Gloxinia, tegenwoordig beter bekend als de Sinningia Specioa, is een vrolijke, d...
Planttype: Bloeiende kamerplant
Grondsoort: Kamerplanten Potgrond
Bemesten: 1 keer in de 2 weken plantenvoeding
Bloem: Paars, roze, rood, wit
Bloeitijd: Juni, juli, augustus
Hoogte: 30 cm
Groeiwijze: Bossig
Blad/loof: Groen, grofbladig
Vochtigheid: Regelmatig water geven
Standplaats: Halfzon
De Gloxinia, tegenwoordig beter bekend als de Sinningia Specioa, is een vrolijke, decoratieve plant voor in huis. Deze bloeiende kamerplant staat het liefst op een plek met halfzon. Zet de Gloxinia niet boven de verwarming, want daar wordt het snel te warm. Ook tocht en felle zon zijn niet fijn voor deze plant. Een plek met deels zon en schaduw maakt de Gloxinia blij.
De Gloxinia is eenvoudig te verzorgen. Gebruik bij het oppotten en verpotten potgrond die water lang kan vasthouden, zodat je minder vaak water hoeft te geven. Verwijder na de bloei de uitgebloeide bloemstengels en zorg dat de plant niet te warm of te koud staat.
Geef de Gloxinia tijdens de bloeiperiode (juni tot augustus) eens per twee weken speciale biologische voeding voor bloeiende planten. Dit stimuleert de ontwikkeling van bloemknoppen en zorgt voor een rijke bloei.
Van juni tot en met augustus heeft de Gloxinia meer water nodig door de bloemenpracht. Controleer om de dag de grond; is deze nog vochtig, sla dan een dag water geven over. Voorkom dat de grond uitdroogt en geef nooit water op de bladeren en bloemen.
Gele bladeren bij de Gloxinia kunnen ontstaan door te veel warmte, te veel direct zonlicht of onregelmatig water geven. Zorg voor een koele, lichte plek zonder felle zon en geef regelmatig water zonder de plant te nat te maken.
De Spathiphyllum, ook wel bekend als de Lepelplant (de bloemetjes lijken op lepe...
De Spathiphyllum (Lepelplant) is afkomstig uit de tropische regenwouden van Colombia en Venezuela, een echte schaduwplant die van een warme, vochtige omgeving houdt. In 1870 werd de plant in Europa geïntroduceerd en maakte sindsdien een stormachtige ontwikkeling mee. Waren er in de jaren '80 van de vorige eeuw nog enkele soorten afkomstig uit de soort walisii, nu bestaat er een grote hoeveelheid cultivars.
Er zijn verschillende soorten van de Spathiphyllum (Lepelplant).
Deze soort Spathiphyllum staat bekend om zijn elegante uitstraling en wordt vaak gekozen als kamerplant vanwege zijn luchtzuiverende eigenschappen. De bladeren zijn donkergroen en hebben een langwerpige vorm. Spathiphyllum Wallisii produceert karakteristieke witte bloemen die lijken op een omgekeerde kelk.
Spathiphyllum Sensation is een grotere variant en valt op door zijn grote bladeren en imposante bloemen. De bladeren zijn breed en donkergroen, en de bloemen zijn opvallend wit. Deze soort kan een indrukwekkende aanvulling zijn op grotere binnenruimtes.
Wat de Spathiphyllum Domino onderscheidt, zijn de speelse groene strepen op de bladeren. Deze variatie voegt een decoratief element toe aan de traditionele donkergroene bladeren van de Vredeslelie. De witte bloemen steken mooi af tegen het blad met strepen.
Spathiphyllum Chopin staat bekend om zijn compacte formaat en charmante uitstraling. Met donkergroene bladeren en elegante witte bloemen is deze soort geschikt voor kleinere ruimtes en voegt hij een vleugje frisheid toe aan het interieur.
De Spathiphyllum Picasso valt op door zijn unieke bladtekening. De bladeren hebben artistieke groene strepen die lijken op penseelstreken. Deze variatie voegt een creatief element toe aan de klassieke uitstraling van de lepelplant.
De Spathiphyllum staat het liefst op een plek met halfzon of schaduw en vermijdt direct zonlicht. Te veel zonlicht kan bruine bladeren veroorzaken. De plant komt oorspronkelijk uit de tropische regenwouden van Colombia en Venezuela en houdt van een warme, vochtige omgeving.
Spathiphyllum is een makkelijke kamerplant die constant kan bloeien. De grond moet altijd nat blijven, dus geef regelmatig water, bij voorkeur dagelijks een klein beetje. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, dus af en toe besproeien of onder de douche zetten is aan te raden. Verwijder oude verkleurde bladeren met de hand en geef eenmaal per maand Pokon Bio Groene Planten Voeding om de bloei te stimuleren. In de winter heeft de plant een rustperiode nodig bij ongeveer 15 °C.
De Spathiphyllum kan eenmaal per maand worden gevoed met Pokon Bio Groene Planten Voeding. Dit bevordert de ontwikkeling van bloemknoppen en houdt de plant gezond en sterk.
De Spathiphyllum heeft regelmatig water nodig om de grond constant nat te houden. Geef dagelijks een kleine hoeveelheid water en vermijd dat de grond uitdroogt. In de winter is minder water nodig.
