Alles wat de plant nodig heeft aan water, zit al in de bol zelf.
Heb je een amaryllis bol met een waxlaagje of ander jasje, dan heeft je amaryllis geen water nodig. Heb je amaryllis los in bijvoorbeeld een kerststuk staan? Besproei ze af en toe met water of leg ze af en toe een poosje in een bak water.
Amaryllis heeft niet veel verzorging nodig. Zo kan hij bijvoorbeeld prima zonder potgrond. Geef de bol regelmatig water en draai de pot regelmatig om ervoor te zorgen dat de bloemstengels recht groeien. Zorg voor een mooi licht plekje in huis.
De Aronskelk begint als Callaknol en groeit vervolgens uit tot een prachtige pla...
Planttype: Eenjarige, Perkplant, Bloeiende kamerplant
Grondsoort: luchtige grond met een goede buffering van water en voedingsstoffen, zoals Pokon Anthurium Grond.
Bemesten: 1 keer in de 2 weken
Bloem: zalm, geel, roze, wit, zwart
Bloeitijd: april, mei
Hoogte: 75 cm, 100 cm
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: bladverliezend, groen, witbont
Gebruik: solitair
Vochtigheid: normaal, vochtig, regelmatig water geven
Standplaats: halfzon
De aronskelk Calla komt uit de familie van de Araceae, net als de Anthurium en de Spathiphyllum. Opvallend is het trechtervormige schutblad (spatha) en de eigenlijke bloem, de aar. Van oorsprong is de Calla afkomstig uit zuidelijk Afrika en groeit daar vaak in moerassen en langs oevers. Ze bloeien over het algemeen 2 tot 12 weken. Buitenshuis overleeft de plant het erg goed, hij is alleen wel vorstgevoelig. Binnenshuis is het belangrijk dat de Aronskelk op de goede plek staat en de juiste hoeveelheid water krijgt. Een volgroeide Aronskelk kan buiten tot wel drie meter hoog worden! Geen zorgen, in jouw huiskamer zal deze plant een maximale hoogte van een meter kunnen bereiken.
De Aronskelk wordt blij van voldoende zonlicht, maar heeft af en toe wat schaduw nodig. Zet hem daarom niet direct in de zon, maar op een lichte plek vlakbij het raam.
De Aronskelk mag regelmatig een scheutje water krijgen. Voel of de grond nog vochtig is. Is dit niet meer het geval en is de grond juist erg droog, dan is het tijd om weer water te geven. Probeer te voorkomen dat de Aronskelk een voetenbad krijgt. De wortels van de plant kunnen gaan rotten als hij is teveel water krijgt.
Om er zeker van te zijn dat jouw Aronskelk lang meegaat en een mooi, gezond uiterlijk behoudt, kun je de plant af en toe extra voeding geven. Als je eens in de twee weken Pokon Bio Groene Planten Voeding geeft, blijven de aronskelken mooi van kleur. De bladeren zullen een diepgroene kleur houden, waardoor de prachtige bloemen van de Aronskelk nog beter tot hun recht komen. De bloemen van Aronskelk kunnen verschillende kleuren hebben, waaronder geel, roze, wit of zwart. Je kiest de plant die past bij jouw interieur! De Aronskelk bloeit in de maanden april en mei. Tijdens de bloeiperiode kan de plant vaak wat extra voeding gebruiken. Oude bladeren kunnen gerust worden afgesneden.
De Aloë Vera behoort tot de familie van succulenten en komt oorspronkelijk uit A...
Wist je dat de Aloë Vera een luchtzuiverende plant is? Door plant haalt schadelijke stoffen uit de lucht en reinigt deze. Een fijne pluspunt van deze plant!
De echte oorsprong van de Aloë Vera is waarschijnlijk het Arabisch schiereiland, Afrika. Maar dit weten we niet zeker. Vroeger werd de plant namelijk meegenomen door ontdekkingsreizigers en werd hij zo in de hele wereld verspreid. De plant voelt zich wel het meeste thuis in een warm klimaat met weinig vocht. Er bestaan wel 320 soorten van de Aloë, maar wij kennen vooral de Aloë Barbadensis. Dit is de enige soort die een genezende werking heeft. Aloë Vera betekent vrij vertaald dan ook 'Echte aloë'.
