Waarmee kunnen we je helpen?

Vind hieronder antwoorden op de meest gestelde vragen. Zoek eenvoudig op een onderwerp waarover je meer wilt weten.
Categorie
Beestjes op mijn planten, hoe krijg ik ze weg?

Ongewenste beestjes, zoals luizen, rupsen, potgrondvliegjes en tripsen, kunnen je plant verzwakken. Het is eerst zaak om uit te zoeken van welk beestje je plant last heeft. Dit kan gemakkelijk via onze Pokon Probleemherkenner. In deze online tool kun je het beestje opzoeken waar je plant last van heeft. Wanneer het beestje hebt gevonden kun je zien hoe je het beste je plant kunt behandelen. 

Planten met een mindere weerstand, zijn vatbaarder voor externe invloeden zoals ongewenste beestjes. Door je planten goed te verzorgen maak je ze vitaal en gezond.  Geef je planten voldoende water en voeding.

Behouden de houtsnippers de cacaobruine kleur?

Ja, de houtsnippers behouden gemiddeld tot drie jaar hun kleur. Door zonlicht en weersinvloeden kan de kleur geleidelijk vervagen. Door regelmatig bij te strooien blijft het oppervlak mooi egaal.

Bezorgen jullie ook in België?

Ja, wij bezorgen Pokon producten in België. 

Beïnvloeden de houtsnippers de pH van de bodem?
Nee, Pokon Houtsnippers Cacaobruin hebben geen invloed op de verzuring van de grond. In tegenstelling tot boomschors, dat op termijn de bodem kan verzuren, zijn deze houtsnippers pH-neutraal.
Bij het afzagen van een tak scheurde de bast in, wat doe ik daar aan?

1. Zaag de tak af op zo’n 30 cm vanaf de stam, om het meeste gewicht van de tak te halen.

2. Zaag de tak daarna aan de onderzijde een klein stukje in, net buiten de takkraag.

3. Zaag de tak dan buiten de takkraag netjes af, zodat er een gladde wond ontstaat.

Als een tak in de weg zit of de boom opgekroond moet worden, moet je weleens een dikke tak weghalen. Zaag daarbij altijd net buiten de takkraag, de verdikking bij de overgang van stam naar tak. Als de takkraag intact blijft, kan een boom zijn wonden sneller afgrendelen en overgroeien. Bij het afzagen kan een tak soms plotseling doorbreken, waarbij er vaak ook een reep bast van de stam afscheurt. Omdat dit een invalspoort voor ziekten is, smeer je in dat geval een wondafdekmiddel op de plek. Het inscheuren van de bast kun je voorkomen door dikke takken in drie etappes af te zagen.

Bij welke temperatuur gras maaien?

Gras maaien kan het beste bij gematigde temperaturen, meestal tussen de 15 en 25 graden Celsius. Check ook altijd even of het gras niet vochtig aanvoelt. Als je gras maait dat nog nat is, kan dit leiden tot een ongelijkmatige snede wat gras vatbaarder maakt voor ziekte.

Boven mijn tuintafel zorgt een dakplatan 's zomers voor schaduw. Hoe houd ik hem plat?

Omdat een plataan goed reageert op snoei en je de jonge takken uitstekend kunt leiden, is hij heel geschikt als groene parasol. Wel is een plataan van nature een sterke groeier, die in de loop van het seizoen veel opgaande scheuten vormt. Om je dakplataan in model te houden, snoei je die scheuten elk jaar terug tot op 2 cm van de gesteltakken. Dat kun je doen net voordat het bruine blad afvalt of tijdens de rustperiode in de winter. Groeit hij erg sterk, kort dan de eenjarige scheuten rond juni alvast met de helft in.

De Mahonia in mijn tuin heeft zijn mooiste tijd wel gehad. Wanneer kan ik hem snoeien?