Gele bladeren bij de Spathiphyllum ontstaan vaak door te veel direct zonlicht of een onbalans in water geven. Te veel zonlicht veroorzaakt bruine en gele bladeren. Zorg voor een schaduwrijke plek en geef regelmatig, maar niet te veel water. Verwijder gele bladeren om de plant gezond te houden.
Wanneer je een nieuwe Spathiphyllum koopt kun je deze het beste na een maand verpotten in nieuwe potgrond. Zo geef je jouw plant de ruimte om groter te worden. Kies voor een pot die ongeveer 5 cm groter is dan het kweekpotje waar je plant op dit moment in zit. Breng de bodem een laagje hydrokorrels aan voor een goede drainage. Pot de plant verder op met Anthurium Grond, deze grond voldoet het beste aan de wensen en eigenschappen van deze plant.
Tip: De Spathiphyllum doet het ook heel goed in een pot samen met een philondendron. Dit heet companion planting.
@pokon_nl Een philodendron én lepelplant in één pot? Yes please! ? Ze hebben dezelfde verzorging nodig en versterken elkaar. Dat heet companion planting. Cactussen + vetplanten = ook een topduo! ? Welke plantcombi vind jij leuk? ? #PlantTok #PlantStyling #PlantDuo #KamerPlanten #GroenInHuis #CompanionPlanting #PlantInPot #GardenTok #Pokon ♬ origineel geluid - Pokon
Kan je interieur wel een portie salsa gebruiken? Maak dan kennis met de familie ...
De Bromelia komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika. Deze plantensoort is afkomstig van tropische gebieden, zoals delen van Mexico, Midden-Amerika en Zuid-Amerika. De Bromelia groeit voornamelijk in regenwouden en heeft zich aangepast aan verschillende omgevingen, variërend van bergachtige gebieden tot laaglanden. Door de kleurrijke bladeren en unieke bloemen is de Bromelia niet alleen populair in de natuurlijke habitat, maar ook als decoratieve kamerplant over de hele wereld.
Leuke feitjes:
De Bromeliafamilie telt in de natuur meer dan 3.000 verschillende soorten. De meest bekende Bromelia’s zijn de Ananas, Aechmea, Guzmania, Tillandsia en Vriesea. Ze hebben elk hun eigen gekleurde schutbladeren die de plant een exotische uitstraling geven. De sprekende vormen en kleuren variëren per soort. Van crèmekleurig rozet tot pimpelpaars veertje en van roze kroon tot gele speer.
Deze plant is misschien op dit moment wel de meeste bekende Bromelia. Deze plant staat bekend als anti-snurk plant, want deze plant geeft net als de Achmea, in tegenstelling tot de meeste andere kamerplanten niet overdag, maar ‘s nachts zuurstof af. Ideaal voor in de slaapkamer! De vrucht van deze plant is klein en lijkt op een op een mini-ananas. Deze plant is in meerdere kleuren verkrijgbaar. Ondanks dat deze ananassen niet speciaal gekweekt zijn om te eten, kun je als je een beetje geduld hebt en wacht tot de vrucht oranje-rood wordt, wel een stukje proeven.
Deze Bromelia is verkrijgbaar in allerlei kleuren. Als je naar de bladeren kijkt, begrijp je meteen waarom hij Aechmea wordt genoemd, wat in het Grieks 'lanspunt' betekent. Sommige soorten hebben een bijzondere bladtekening die de plant extra mooi maakt. Er zijn ook Aechmea's die je verrassen met zaadbessen die van kleur veranderen.
De Bromelia geeft meteen een tropische sfeer. Wat de Bromelia Guzmania zo bijzonder maakt, zijn de felgekleurde bladeren die in een mooie rozet groeien. Tussen deze bladeren bloeien unieke bloemetjes. Guzmania is verkrijgbaar in allerlei kleuren. Deze levendig gekleurde planten met grote bloemen of fijne vertakkingen komen oorspronkelijk uit Ecuador en Colombia.
Vind hier nog meer soorten en informatie.
De Bromelia staat graag op een lichte plek, maar de exacte voorkeur hangt af van het type Bromelia. Bromelia’s met dikke bladeren geven de voorkeur aan een droge omgeving, terwijl Bromelia’s met dunne bladeren liever een wat vochtigere standplaats hebben. Zo is Tillandsia bijvoorbeeld een typisch badkamermaatje en Aechmea een echte vensterbankplant die ook centrale verwarming goed verdraagt. Varianten met grijze beharing staan het liefst in de volle zon en een droge plek.
Bromelia’s zijn ijzersterk en de verzorging is eenvoudig. Geef de plant om de twee weken water door het water in de kelk van de plant te gieten en een klein beetje op de potgrond. Besproei de plant af en toe met een plantenspuit om hem sterker en feller van kleur te maken. Gemiddeld bloeien Bromelia’s 3 tot 6 maanden. Na de bloei sterft de plant af, maar er kunnen nieuwe stekjes ontstaan die je kunt opkweken, of je kunt een nieuwe Bromelia kopen.
Geef Bromelia’s af en toe plantenvoeding om ze sterker te maken en de kleuren te versterken. Dit kan bijvoorbeeld met Pokon Kamerplanten Voeding.
Tweewekelijks geef je water door het in de kelk van de Bromelia te gieten en een klein beetje op de potgrond. Zorg dat de grond niet te nat wordt om wortelrot te voorkomen. Af en toe een beurtje met de plantenspuit is ook aan te raden.