De gel van de Aloë Vera plant wordt al eeuwen lang gebruikt in de geneeskunde vanwege zijn krachtige werking. Tegenwoordig gebruiken veel mensen de gel ook thuis, met name voor verschillende huidproblemen. In het sap (gel) van de bladeren zitten actieve bestanddelen die een genezende werking hebben. Er bevinden zich ook veel ontstekingsremmende stoffen in, welke zowel vanaf binnenuit als buitenaf werken. Wanneer je de gel van de Aloë Vera plant op je huid smeert, verwijden de bloedvaten, wat het herstellen van de huid bevordert. Daarnaast helpt de gel ook bij andere problemen, zoals droog haar, ouderdomsvlekken, rimpels of scheeruitslag. Eigenlijk zou er in iedere keuken dus wel een Aloë Vera plant moeten staan.
De juiste standplaats Aloë Vera is een lichte plek waar de plant direct zonlicht kan ontvangen. Zet hem bij voorkeur op een vensterbank of dicht bij een raam. Aloë Vera houdt van zon en groeit het best met veel licht. In de zomer kun je hem ook buiten zetten, bijvoorbeeld op je balkon of terras. Let er wel op dat de plant niet te nat wordt bij regen, want dat kan de wortels beschadigen.
De Aloë Vera is - net als vrijwel alle succulenten - een makkelijk te verzorgen kamerplant. De Aloë Vera bestaat voor ruim 99% uit water: de bladeren slaan water op, waardoor de plant lange tijd zonder water kan.
Voeden van Aloë Vera doe je het best tijdens het groeiseizoen, van het voorjaar tot het najaar. Geef de plant dan één keer per maand extra voeding, bijvoorbeeld met Pokon Bio Cactus & Vetplant Voeding. Deze voeding helpt de Aloë gezond te blijven en goed te groeien. In de wintermaanden is bijvoeden niet nodig, omdat de plant dan in rust is. Volg altijd de aanwijzingen op de verpakking voor het juiste gebruik.
Aloë Vera water geven doe je het best ongeveer één keer per week tussen april en oktober. Voel eerst aan de grond: pas als deze helemaal droog is, heeft de plant water nodig. Het is niet erg als de grond tussendoor droog blijft, want Aloë Vera slaat vocht op in zijn bladeren. Water stimuleert de groei, en sommige stengels kunnen zelfs langer dan een meter worden!
Aloë Vera verpotten is belangrijk omdat deze kamerplant snel groeit. Door regelmatig te verpotten krijgt de plant genoeg ruimte om verder te groeien en blijven de wortels gezond. Doe dit het liefst buiten het groeiseizoen, zodat eventuele beschadigingen aan de wortels goed kunnen herstellen. Gebruik Mediterrane Potgrond of Cactus Potgrond en kies een pot die minstens 20% breder is dan de vorige. Zo geef je jouw Aloë Vera de beste start in verse grond.
Een Aloë Vera kan gele bladeren krijgen. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Dit kan komen door te veel water, dit maakt de bladeren zwaar en kunnen hierdoor geel gaan kleuren. Ook kan het komen omdat de Aloë Vera op de verkeerde standplaats staat.
Aloë Vera snoeien is een makkelijke manier om je plant gezond te houden. Wordt jouw Aloë Vera te groot? Dan kun je gerust een blad afsnijden, het liefst vlak bij de stengel. De plant geneest zichzelf snel: er vormt vrijwel direct een dun vliesje op de plek waar je hebt gesnoeid. Zo blijft je Aloë Vera mooi in vorm en kan hij zijn energie richten op nieuwe groei. Lees meer over kamerplanten snoeien.
Hoe meer soorten en unieke kamerplanten, hoe beter! Eén van die unieke kamerplan...
Planttype: Groene kamerplant
Grondsoort: Kamerplanten potgrond
Water geven: Weinig
Standplaats: Zon
Blad/loof: Groenblijvend
Hoogte: 10-15 cm
Groeiwijze: Omhoog
Dit plantje heeft zijn naam te danken aan de augurkvormige bladeren van 2,5 cm, bedekt met kleine witte haartjes. Echte augurken groeien er dan weer niet aan, maar dit plantje is wel een hele leuk toevoeging aan jouw (groene) interieur.
De oorsprong van dit bijzondere plantje ligt in het mooie Zuid-Afrika. In de zomer geeft dit plantje met zijn gele of witte bloemetjes dan ook perfect de tropische vibe van dit land weer. De Delosperma is een geslachtenfamilie met vaste planten, waar bijvoorbeeld ook de Pannenkoekplant (Pilea Peperomiodes) toebehoort. Het plantje is niet erg kieskeurig en kan rechtop, liggend, kruipend of zelfs op rotsen groeien.
