Veel mensen kennen de Bananenplant (Musa) van verre reizen en vakanties, want ze...
Meestal wordt er gesproken over een Bananenboom, maar wat een stam lijkt te zijn, is niet meer dan over elkaar liggende, vleugelachtig verbrede bladstelen die samen de schijnstam van deze vaste Bananenplant vormen. De bloemen ontwikkelen zich aan een dikke bloemstengel met een vaak purperen schutblad. Aan het uiteinde van de hangende bloemstengel zitten de mannelijke bloemen en hogerop de vrouwelijke die uitgroeien tot bananen. Omdat de bloeiwijze door de zwaartekracht naar beneden hangt en de bananen naar het licht omhoog willen groeien, worden de bananen enigszins krom van vorm. Op plantages waar bananen geproduceerd worden, duurt het ongeveer anderhalf jaar van planten tot oogsten. De moederplant sterft dan af, maar inmiddels hebben zich jonge scheuten gevormd die voor een volgende oogst zorgen. Bananenplant draagt als woonplant zelden vruchten.
Bananen komen oorspronkelijk uit Oost-Azië en hebben zich van daaruit verspreid over de rest van de wereld, in landen rond de evenaar. De eerste kweek door mensen stamt van ongeveer 8000 jaar voor Christus, in de Wahgivallei op Nieuw Guinea. Alexander de Grote zou de planten naar het westen hebben meegenomen, vanuit India. Op plantages werden de Bananenplanten – met dank aan hun grote bladeren – in eerste instantie gebruikt om koffie-, cacao- en peperplanten te beschermen tegen de felle zon en pas daarna gewaardeerd om de vruchten.
Het assortiment Bananenplanten is beperkt. De meest voorkomende variëteiten zijn Musa ‘Dwarf Cavendish’ en Musa ‘Tropicana’. De meeste Bananenplanten worden als Dwergbananenplant aangeboden en zijn door het formaat ook geschikt voor in de huiskamer. Kenmerk van alle planten zijn de grote, gaafrandige bladeren met een vaak iets golvende rand. Soms is er een donkere bladtekening in het blad, wat de sierwaarde extra verhoogd. Bij winterharde bananen is het goed om te weten dat alleen de wortelstok goed winterhard is en de bovengrondse delen gevoelig zijn voor vorst.
De Bananenplant houdt van veel licht, maar vermijd direct zonlicht in de zomer, omdat dit de bladeren kan verbranden. Een plek bij een raam op het oosten of westen is ideaal. Zorg ervoor dat de plant niet op de tocht staat en dat de temperatuur niet onder de 15°C komt. In de zomer kan de Bananenplant ook buiten staan, zolang hij beschut is tegen wind en felle zon.
Tijdens het groeiseizoen (lente en zomer) heeft de Bananenplant regelmatig voeding nodig. Gebruik wekelijks een universele vloeibare plantenvoeding, zoals Pokon Kamerplanten Voeding, of een voeding speciaal voor groene kamerplanten. In de herfst en winter is de plant in rust en hoef je geen voeding te geven.
De Bananenplant heeft veel water nodig, vooral in de zomer. Houd de potgrond vochtig maar niet drassig. Geef water zodra de bovenste laag van de grond droog aanvoelt. In de winter mag je minder water geven, maar laat de grond nooit volledig uitdrogen. Gebruik bij voorkeur lauw water en vermijd kalkrijk kraanwater.
Soms kan het voorkomen dat jouw Bananenplant gele bladeren krijgt. Dit komt meestal door wortelrot. De plant heeft dan te veel water gekregen dan het op kon nemen via de wortels. Hierdoor is er een laagje water ontstaan in de bodem van de bloempot en zijn de wortels gaan rotten. Ook kunnen gele bladeren ontstaan als de Bananenplant te donker staat. Verwijder gele bladeren als ze volledig zijn afgestorven.
Wist je dat je Bananenplanten gemakkelijk kan stekken? Lees hier meer over kamerplanten stekken.
Ben je op zoek naar kleur voor in je tuin? Oleander is dan precies wat je zoekt!...
De Oleander, ook wel de Nerium Oleander, is een plant die deel uitmaakt van de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Van oorsprong komt deze plant voor in het Middellandse Zeegebied. Inmiddels vind je deze struik vrijwel overal, waaronder in landen in Oost-Azië.
Deze tropisch uitziende plant is niet winterhard. Om die reden kun je hem het beste in een pot zetten zodat hij in de winter binnen kan staan.