Gele bladeren bij Bromelia’s kunnen ontstaan door een te natte standplaats of te veel water geven. Bromelia’s met dikke bladeren staan graag droog, dus als ze te vochtig staan, kunnen de bladeren geel worden en afsterven. Ook te veel direct zonlicht kan leiden tot verkleuring en beschadiging van de bladeren. Het is belangrijk om de watergift aan te passen en de plant op een geschikte plek te zetten met voldoende licht, maar niet in de felle zon. Zo voorkom je gele bladeren en blijft de Bromelia gezond.
Je kunt de Bromelia het beste oppotten in Kamerplanten Potgrond, dit sluit het meeste aan bij de wensen van deze plant.
De Yucca staat ook wel bekend als de Palmlelie. Hij komt uit de plantenfamilie v...Dracaena, Beaucarnea en Cordyline behoren. Van nature komt de Yucca voor in warme en droge gebieden in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. De planten hebben vaak dikke, leerachtige bladeren met een scherpe punt en witte bloemen. Deze bladeren groeien zo uit de aarde of aan één of meerdere stammetjes. De Yucca is makkelijk te verzorgen en een bijzonder leuke toevoeging aan jouw huiskamer.
De Yucca doe je een plezier met een lichte standplaats, zodat de bladeren mooi groen en hard blijven. Heb je net een nieuwe Yucca in huis gehaald? Pas dan op met direct zonlicht, dit kun je beter geleidelijk opbouwen door de plant eerst op een plek te zetten in de halfschaduw. Zoek een mooie pot uit die past bij je interieur en je hebt lang plezier van deze plant.
Zorg in ieder geval voor een minimale temperatuur van 18 graden overdag en 10 graden 's nachts.
De Yucca heeft ongeveer dezelfde wensen als de palm. Een zanderige kleigrond die water goed vasthoudt is het meest geschikt. Speciale Pokon Palmen Grond bevat deze eigenschap. Het verpotten van de Yucca doe je direct na de aanschaf of in de lente. In de lenteperiode herstellen beschadigde wortels het snelste. Herhaal dit vervolgens elke twee jaar.
De Yucca staat het liefst op een lichte plek met veel zonlicht, maar als je net een nieuwe Yucca hebt, bouw dan het directe zonlicht geleidelijk op door de plant eerst in de halfschaduw te zetten. De minimale temperatuur moet overdag rond de 18 graden zijn en ’s nachts niet onder de 10 graden komen. Zo blijven de bladeren mooi groen en stevig.
Yucca is een makkelijke kamerplant die weinig water nodig heeft. Geef matig water en controleer altijd of de grond droog aanvoelt voordat je weer water geeft. Te veel water kan leiden tot gele bladeren. In de winter is besproeien niet nodig omdat de Yucca goed tegen droge lucht kan. Verpot de Yucca het beste na aanschaf of in het voorjaar en herhaal dit elke twee jaar.
De Yucca is niet heel lastig te verzorgen en verbruikt dan ook weinig voeding. Toch is het verstandig om af en toe voeding te geven voor een gezonde en sterke plant. Een Yucca kun je het beste voeding geven in de lente en in de zomer. Je kunt een algemene kamerplantenvoeding geven of speciale Pokon Bio Palm Voeding. Eenmaal per week bemesten is voldoende. Geef de Yucca in ieder geval niet meer voeding dan nodig is, omdat teveel voeding de grond erg zuur kan maken. Dit kan verbranding van de wortels veroorzaken.
Te veel water is niet goed voor de Yucca. Twijfel je of je te veel hebt gegeven? Geef de Yucca dan zeker een week geen water meer. Als de grond weer droogt aanvoelt kun je opnieuw water geven. De hoeveelheid water die je je Yucca moet geven hangt af van de temperatuur, grootte van je plant en de intensiteit van het licht waar de Yucca mee te maken krijgt.
Als de bladeren van de Yucca geel worden of slap gaan hangen, betekent het dat de kamerplant teveel water heeft gekregen. Geef de plant in dat geval een week of een paar weken geen water meer, totdat de bodem weer droog aan begint te voelen. Bruine bladeren duiden op teveel zonlicht. In dat geval kun je de plant het beste verder van het raam verplaatsen.
In de winter is er in huis vaak een lage luchtvochtigheid doordat de verwarming veel aan staat. Terwijl veel planten extra besproeid moeten worden tijdens deze periode, is dat bij de Yucca niet nodig. De Yucca kan namelijk prima tegen droge lucht.
Gele bladeren bij de Yucca ontstaan meestal door overbewatering. Stop met water geven voor een week of langer totdat de grond droog is. Bruine bladeren kunnen ontstaan door te veel direct zonlicht; verplaats de plant dan naar een plek met minder fel licht.
Controleer de Yucca regelmatig op ziektes en ongewenste beestjes, zoals luizen of ander ongedierte. Kijk onder en tussen het blad of er zich stipjes of schimmels bevinden. Hoe eerder je ziektes waarneemt, hoe groter de kans dat je deze nog op tijd bestrijd.
Afstervende bladeren bij de Yucca aan de onderkant kun je naar beneden trekken en verwijderen. Bovenin maakt de Yucca zelf weer nieuwe bladeren aan. Als je een stam te lang vindt worden kun je die gerust inkorten door deze af te zagen. Doe dit bij voorkeur in het najaar zodat de plant gedurende het voorjaar weer goed kan herstellen. In verband met het gevaar op infecties is het verstandig om de afgezaagde stam weer te dichten met bijvoorbeeld wax.