Wil je zo lang mogelijk genieten van het augurkenplantje in jouw interieur? Dan is het belangrijk dat je deze op de goede plek neerzet. Zet het plantje daarom neer in een kamer met een temperatuur variërend tussen de 12 en 25 ℃. Bij voorkeur staat het augurkenplantje op een plek in het directe zonlicht. De vensterbank of op een tafel bij het raam is dus een geschikte plek.
Ben je iemand die nog weleens vergeet om planten water te geven? Geen zorgen! Het augurkenplantje heeft slechts één keer per week water nodig, wanneer de grond droog aanvoelt. Dit komt doordat het plantje zelf vocht opslaat in zijn bladeren en op die manier goed tegen barre omstandigheden kan, zoals weinig water.
Voeding heeft de Delosperma echinatum ook slechts één keer per maand nodig. Gebruik hiervoor Pokon Bio Groene Planten Voeding. Deze voeding beschikt over de nodige voedingsstoffen die jouw augurkenplantje mooi en gezond houden. Deze voeding dien je gemakkelijk toe door het te mengen met water.
Ook Pokon Kamerplanten Potgrond is onmisbaar voor goede verzorging van je augurkenplantje. Zo geef je jouw plantje een goede start. Zorg er wel voor dat je de juiste pot kiest. De augurkenplant plant je in een pot met een minimale potmaat 12 of stop je bijvoorbeeld in een leuke glazen fles of hangende pot.
Bergthee (Gaultheria procumbens) is een wintergroene plant met decoratieve besse...
Bergthee vindt zijn oorsprong in Noord-Amerika. De plant groeit vooral in bossen en bergachtige gebieden. Hier komt ook de naam ‘Bergthee’ vandaan. Bergthee heeft zich aangepast aan koelere klimaten en groeit goed in halfschaduwrijke omstandigheden.
Wereldwijd zijn er ongeveer 100 verschillende soorten Gaultheria. Het grootste verschil zit in de grootte, de vorm en de voorkeur voor de groeiomstandigheden. Wel hebben alle varianten Gaultheria bessen en geven ze de voorkeur aan een koele, schaduwrijke omgeving.
De Gaultheria shallon is bekend onder de naam Salal, Grote bergthee of Appeltjesblad. Deze variant komt van nature voor aan de westkust van Noord-Amerika. Grote bergthee bereikt een hoogte van 60 tot 80 centimeter, is groenblijvend en krijgt donkerpaarse bessen.
De parelbes, ook wel bekend als pricky heath, herken je aan de kleine, leerachtige, stekelige blaadjes. Ook krijgt deze variant witte tot roze bessen. Van nature komt de parelbes uit Chili en Argentinië. De maximale groeihoogte van deze struik is 70 tot 100 centimeter.
Geurig wintergroen dankt zijn naam aan de intens houtige, antiseptische geur met rokerige ondertoon. De plant wordt veel gebruikt in oliën met als doel om pijnlijke spieren te verlichten. Van nature vind je deze plant in de Himalaya.
De Sneeuwbes vind je van nature in Nieuw-Zeeland. De struik bereikt een hoogte van 1 tot 2 meter. De blaadjes zijn maar 5 tot 15 mm lang, leerachtig en hebben kleine kartelingen. Na de bloeiperiode in november krijgt de struik witte tot rode bessen.
Ook deze soort vindt zijn oorsprong in Nieuw-Zeeland. Daarnaast vind je deze variant in Tasmanië en Australië. In tegenstelling tot de Sneeuwbes wordt deze variant maar 15 centimeter hoog. Hij is winterhard en kan worden herkend aan zijn groene, glanzende blaadjes. Net als de Sneeuwbes krijgt de Bergsneeuwbes witte tot roze/rode bessen.
Het kan lastig zijn om Bergthee te verplaatsen. Wanneer je dit wilt doen, kun je het beste in het vroege voorjaar of de late herfst aan de slag. In die periode is de plant namelijk in rust.
Graaf de plant ruim uit en probeer zo min mogelijk wortels te beschadigen. Zorg ervoor dat de grond op de nieuwe plek goed waterdoorlatend en rijk aan organisch materiaal is. Zorg ervoor dat het gat groot genoeg is voor de wortelkluit.
Zet de plant in het midden van het gat en vul het gat met aarde. Plaats de plant op hetzelfde niveau als op de oude plek. Geef na het verplaatsen van de plant water en controleer de grond regelmatig om te voorkomen dat de grond uitdroogt.
Veel mensen kennen de Bananenplant (Musa) van verre reizen en vakanties, want ze...