Er is slechts één soort Oleander, maar deze komt in veel verschillende varianten wanneer het aankomt op de kleur van de bloemen en de hoogte.
Om jouw Oleander optimaal te laten groeien kun je deze het beste in maart/april verpotten. Jonge planten hebben jaarlijks behoefte aan een wat grotere pot en verse potgrond. Oudere planten verpot je elke twee tot drie jaar.
Je kunt Oleander makkelijk stekken door in de maanden juni tot en met september een stekje van 10 tot 15 centimeter te knippen. Kies hiervoor een gezonde, jonge tak waarbij de onderkant van het stekje wat houtig is en waarbij de blaadjes dicht op elkaar zitten. Snijd het stekje vlak onder een knop of verdikking schuin af met behulp van een scherp mesje. Zet het stekje in de potgrond. Geef voldoende water en zet het potje met het stekje op een warme en lichte plek. Voorkom dat de grond te nat is. Na ongeveer 4 tot 6 weken zullen de eerste worteltjes gegroeid zijn.
De sterjasmijn, ook wel Toscaanse jasmijn genoemd, is geliefd om zijn witte, geu...
De Sterjasmijn, ook wel Toscaanse jasmijn genoemd, is een winterharde klimplant die van oorsprong uit Zuidoost-Azië komt. De plant is geliefd om zijn prachtige, geurende bloemen en zijn dichte, groene bladeren.
De sterjasmijn is een winterharde plant tot temperaturen tot -15 graden Celsius. Let op dat je de plant wel wat beschutting geeft. Een koude wind kan funest zijn voor deze plant. Ook is het belangrijk dat de sterjasmijn in de winter niet in te natte grond staat. Gebruik daarom een aanplantgrond bij het neerzetten van deze planten om de grond goed waterdoorlatend te laten zijn. Wanneer de plant te nat staat en het gaat vriezen kan de plant dood gaan.
Ja, de Toscaanse Jasmijn is een snelgroeiende klimplant. Deze plant kan jaarlijks tot wel 100 cm groeien. Het is een populaire klimplant vanwege zijn lange bloeitijd, prachtige stervormige bloemen en heerlijke geur.
Plant Toscaanse Jasmijn op een plek met veel zonlicht of halfschaduw. Deze plant groeit beter in de volle zon, maar kan ook goed groeien op een plek in halfschaduw. Kies een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een muur of schutting om de plant te beschermen tegen koude wind.
De Kalanchoë is een bloeiende vetplant die je in de meest uiteenlopende variante...
Kalanchoë vindt zijn oorsprong in Madagaskar. Ook zijn er verschillende soorten die specifiek afkomstig zijn uit Afrika, Zuidoost-Azië en China. Je herkent deze vetplant aan het dikke, vlezige blad. De randen van het blad zijn geschulpt of gekarteld. De bloemen van deze plant groeien over het algemeen in compacte schermen. Ook zijn er varianten waarbij de bloemen rondom een lange stengel hangen.
Er zijn ongeveer 120 verschillende soorten van de Kalanchoë. Dit zijn een aantal populaire soorten op een rij:
Deze Kalanchoë soort wordt ook wel de ‘Mother of millions’ genoemd. De reden hiervan is dat er aan de smalle bladeren babyplantjes groeien. Heeft deze Kalanchoë het erg naar haar zin, dan verschijnen er kleine oranje bloemetjes. Een andere naam waar deze Kalanchoë bekend onder is, is de Kalanchoë tubiflora.
Naast de ‘Mother of millions’ is er ook de ‘Mother of thousands’, ook wel de Kalanchoë daigremontiana. Ook bij de Mother of thousands groeien er babyplantjes aan de bladeren. Zodra de babyplantjes klaar zijn om op eigen benen te staan vallen ze vanzelf van de moederplant af.
De Kalanchoë tometosa wordt ook wel de pandaplant genoemd. Deze Kalanchoë is te herkennen aan dik, zacht behaard blad met opvallende bruine vlekjes langs de rand.
In tegenstelling tot de eerder genoemde Kalanchoë varianten heeft de Kalanchoë thyrsiflora, ook wel de Woestijnroos, brede bladeren die wat weg hebben van een roos. De groene bladeren hebben een paarsbruine rand.