De Aronskelk begint als Callaknol en groeit vervolgens uit tot een prachtige pla...
Planttype: Eenjarige, Perkplant, Bloeiende kamerplant
Grondsoort: luchtige grond met een goede buffering van water en voedingsstoffen, zoals Pokon Anthurium Grond.
Bemesten: 1 keer in de 2 weken
Bloem: zalm, geel, roze, wit, zwart
Bloeitijd: april, mei
Hoogte: 75 cm, 100 cm
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: bladverliezend, groen, witbont
Gebruik: solitair
Vochtigheid: normaal, vochtig, regelmatig water geven
Standplaats: halfzon
De aronskelk Calla komt uit de familie van de Araceae, net als de Anthurium en de Spathiphyllum. Opvallend is het trechtervormige schutblad (spatha) en de eigenlijke bloem, de aar. Van oorsprong is de Calla afkomstig uit zuidelijk Afrika en groeit daar vaak in moerassen en langs oevers. Ze bloeien over het algemeen 2 tot 12 weken. Buitenshuis overleeft de plant het erg goed, hij is alleen wel vorstgevoelig. Binnenshuis is het belangrijk dat de Aronskelk op de goede plek staat en de juiste hoeveelheid water krijgt. Een volgroeide Aronskelk kan buiten tot wel drie meter hoog worden! Geen zorgen, in jouw huiskamer zal deze plant een maximale hoogte van een meter kunnen bereiken.
De Aronskelk wordt blij van voldoende zonlicht, maar heeft af en toe wat schaduw nodig. Zet hem daarom niet direct in de zon, maar op een lichte plek vlakbij het raam.
De Aronskelk mag regelmatig een scheutje water krijgen. Voel of de grond nog vochtig is. Is dit niet meer het geval en is de grond juist erg droog, dan is het tijd om weer water te geven. Probeer te voorkomen dat de Aronskelk een voetenbad krijgt. De wortels van de plant kunnen gaan rotten als hij is teveel water krijgt.
Om er zeker van te zijn dat jouw Aronskelk lang meegaat en een mooi, gezond uiterlijk behoudt, kun je de plant af en toe extra voeding geven. Als je eens in de twee weken Pokon Bio Groene Planten Voeding geeft, blijven de aronskelken mooi van kleur. De bladeren zullen een diepgroene kleur houden, waardoor de prachtige bloemen van de Aronskelk nog beter tot hun recht komen. De bloemen van Aronskelk kunnen verschillende kleuren hebben, waaronder geel, roze, wit of zwart. Je kiest de plant die past bij jouw interieur! De Aronskelk bloeit in de maanden april en mei. Tijdens de bloeiperiode kan de plant vaak wat extra voeding gebruiken. Oude bladeren kunnen gerust worden afgesneden.
De Bonsai komt oorspronkelijk uit Japan en betekent letterlijk 'boom in pot'. He...
Planttype: Kamerplant
Grondsoort: Bonsai Grond
Bemesten: 1 keer per week
Hoogte: 40 cm, 50 cm, 75 cm
Groeiwijze: opgaand
Vochtigheid: regelmatig water geven, regelmatig sproeien/nevelen
Standplaats: lichte standplaats, halfzon
De Bonsai is niet alleen een leuke plant voor in de kamer, maar wordt ook gezien als een ware kunst. Ongeveer 700 jaar geleden werd de kunst door Japanners overgenomen van de Chinezen. De Chinezen hielden ervan om hele miniatuurlandschappen te bouwen, in de Japanse stijl werd steeds vaker een individuele boom gezien. Rond het einde van de 19e eeuw verspreidde deze Bonsai kunst zich naar het Westen. Steeds meer jongeren tonen interesse in de Bonsai boompjes. De Bonsai is er in allerlei vormen en stijlen.
De Bonsai heeft het liefst een stevige basis en een grond met een fijne structuur om in een ondiepe schaal of pot langzaam te kunnen groeien. Pokon Bonsai Grond heeft een fijne structuur en zorgt voor een stevige basis voor je Bonsai. De potgrond bevat voeding voor 2 maanden. Na deze periode is alle voeding uit de grond gebruikt en vraagt de plant om extra voeding.
De Bonsai staat het liefst op een tochtvrije standplaats en heeft een redelijk hoge, constante temperatuur nodig en veel licht. Verplaats haar niet te vaak. Wel is het verstandig eens per 2 jaar de bonsai te verpotten.
De Bonsai worden per definitie in kleine potjes geplant, met weinig ruimte voor aarde. Regelmatige bemesting is dan ook van groot belang. Gebruik daarvoor speciale bio voeding voor de Bonsai. Aan te raden is 1 x per week voeden van januari tot en met oktober. In de wintermaanden hoef je de Bonsai niet te voeden.
Er is geen vaste periode om te snoeien. In de winter groeit de Bonsai nauwelijks en is snoeien niet nodig. Tijdens de lente, wanneer de bomen flink groeien, zal er wel regelmatig moeten worden gesnoeid. Een gunstig effect hiervan is dat nieuwe bladeren kleiner blijven en de kruin dichtgroeit. Volgens de Bonsai kunst kan het boompje dus met verschillende technieken een bepaalde vorm aannemen. Dit kan door het snoeien goed bij te houden en af en toe ingrijpend te snoeien om de vorm te veranderen. Hiervoor kunnen het beste de officiële Bonsai technieken worden gebruikt.