Omdat wintergroene struiken het hele jaar in blad staan, kennen ze geen echte rustperiode. Maar veel wintergroene plantensoorten groeien vrij langzaam en regelmatig,zodat ze nauwelijks snoei nodig hebben. Bij een Skimmia kun je af en toe een tak weghalen die buiten de groeivorm uitsteekt, bij camelia’s bestaat de snoei vooral uithet wegknippen van uitgebloeide bloemen. Als er soorten zijn die je wel wilt snoeien, doe dat dan na de bloei. Viburnum tinus kun je rond april/mei in model knippen, Mahonia in mei/juni. Ook een rododendron mag je in juni eventueel wat terugnemen als hij te ver uitgroeit. Bij hulst komt de groei pas laat op gang, zodat je die pas in juli in model snoeit. Lavendel en rozemarijn zijn eveneens wintergroen, maar ook vorstgevoelig. Snoei ze in het voorjaar als ze uit beginnen te lopen, dat is rond half april. Knip niet in het oude hout maar laat het groen aan de takken staan. Na de bloei kun je lavendel het best in juli nog lichtjes toppen om hem compact te houden.

De aaltjes hebben niet gewerkt, hoe kan dat?

1. Bodem is ingedroogd/niet voldoende nat gehouden 

Een voorwaarde voor een succesvolle toepassing is dat de bodem voor en na de behandeling goed vochtig gehouden dient te worden. Aaltjes hebben vocht nodig om te overleven en daarnaast hebben ze het nodig om zich te verplaatsen. 

2. Kleigrond 

Wanneer je zwarte kleigrond in je tuin hebt is het moeilijker voor aaltjes om zich te verplaatsen. Hierdoor kan het zijn dat de aaltjes niet op tijd een nieuwe gastheer kunnen vinden. Een herhaalbehandeling is noodzakelijk. 

3. Te warm water 

Wanneer je te warm water (temperatuur boven 35°C) gebruikt tijdens toepassing, kan het zijn dat aaltjes dood gaan. Let op: de temperatuur in een drukspuit kan snel oplopen met warm weer. 

4. Te weinig geroerd 

Als de oplossing niet vaak genoeg geroerd wordt, zinken de aaltjes naar de bodem en gaan ze dood door zuurstofgebrek. 

5. De bodemtemperatuur was te laag 

Aaltjes hebben een minimale bodemtemperatuur nodig om actief te worden. Is de grond te koud? Dan kunnen ze zich minder goed verplaatsen en de plaag niet goed aanpakken. Controleer daarom altijd de aanbevolen temperatuur op de productpagina of verpakking. 

6. Het verkeerde aaltje is gebruikt 

Niet ieder aaltje werkt tegen iedere plaag. Zo zijn er specifieke aaltjes voor bijvoorbeeld rouwvliegjes, engerlingen, emelten of taxuskevers. Controleer daarom altijd of je de juiste aaltjes voor de betreffende plaag hebt gebruikt. 

7. De cyclus van rouwvliegjes is niet doorbroken 

Bij rouwvliegjes bestrijden aaltjes de larven in de potgrond. De volwassen vliegjes die al rondvliegen, blijven echter nog enige tijd aanwezig. Daarom is het belangrijk om niet alleen de larven aan te pakken, maar ook de volwassen vliegjes weg te vangen, bijvoorbeeld met gele vangplaten. Zo doorbreek je de levenscyclus van de rouwvliegjes en voorkom je dat er nieuwe eitjes worden gelegd. 

De biologische plantenvoeding ruikt na een tijdje onaangenaam. Is hij nog wel goed?

Het klopt dat onze biologische plantenvoeding een sterkere geur hebben. Dit komt omdat er in de voeding gebruik wordt gemaakt van organische ingrediënten die een luchtje bij zich kunnen dragen. Wanneer je de voeding aanmaakt met water en aan de plant geeft, is de geur gelukkig snel verdwenen. Ook de dikkere structuur van de plantenvoeding is een kenmerk dat hoort bij de biologische variant.