Deze Kalanchoë soort wordt ook wel de Olifantsoor genoemd. Je herkent deze variant aan de lichtgroene, behaarde bladeren met gekartelde en golvende rand. Ze hebben dus wat weg van hoe de oren van de olifant eruit zien. De bladeren van deze variant kunnen wel 30 centimeter lang en 10 centimeter breed worden.
Doordat een Kalanchoë snel groeit is het nodig om deze plant jaarlijks te verpotten. Let daarnaast op de wortels. Zit de pot helemaal vol met wortels, dan is het ook tijd voor een grotere pot. Kies bij het oppotten voor een pot die 10% groter is dan de vorige. Vul de extra ruimte op met Cactus Potgrond. Ook direct na aankoop is het vaak verstandig om deze plant in een grotere pot te zetten. Check dus vooral de wortels.
De Anemoon kan worden onderverdeeld in voorjaarsbloeiers met knol en voorjaarsbl...
De Anemoon vindt zijn oorsprong in gematigde gebieden in Europa, in Japan en Azië. De herfstanemoon en de bosanemoon zijn de bekendste soorten. De herfstanemoon staat ook wel bekend als de Japanse Anemoon. Deze bloem is er in de meest uiteenlopende varianten en behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
De Anemoon is winterhard, maar niet wintergroen.
Er zijn 120 verschillende soorten Anemoon. De bekendste soorten zetten we graag voor je op een rij:
De Anemone Nemorose is een variant die klein blijft. Hij bereikt een maximale hoogte van 5 tot 10 centimeter. Dit maakt hem perfect om de border mee op te vullen. Het liefst staat deze variant op een plekje waar halfschaduw tot schaduw is. In de maanden maart tot en met mei kun je genieten van kleine, witte bloemetjes.
Anemoon Hupehensis is een herfstanemoon met lichtroze bloemen met een geel hart. In de maanden juli tot en met september bloeit deze Anemoon volop. Deze variant bereikt een hoogte van 60 tot 90 centimeter en staat het liefst in de volle zon of halfschaduw.
De Blada steelt de show met zijn opvallende kleuren. Hij is er namelijk in het wit, paars/blauw en roze. Vaak wordt deze Anemoon als mengsel verkocht. De Anemone Blada is een knolgewas en bereikt een hoogte van 10 tot 15 centimeter. Hij bloeit in de periode maart-april en staat bij voorkeur in de volle zon of op een plek met lichte schaduw.
In tegenstelling tot andere Anemoon soorten is de Anemone Coronaria matig winterhard. Haal de knollen daarom in de nazomer uit de grond en bewaar ze droog en vorstvrij. Mocht je de knollen in de grond willen laten zitten, dan kun je ze afdekken met blad of stro. De Coronaria staat het liefst in de volle zon en bereikt een hoogte van 25 tot 50 centimeter. Hij bloeit in de maanden mei tot en met oktober.
De Anemoon Sylvestris is te herkennen aan de grote, witte bloemen. Wanneer deze Anemoon uitgebloeid is krijgt hij decoratief vruchtpluis. De Sylvestris geeft de voorkeur aan een plek in de volle zon of lichte schaduw. Hij bloeit in mei en juni en bereikt een hoogte van 25 tot 35 centimeter.
Heb jij de Strelitzia al in huis? Deze kamerplant, afkomstig uit Zuid-Afrika, is...
Er zijn veel verschillende soorten Strelitzia. De twee bekendste soorten zijn de: Reginae en Nicolai.
De Strelitzia Reginae is een groene plant met spitsig blad en oranje en blauwe bloemen. Deze planten bloeien pas als ze 4 á 5 jaar oud zijn, maar hebben daarvoor al een sierwaarde door de blauw/groene bladeren.
De Strelitzia Nicolai komt pas vanaf 3 meter hoogte tot bloei en produceert dan grote, witte bloemen. Beide een bijzondere toevoeging aan jouw urban jungle! (Of natuurlijk gewoon in jouw huiskamer ;))
De Strelitzia staat het liefst op een lichte plek in huis, waarbij de kamertemperatuur niet onder de 10°C komt. In de zomermaanden kan de Strelitzia ook in de volle zon staan, bijvoorbeeld buiten op het terras. Direct zonlicht binnen kan echter de bladeren verbranden, dus vermijd dit.