Bewater je Bonsai niet elke dag, maar beoordeel van dag tot dag of bewatering op dat moment nodig is door de grond te voelen; deze moet licht vochtig zijn, maar zeker niet nat! Ook van groot belang is om grondig te bewateren, zodat het water de gehele wortelkluit bereikt en niet simpelweg langs de zijkanten van de pot wegspoelt.
Een plekje in de lichte zon of juist in de schaduw, de Vingerplant zorgt altijd ...
De Vingerplant staat ook wel bekend als de Fatsia Japonica en zoals de naam al een beetje lijkt te verklappen, komt deze plant oorspronkelijk uit de exotische bossen van Japan. Omdat de bladeren de vorm hebben van handen met vingers is de Nederlandse naam ook niet gek gekozen. De Vingerplant is onderdeel van de klimopfamilie en dat is snel te merken. Deze groene vriend groeit namelijk vanaf het eerste moment de lucht in! In huis kan de Vingerplant wel 2 meter hoog worden.
Met de Japanse roots en grote, unieke bladeren haal je meteen een exotische en stoere kamerplant in huis. Hierdoor is het een ware eyecatcher en een echte aanwinst voor ieder interieur. Om optimaal te kunnen genieten van de Vingerplant is het wel belangrijk dat de kamerplant op de juiste plaats wordt gezet. De Vingerplant staat eigenlijk net zo graag in de lichte zon als in de schaduw, maar een plek in de volle zon is af te raden. In de volle zon groeit de plant minder goed en kunnen de bladeren geel worden of zelfs verbranden. Dat wil je natuurlijk niet!
Pas wel op voor het sap van deze exotische kamerplant. Het sap is namelijk giftig en kan zorgen voor irritatie van de huid. Wees dus voorzichtig bij het verplaatsen van de plant en als je huisdieren hebt.
De Vingerplant is een kamerplant die altijd een licht vochtige grond nodig heeft. Let op dat je groene blikvanger niet met zijn voeten in het water komt te staan. Er is dan namelijk kans op wortelrot en ongedierte. In de wintermaanden gaat de Vingerplant in de ruststand en hoef je minder vaak water te geven.
Om jou nog verder te helpen met het verzorgen van jouw Vingerplant hebben wij een aantal tips op een rijtje gezet! In deze video geven we enkele basisregels voor het verzorgen van jouw kamerplanten! Met onze tips & tricks houd jij je planten in leven en laat je ze bloeien en groeien als nooit tevoren!
Mocht jouw Vingerplant nou zo hard groeien dat hij iets te groot is geworden voor jouw woonkamer, dan kan je hem zelfs naar buiten verplaatsen! Door de exotische look zou je het misschien niet zo snel denken, maar deze kamerplant kan goed tegen de kou. Zet je jouw Vingerplant op het terras in de pot dan is winterbescherming wel belangrijk. In de volle grond kan de Vingerplant wel -15 graden aan! Een plekje tegen een muur en op een beschutte plek is dan het beste.
De ZZ plant, ook wel bekend als Zamioculcas Zamiifolia, is een populaire kamerpl...
De Zamioculcas (ZZ plant) is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Afrika, waar hij te vinden is in landen zoals Kenia en Tanzania. Hij groeit daar in de schaduw van andere planten en bomen. De ZZ plant slaat water op in zijn dikke wortelstokken als een aanpassingsmechanisme aan de droge omstandigheden. Hij kan dus prima vooruit met een minimale hoeveelheid water. De ZZ plant staat daardoor bekend om zijn opmerkelijke overlevingsvermogen.
De Zamioculcas bestaat in verschillende soorten. De drie bekendste zijn de Zamiifolia, Zamioculcas Zenzi en de Zamiifolia Zamioculcas.
De Zamioculcas slaat aanzienlijke hoeveelheden vocht en voedingsstoffen op in zijn bladeren. Wees daarom spaarzaam met water geven en zorg ervoor dat de potgrond tussen de gietbeurten opdroogt. In de lente en zomer heeft de plant over het algemeen meer water nodig dan in de winter.
Gemiddeld heeft de ZZ-plant zo vaak water nodig:
De omstandigheden in huis bepalen of je plant vaker of juist minder vaak water nodig heeft. Let er daarom goed op of de bovenlaag van de grond volledig droog is, voordat je weer water geeft. De Pokon Watermeter vertelt je wanneer het tijd is om water te geven.
De Zamioculcas houdt van gematigde kamertemperaturen tussen 18-26°C. Het is belangrijk om grote temperatuurwisselingen te vermijden. De ZZ-plant is zeer flexibel wat betreft lichtomstandigheden, zolang het licht maar indirect is. Als hij in direct zonlicht staat kan dat zijn bladeren beschadigen. De ZZ-plant vindt weinig licht, geen probleem, wat hem geschikt maakt voor kamers met weinig natuurlijk licht.
De ZZ-plant is niet veeleisend op het gebied van luchtvochtigheidniveaus en kan goed omgaan met drogere omstandigheden. Af en toe de bladeren besproeien kan helpen, maar het is geen absolute noodzaak.
De Zamioculcas heeft slechts een maandelijkse dosis voeding nodig. Voor dit doel maak je gebruik van Kamerplanten Voeding. Dit bevat alle voedingsstoffen die nodig zijn om je ZZ-plant mooi en gezond te houden. Meng de voeding met water volgens de aanwijzing op de verpakking.