Meestal wordt er gesproken over een Bananenboom, maar wat een stam lijkt te zijn, is niet meer dan over elkaar liggende, vleugelachtig verbrede bladstelen die samen de schijnstam van deze vaste Bananenplant vormen. De bloemen ontwikkelen zich aan een dikke bloemstengel met een vaak purperen schutblad. Aan het uiteinde van de hangende bloemstengel zitten de mannelijke bloemen en hogerop de vrouwelijke die uitgroeien tot bananen. Omdat de bloeiwijze door de zwaartekracht naar beneden hangt en de bananen naar het licht omhoog willen groeien, worden de bananen enigszins krom van vorm. Op plantages waar bananen geproduceerd worden, duurt het ongeveer anderhalf jaar van planten tot oogsten. De moederplant sterft dan af, maar inmiddels hebben zich jonge scheuten gevormd die voor een volgende oogst zorgen. Bananenplant draagt als woonplant zelden vruchten.
Bananen komen oorspronkelijk uit Oost-Azië en hebben zich van daaruit verspreid over de rest van de wereld, in landen rond de evenaar. De eerste kweek door mensen stamt van ongeveer 8000 jaar voor Christus, in de Wahgivallei op Nieuw Guinea. Alexander de Grote zou de planten naar het westen hebben meegenomen, vanuit India. Op plantages werden de Bananenplanten – met dank aan hun grote bladeren – in eerste instantie gebruikt om koffie-, cacao- en peperplanten te beschermen tegen de felle zon en pas daarna gewaardeerd om de vruchten.
Het assortiment Bananenplanten is beperkt. De meest voorkomende variëteiten zijn Musa ‘Dwarf Cavendish’ en Musa ‘Tropicana’. De meeste Bananenplanten worden als Dwergbananenplant aangeboden en zijn door het formaat ook geschikt voor in de huiskamer. Kenmerk van alle planten zijn de grote, gaafrandige bladeren met een vaak iets golvende rand. Soms is er een donkere bladtekening in het blad, wat de sierwaarde extra verhoogd. Bij winterharde bananen is het goed om te weten dat alleen de wortelstok goed winterhard is en de bovengrondse delen gevoelig zijn voor vorst.
De Bananenplant houdt van veel licht, maar vermijd direct zonlicht in de zomer, omdat dit de bladeren kan verbranden. Een plek bij een raam op het oosten of westen is ideaal. Zorg ervoor dat de plant niet op de tocht staat en dat de temperatuur niet onder de 15°C komt. In de zomer kan de Bananenplant ook buiten staan, zolang hij beschut is tegen wind en felle zon.
Tijdens het groeiseizoen (lente en zomer) heeft de Bananenplant regelmatig voeding nodig. Gebruik wekelijks een universele vloeibare plantenvoeding, zoals Pokon Kamerplanten Voeding, of een voeding speciaal voor groene kamerplanten. In de herfst en winter is de plant in rust en hoef je geen voeding te geven.
De Bananenplant heeft veel water nodig, vooral in de zomer. Houd de potgrond vochtig maar niet drassig. Geef water zodra de bovenste laag van de grond droog aanvoelt. In de winter mag je minder water geven, maar laat de grond nooit volledig uitdrogen. Gebruik bij voorkeur lauw water en vermijd kalkrijk kraanwater.
Soms kan het voorkomen dat jouw Bananenplant gele bladeren krijgt. Dit komt meestal door wortelrot. De plant heeft dan te veel water gekregen dan het op kon nemen via de wortels. Hierdoor is er een laagje water ontstaan in de bodem van de bloempot en zijn de wortels gaan rotten. Ook kunnen gele bladeren ontstaan als de Bananenplant te donker staat. Verwijder gele bladeren als ze volledig zijn afgestorven.
Wist je dat je Bananenplanten gemakkelijk kan stekken? Lees hier meer over kamerplanten stekken.
‘Begonia’ is eigenlijk een verzamelnaam voor veel verschillende soorten. De mees...
De Begonia, een opvallende kamerplant met spectaculaire kleuren, heeft zijn oorsprong in warme, tropische gebieden zoals Zuidelijk Afrika, Nieuw-Guinea en de Andes in Zuid-Amerika. Hoewel deze plant al in de 17e eeuw werd ontdekt, werd ze pas in de 19e eeuw echt populair in Europa.
Binnen de familie zijn er ontzettend veel soorten Begonia’s te vinden, maar ze kunnen worden onderverdeeld in de bloeiende versie en de bladbegonia. De bloeiende versie heeft bloemen in allerlei kleuren en komt ook voor met meerdere kleuren in een plant. De bladbegonia is te herkennen aan zijn fluweelachtige bladeren. Deze Begonia heeft dus geen bloemen, maar kan deze prima missen met zijn prachtige bladtekeningen. De lijnen en patronen op de bladeren hebben ook mooie kleuren, zoals zilver of bordeauxrood, afhankelijk van hoe het licht valt.