De Strelitzia heeft in de winter minder water nodig en mag dan vrij droog gehouden worden. In de zomer heeft de plant juist meer water nodig vanwege de grote bladeren die veel verdampen. Geef water afhankelijk van het seizoen, de grootte van de plant en de standplaats. Besproeien is niet noodzakelijk, maar kan bruine bladeren helpen voorkomen. Voed de plant van mei tot en met september één keer per twee weken met Pokon Bio Kamerplanten Voeding. Verwijder oude bloemen en bladeren voorzichtig met de hand.
De Strelitzia kan van mei tot en met september elke twee weken worden gevoed met Pokon Bio Kamerplanten Voeding. Dit stimuleert een uitbundige bloei en voorziet de plant van essentiële voedingsstoffen en sporenelementen.
De Strelitzia heeft vooral in de lente en zomer veel water nodig, ongeveer één keer per week. Laat de bovenste laag van de grond tussen gietbeurten uitdrogen. In de winter geef je minder water, bijvoorbeeld eens in de twee weken, en laat je de plant af en toe indrogen om schimmels te voorkomen.
Gele of krullende bladeren bij de Strelitzia kunnen verschillende oorzaken hebben, zoals lage luchtvochtigheid, te weinig water, te veel of te weinig licht, of een tekort aan voedingsstoffen. Verhoog de luchtvochtigheid door de bladeren te sproeien, geef voldoende water en zorg voor een plek met voldoende licht, maar vermijd direct zonlicht. Bemest regelmatig tijdens het groeiseizoen om tekorten te voorkomen.
Het verpotten van de Strelitzia is alleen belangrijk wanneer de huidige pot te klein wordt. Haal de Strelitzia dan uit het potje en stop deze in een grotere pot waarbij je nieuwe potgrond toevoegt. Gebruik Pokon Kamerplant Potgrond.
Je houd je Strelitzia mooi en gezond door hem goed te verzorgen. Belangrijk voor een strelitzia is dat je hem op de juiste plek zet, met veel licht maar niet in direct zonlicht. Direct zonlicht kan bladeren verbranden. Als je plant te weinig licht krijgt, groeit hij nauwelijks. Geef je plant regelmatig water, maar laat altijd de bovenste laag van de grond tussen de gietbeurten uitdrogen. Daarnaast is het belangrijk om deze plant in de lente en zomer plantenvoeding te geven.
Er kunnen verschillende reden zijn dat de bladeren van een Strelitzia gaan krullen:
Ja, een Strelitzia is een flinke drinker, vooral tijdens de groeiperiode in de lente en in de zomer. Geef je Strelitzia ongeveer één keer per week water. Zorg ervoor dat de bovenste laag van de grond is uitgedroogd, voordat je hem opnieuw water geeft. In de winter heeft je plant minder water nodig. Geef dan minder vaak water, bijvoorbeeld eens in de twee weken.
Met zijn opvallende bladeren waarbij het lijkt alsof iemand kleine gaatjes gekni...
De Monkey Mask, officieel bekend als de Monstera Adansonii, vindt zijn oorsprong in de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika. Deze tropische klimplant komt voor in Mexico, Panama en Costa Rica, waar hij zich aanpast aan de omgeving van het dichte regenwoud. De tropische temperaturen en hoge luchtvochtigheid zorgen ervoor dat de Monkey Mask meters groot kan worden.
De Monkey Mask heeft een kruipende en klimmende groeiwijze. In zijn natuurlijke omgeving klimt de plant langs bomen en andere oppervlakken, waarbij hij gebruikmaakt van zijn luchtwortels om steun te vinden. Geef hem dus iets om zich aan vast te houden, zoals een mosstok, bamboestokken of een plantgeleider. Deze klimplant kan zowel omhoog geleid worden als hangend in een mand tentoongesteld worden. Een opvallend detail is dat de Monkey Mask luchtwortels ontwikkelt, die zich vasthechten aan oppervlakken en de plant ondersteunen bij het klimmen.
De Monkey Mask houd van een vochtige grond, maar vermijd dat de wortels in het water staan. Hiermee voorkom je wortelrot. In de zomerperiode, wanneer de plant actief groeit, moet je hem vaker water geven. In plaats van één keer per week vraagt hij dan een tweede keer om water. Laat de bovenste laag van de grond tussen gietbeurten door licht opdrogen. De luchtvochtigheid en temperatuur in huis bepalen hoe vaak je de Monkey Mask water moet geven. Het kan voorkomen dat jouw Monkey Mask in de zomer om extra water vraagt. In de winter, wanneer de plant in een rustperiode verkeert, heeft hij soms minder water nodig dan eenmaal per week. Kijk goed hoe jouw plant reageert om uit te zoeken welk bewateringsschema bij jouw plant past.