De Zamioculcas, ook wel ZZ plant genoemd, slaat water op in zijn dikke wortelstokken en heeft daardoor weinig water nodig. Geef de plant spaarzaam water en zorg dat de potgrond tussen gietbeurten goed opdroogt. In de winter volstaat het om eens in de 2 tot 4 weken water te geven, terwijl in de lente en zomer ongeveer eens per week water nodig is. Controleer altijd of de bovenste laag van de grond droog is voordat je weer water geeft om wortelrot te voorkomen. Regelmatig de bladeren besproeien met lauw water kan ook helpen, maar is niet strikt noodzakelijk.
Het is niet nodig om de Zamioculcas regelmatig te verpotten. Gemiddeld gezien heeft de ZZ-plant eens per 2-3 jaar een nieuwe pot nodig. Verpot je plant in de lente. In de winter zijn kamerplanten in rust, waardoor je plant in shock kan raken door de plotselinge overgang. Kies zowel bij het planten als het verpotten van je plant een pot die 20% groter is dan de kluit. Zo krijgen de wortels voldoende ruimte om te groeien. Aangezien de ZZ-plant niet zo gek is op water, leg je Hydrokorrels op de bodem van de pot. Dit bevordert de drainage. Vul de rest van de pot met Palmen Potgrond.
Gebruik Kamerplanten Potgrond voor een goede basis van de Zamioculcas.
Gele bladeren bij de Zamioculcas kunnen ontstaan door te veel water geven, wat wortelrot veroorzaakt. Ook een te lichte of juist te donkere standplaats kan stress veroorzaken, wat zich uit in vergeling van de bladeren. Verwijder gele bladeren om de plant gezond te houden en pas de watergift aan als de grond te nat is. De Zamioculcas is een sterke plant, maar natte voeten zijn het grootste risico voor zijn gezondheid .
De Zamioculcas groeit langzaam. Het is dus een beetje geduld hebben voordat je plant zijn maximale hoogte van 60-90 cm bereikt. Dit heeft als voordeel dat je hem niet hoeft te snoeien. Daardoor is hij ook ideaal wanneer je op zoek bent naar een plant die langzaam groeit.
Vanwege zijn minimale eisen aan verzorging en zijn vermogen om bijna overal te aarden, is de Zamioculcas een favoriete keuze voor beginners en mensen die planten zoeken zonder hoge eisen. Hij is daarom ook perfect voor op de kinderkamer, het thuiskantoor of de slaap- of logeerkamer.
Tip: De Zamioculcas kan ook heel goed in een pot samen met Sansevieria plant. Dit heet companion planting.
De Aloë Vera behoort tot de familie van succulenten en komt oorspronkelijk uit A...
Wist je dat de Aloë Vera een luchtzuiverende plant is? Door plant haalt schadelijke stoffen uit de lucht en reinigt deze. Een fijne pluspunt van deze plant!
De echte oorsprong van de Aloë Vera is waarschijnlijk het Arabisch schiereiland, Afrika. Maar dit weten we niet zeker. Vroeger werd de plant namelijk meegenomen door ontdekkingsreizigers en werd hij zo in de hele wereld verspreid. De plant voelt zich wel het meeste thuis in een warm klimaat met weinig vocht. Er bestaan wel 320 soorten van de Aloë, maar wij kennen vooral de Aloë Barbadensis. Dit is de enige soort die een genezende werking heeft. Aloë Vera betekent vrij vertaald dan ook 'Echte aloë'.
De gel van de Aloë Vera plant wordt al eeuwen lang gebruikt in de geneeskunde vanwege zijn krachtige werking. Tegenwoordig gebruiken veel mensen de gel ook thuis, met name voor verschillende huidproblemen. In het sap (gel) van de bladeren zitten actieve bestanddelen die een genezende werking hebben. Er bevinden zich ook veel ontstekingsremmende stoffen in, welke zowel vanaf binnenuit als buitenaf werken. Wanneer je de gel van de Aloë Vera plant op je huid smeert, verwijden de bloedvaten, wat het herstellen van de huid bevordert. Daarnaast helpt de gel ook bij andere problemen, zoals droog haar, ouderdomsvlekken, rimpels of scheeruitslag. Eigenlijk zou er in iedere keuken dus wel een Aloë Vera plant moeten staan.
De juiste standplaats Aloë Vera is een lichte plek waar de plant direct zonlicht kan ontvangen. Zet hem bij voorkeur op een vensterbank of dicht bij een raam. Aloë Vera houdt van zon en groeit het best met veel licht. In de zomer kun je hem ook buiten zetten, bijvoorbeeld op je balkon of terras. Let er wel op dat de plant niet te nat wordt bij regen, want dat kan de wortels beschadigen.
De Aloë Vera is - net als vrijwel alle succulenten - een makkelijk te verzorgen kamerplant. De Aloë Vera bestaat voor ruim 99% uit water: de bladeren slaan water op, waardoor de plant lange tijd zonder water kan.
Voeden van Aloë Vera doe je het best tijdens het groeiseizoen, van het voorjaar tot het najaar. Geef de plant dan één keer per maand extra voeding, bijvoorbeeld met Pokon Bio Cactus & Vetplant Voeding. Deze voeding helpt de Aloë gezond te blijven en goed te groeien. In de wintermaanden is bijvoeden niet nodig, omdat de plant dan in rust is. Volg altijd de aanwijzingen op de verpakking voor het juiste gebruik.