De Begonia Maculata, ook bekend als de Stippenplant, is een opvallende verschijning vanwege zijn zilverachtige vlekken op het groene blad.
De Begonia Corallina staat bekend om zijn unieke bladtekeningen in groen met zilveren stippen. Het blad lijkt wel op een kunstwerk.
Stevig blad met een bobbelig oppervlak en kleine haartjes. Ook bekend als ijzeren kruis begonia vanwege de bruine tekening op het blad in de vorm van een kruis.
De Begonia Rex is de meest bekende bladbegonia. Zijn bladeren hebben betoverende patronen en komen in kleuren zoals groen, grijsgroen, zilver, roze, rood en paars voor. Het blad is meestal behoorlijk groot en kan soms gekruld of gedraaid zijn. Deze Begonia wordt ook wel de koning van de bladbegonia's genoemd, omdat "Rex" koning betekent.
De Begonia staat het liefst op een lichte plek met direct zonlicht, maar vermijd de felle middagzon in de zomer. Bloeiende Begonia's houden van veel licht, terwijl bladbegonia's beter gedijen in halfschaduw. Zorg dat de Begonia niet te warm staat en niet te veel zonlicht krijgt, want dit kan leiden tot verkleurde of verschrompelde bladeren.
De Begonia heeft redelijk veel water nodig en de grond moet constant vochtig blijven. Geef in de zomer twee keer per week water, in de winter volstaat één keer per week. Zet de Begonia op een tochtvrije plek en vermijd plaatsen dicht bij de verwarming, omdat de luchtvochtigheid dan te laag wordt. Voor een hoge luchtvochtigheid kun je een schaaltje water naast de plant zetten. Verwijder regelmatig uitgebloeide bloemen en oude bladeren om de plant gezond te houden. Begonia's kunnen gestekt worden door een gezond blad af te snijden, in stekpoeder te dopen en in potgrond te planten.
Om de Begonia gezond en mooi groen te houden, kun je de plant voeden met Pokon Kamerplanten Voeding. Deze voeding stimuleert extra groei en bloei. Voeg de voeding eenvoudig toe aan het gietwater en geef dit aan de Begonia volgens de gebruiksaanwijzing.
De Begonia heeft redelijk veel water nodig. Zorg dat de grond constant vochtig is, maar voorkom dat de wortels in stilstaand water staan. Geef in de zomer twee keer per week water en in de winter één keer per week.
Gele bladeren bij de Begonia komen vaak voor door te veel zonlicht, te warme omstandigheden, te weinig water of een te droge lucht. Ook tocht en koude temperaturen kunnen de bladeren beschadigen. De bladeren kunnen verkleuren of verschrompelen als de plant te warm staat of te veel direct zonlicht krijgt. Zorg daarom voor een geschikte standplaats met voldoende licht, maar zonder felle middagzon, en houd de grond constant vochtig. Een hoge luchtvochtigheid helpt ook om gele bladeren te voorkomen.
Om de Begonia een goede start te geven, is het kiezen van de juiste potgrond belangrijk. Kies Kamerplanten Potgrond om jouw Begonia een goede voedingsbodem te geven. Deze potgrond is geschikt voor zowel bloeiende als groene kamerplanten, dus kan voor beide soorten Begonia’s gebruikt worden. Door de toegevoegde TerraCottem in deze potgrond, droogt de grond minder snel uit. Er zit voldoende voeding in voor circa twee maanden. Denk er ook aan om de Begonia op tijd te verpotten. Dit kan direct na de aankoop en in het voorjaar. De bladbegonia kan erg grote bladeren krijgen en kun je het beste in maart verpotten. In de lente zullen eventueel beschadigde wortels van de plant het snelst weer herstellen.
Let op: Het sap van de Begonia is licht giftig. Vermijd contact met de huid, en zorg ervoor dat kleine kinderen en dieren het blad niet kunnen innemen.
Boomschors kunnen onkruidgroei remmen als je ze goed aanbrengt. Lees welke laagdikte werkt, hoe je voorbereidt en hoe je het onderhoudt.
Onkruid in borders of op paden verminderen? Ontdek hoe houtsnippers helpen, wanneer je moet bijvullen en waar je op let voor blijvend resultaat.
Helpen cacaodoppen echt tegen slakken? Lees wat je kunt verwachten, hoe je ze toepast en welke alternatieven er zijn bij veel slakken.
Ontdek hoe je tuinplanten in de winter gezond houdt met de tips uit deze checklist.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.