Aloë Vera water geven doe je het best ongeveer één keer per week tussen april en oktober. Voel eerst aan de grond: pas als deze helemaal droog is, heeft de plant water nodig. Het is niet erg als de grond tussendoor droog blijft, want Aloë Vera slaat vocht op in zijn bladeren. Water stimuleert de groei, en sommige stengels kunnen zelfs langer dan een meter worden!
Aloë Vera verpotten is belangrijk omdat deze kamerplant snel groeit. Door regelmatig te verpotten krijgt de plant genoeg ruimte om verder te groeien en blijven de wortels gezond. Doe dit het liefst buiten het groeiseizoen, zodat eventuele beschadigingen aan de wortels goed kunnen herstellen. Gebruik Mediterrane Potgrond of Cactus Potgrond en kies een pot die minstens 20% breder is dan de vorige. Zo geef je jouw Aloë Vera de beste start in verse grond.
Een Aloë Vera kan gele bladeren krijgen. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Dit kan komen door te veel water, dit maakt de bladeren zwaar en kunnen hierdoor geel gaan kleuren. Ook kan het komen omdat de Aloë Vera op de verkeerde standplaats staat.
Aloë Vera snoeien is een makkelijke manier om je plant gezond te houden. Wordt jouw Aloë Vera te groot? Dan kun je gerust een blad afsnijden, het liefst vlak bij de stengel. De plant geneest zichzelf snel: er vormt vrijwel direct een dun vliesje op de plek waar je hebt gesnoeid. Zo blijft je Aloë Vera mooi in vorm en kan hij zijn energie richten op nieuwe groei. Lees meer over kamerplanten snoeien.
Cucurbita, beter bekend als pompoen, is misschien wel de makkelijkste groente in...
Pompoenen zijn er in vele soorten en maten. Zo kennen we sierpompoenen, reuzenpompoenen (Cucurbita maxima), muskuspompoen met een nootachtige smaak (Cucurbita mochata), Ayote (Cucurbita Mixta) en de vijgenbladpompoen (Cucurbita ficifolia). Zelfs de courgette (Cucurbita pepo), behoort tot het geslacht pompoen. Onder al deze soorten vallen weer veel verschillende rassen.
Je kunt pompoenen makkelijk zelf zaaien; zowel binnen of in een kasje in begin april of later in de volle grond rond half mei. Pompoenplanten kruipen over de grond en hebben daardoor veel ruimte nodig. Zaai de pompoenzaden op een diepte van 3 tot 5 cm en met een afstand van 150 tot 200 cm uit elkaar. Wanneer je dichter op elkaar zaait is het belangrijk om de zaailingen later uit te dunnen, zodat de planten voldoende ruimte krijgen.
Pompoenen groeien het liefst in humusrijke, waterdoorlatende grond. Belangrijker dan de grondsoort is de bodemtemperatuur, Cucurbita houden van een warm bed. Zorg er daarom voor dat je de zaden zaait op een zonnige plek. Zodra er vruchten aan de plant verschijnen kun je de pompoentjes op een laagje stro leggen en verder laten groeien, zo verminder je de kans op rotting.
Afhankelijk van de soort kun je pompoenen van de zomer tot de late herfst oogsten.
Rond september en oktober kunnen de meeste pompoenen geoogst worden. Een rijpe pompoen herken je aan de steel. Zodra de steel rimpels en groeven vertoond is de vrucht klaar. Oogst de pompoenen met een scherp en schoon mes. Door de steel aan de pompoen op een minimale lengte van 5 cm te houden verleng je de houdbaarheid van de pompoen.
De meeste pompoenrassen lenen zich goed om lang te bewaren. Laat de pompoen eerst enkele weken drogen op een luchtige plaats. Daarna kun je de vruchten op een donkere en koele plek, zoals bijvoorbeeld een schuur, enkele maanden bewaren.
Kan jouw woonkamer wel wat groen gebruiken? Kamerplanten zijn populairder dan oo...
De Areca palm - beter bekend als de Goudpalm - staat bekend om haar tropische uiterlijk. De plant komt oorspronkelijk uit Madagaskar en is te herkennen aan haar lange, smalle en puntige bladeren. Het is een hele betaalbare kamerplant die ook nog eens makkelijk te verzorgen is.
De Goudpalm, ook wel bekend als de Areca palm, staat het liefst op een lichte plek in de halfschaduw. Vermijd direct zonlicht en zorg dat de plant niet op een te koude of tochtige plek staat, want dat kan bruine bladeren veroorzaken.
De Goudpalm is een makkelijk te verzorgen kamerplant. Geef in de zomer ongeveer twee keer per week water en in de winter één keer per week. Besproei de bladeren licht om ze mooi groen en stevig te houden, vooral in de droge wintermaanden. Verwijder dorre of verkleurde bladeren door ze dicht bij de stam af te knippen.
Voed de Goudpalm in de zomer één keer per maand met Groene Planten Voeding of een vergelijkbare voeding voor palmen. Dit helpt de plant gezond te blijven en stimuleert de groei.
Geef de Goudpalm in de zomer ongeveer twee keer per week water, in de winter volstaat één keer per week. Controleer regelmatig of de grond niet te droog is en besproei de bladeren licht om uitdroging te voorkomen.
Gele bladeren bij de Goudpalm duiden vaak op een tekort aan water of plantenvoeding. Zorg dat je de plant regelmatig water geeft en voedt. Bruine bladeren kunnen ontstaan door een te koude of tochtige standplaats.
Je koopt de Goudpalm vaak in de bekende, bruine plastic pot. Als je de kamerplant een plek gaat geven in de kamer, wil je deze waarschijnlijk in een mooie plantpot zetten. Je kunt de kluit makkelijk verpotten naar een mooie sierpot en deze verder opvullen met een potgrond speciaal voor palmen.
De Goudpalm is een kamerplant die continu groeit en staat dan ook bekend als één van de grootste kamerplanten die er is. Het is daarom aan te raden om de plant elke 2 tot 3 jaar te verpotten naar een grotere pot om hem zo veel mogelijk groeiruimte te geven.
Rabarber (Rheum rhabarbarum) wordt sinds 1900 geteeld in Nederland en behoort to...
Vanaf maart of april kun je rabarber zaaien onder glas. Zodra er een klein stekje is ontstaan kun je ze rond mei of juni verplaatsen naar buiten. Het eerste jaar oogst je niets, de plant moet groot en sterk worden en hiervoor heeft hij zeker een jaar nodig.
Houd rekening met ongeveer een tussenruimte van 75 centimeter tussen de planten. Het worden vrij grote stengels en bladeren.
Als je ervoor hebt gekozen om een rabarberplantje te planten, doe dit dan in het najaar. De grond is dan nog warm van de najaarszon en bovendien is rabarber winterhard. Je kunt dan het voorjaar erop waarschijnlijk al oogsten.
Rabarber staat graag in grond die zowel water goed vasthoudt als afvoert, want de plant wil geen natte voeten maar zeker ook niet te droog worden.
Het kost de rabarber veel energie om te groeien, dus extra bemesting hebben ze wel nodig. Verwen je rabarberplanten met biologische mest in het voorjaar en rond de zomer.
Als je rabarber voldoende is gegroeid, kun je in de maanden april, mei en juni oogsten. Snijd de stelen dan niet af, maar ‘trek’ ze. Maak een draaiende beweging onderaan de stengel en trek hem voorzichtig van de plant af.
Tip: oogst niet alle stelen van een rabarberplant. Laat een stuk of drie stelen aan de plant zitten en oogst alleen de dikke stelen. Zo voorkom je dat de plant te zwak de winter ingaat en jij eet enkel de lekkerste stengels!
Rabarber blijft een paar dagen goed in de koelkast. Je kunt de stengels het beste direct verwerken in een recept (en dan bewaren) of weggeven. Vaak oogst je meer dan je werkelijk verbruikt, dus begin niet met al te veel planten tegelijk.
Cacaodoppen kunnen onkruidgroei remmen. Lees meer over hoe je ze aanbrengt, welke laagdikte werkt en hoe je het resultaat verbetert.
Ontdek de beste aaltjes tegen rouwvliegjes en hoe ze jouw kamerplanten snel en natuurlijk van vervelende vliegjes én larven afhelpen. Veilig, effectief en simpel!
Gras zaaien en bemesten tegelijk? Ontdek wanneer het kan, hoe je het aanpakt en hoe je snel een sterk, groen gazon krijgt.
Overzicht van soorten mulch en bodembedekkers, zoals boomschors, houtsnippers, cacaodoppen en kokos. Kies makkelijk wat past bij jouw tuin.
De beschrijving is niet per se bedoeld voor één plant. Hoeveel planten er met de inhoud behandeld kan worden, hangt af van de grootte van de pot. Een grote pot heeft meer water en voeding nodig dan een kleine en vice versa.
Er zijn twee manieren waarop een orchidee bewaterd kan worden. Indien je de orchidee uit de pot kunt krijgen is dat aan te raden. Je kunt vervolgens in een bak of de gootsteen met lauw water en Pokon Orchidee Voeding een mengsel maken waar de orchidee 10 tot 15 seconden in gedompeld kan worden. Vervolgens kun je de orchidee uit laten druppelen en weer in de pot plaatsen. Mocht de orchidee vast in de pot zitten, dan kun je ook de plant in de pot water geven zodat er een klein laagje onder in de pot staat.
Pokon Onkruid Weg! is speciaal ontwikkeld voor onkruiden, waaronder ereprijs, in het gazon. Het spaart het gazon. Als je last hebt van kleine plekjes met ereprijs kun je de strooibus gebruiken. Er zijn ook grotere verpakkingen voor grotere oppervlakte. De werkzame stoffen in dit product veroorzaken een kortstondige oncontroleerbare groei van onkruiden. De bladeren krullen op en uiteindelijk verwelkt en sterft het onkruid af tot de wortel.
Nee, Er zijn wel potgronden/substraten op de markt waar bestrijdingsmiddelen in vermengd zijn. Deze zijn echter alleen voor professionele teelten en in gecontroleerde stromen toegestaan. Voor consumenten zijn dergelijke middelen niet toegestaan als stof om door de potgrond te mengen. Deze tref je daarom ook niet aan bij Pokon Potgrond.
Al onze potgronden hebben het RHP-keurmerk. Wanneer een RHP keurmerk is toegekend aan een potgrond dan voldoet deze aan de volgende eisen:
Voor de niet-RHP producten, zoals tuinaarde, maken wij als Pokon geen gebruik van reststromen die mogelijk vervuild kunnen zijn met residuen van bestrijdingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld afgewerkte bollengrond.
Meer informatie ten aanzien van dit onderwerp vind je ook op de site van het RHP.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.