Plaats de Monkey Mask op een plek met helder, indirect licht. Hoewel deze plant in de natuur wel gewend is aan een schaduwrijke plek onder de bomen, heeft hij in je woonkamer graag helder, gefilterd licht. Vermijd direct zonlicht om bladverbranding te voorkomen.
De Monkey Mask is een klimplant die je het beste kunt ondersteunen met een mosstok of plantgeleider. Snoei alleen dode of beschadigde bladeren en verpot de plant in het voorjaar of vroege zomer voor optimale groei.
Tijdens het groeiseizoen (lente en zomer) voed je de Monkey Mask elke maand met Bio Palm Voeding. Zo krijgt je plant alle benodigde voedingsstoffen binnen. Verminder de bemesting in de herfst en winter. Met Bladglans Spray geef je de bladeren van je gatenplant een prachtige glans, waardoor hij nog meer opvalt.
Gele bladeren bij de Monkey Mask kunnen ontstaan door te veel water of een te droge lucht. Zorg voor goede drainage en pas de watergift aan op de luchtvochtigheid en temperatuur in huis.
Palmen Potgrond geeft je Monkey Mask de perfecte basis. Zorg ervoor dat de pot goede drainage heeft om wateroverlast te voorkomen. Leg een laag Hydrokorrels op de bodem van de pot, zodat deze het overtollige water opnemen.
Over het algemeen staat de Monkey Mask bekend als een vrij snelgroeiende plant in vergelijking met sommige andere kamerplanten. Het verpotten van de Monkey Mask (Monstera Adansonii) is dan ook een belangrijk onderdeel van de verzorging. Zorg ervoor dat de plant voldoende ruimte heeft om te groeien en gezond te blijven. Het beste moment om je Monkey Mask te verpotten is in het voorjaar of vroege zomer, wanneer de plant in een periode van actieve groei is. Zorg ervoor dat de nieuwe pot schoon is en dat er drainagegaten aanwezig zijn om overtollig water af te voeren. Geef je plant 20% extra ruimte in de nieuwe pot.
De Monkey Mask, ook bekend als Monstera Adansonii, staat bekend om zijn veelzijdige verzameling namen. In het Nederlands staat deze bijzondere gatenplant ook wel bekend als de rimpelgatenplant, omdat de bladeren licht gerimpeld zijn. Naast de populaire term "Monkey Mask", wordt de plant internationaal vaak liefkozend aangeduid als de "Swiss Cheese Vine" vanwege de opvallende gaten in de bladeren die doen denken aan gatenkaas.
De Dropplant is een vaste plant die uitbundig bloeit. Met zijn lavendelblauwe/pa...
De Dropplant, ook wel dropnetel of agastache, is onderdeel van de muntfamilie. Van oorsprong vind je deze plant in het oosten van Azië tot aan het midden van Amerika. Van nature komt de Dropplant niet voor in Nederland.
Er zijn ongeveer 20 verschillende soorten Dropplant. Het verschil tussen de verschillende soorten zit vooral in de sierwaarde en de geur. Ook is de ene variant wel winterhard en de andere niet/minder. Dropplant is er in uiteenlopende kleuren. Denk hierbij aan wit, geel, oranje, lila, paars, roze en blauw.
De Agastache Black Adder is samen met de Blue Fortune vrijwel de bekendste variant van de Dropplant. Net als de Blue Fortune geeft hij een uitbundige donkerblauw/paarse bloei. Qua vorm blijft deze variant alleen net wat compacter. De Dropplant Black Adder bloeit in de periode van eind juli tot en met september. Hij bereikt een hoogte van 80 tot 100 centimeter.
De Blue Fortune ruikt naar anijs en bloeit in de periode van eind juni tot en met september. Deze variant heeft een paarse kleur en bereikt een hoogte van 80 tot 120 centimeter.
De Agastache Fleur is een variant die prachtig oranje/rood bloeit. Hij houdt van de zon en heeft een hekel aan natte voeten. Gemiddeld bereikt deze variant een hoogte van 80 tot 100 centimeter.
De Dropplant Navajo Sunset valt op met zijn kleine, buisvormige, oranje bloemetjes. Deze variant bereikt een hoogte van zo’n 90 centimeter en is matig winterhard.
Ben je op zoek naar een roze variant van de Dropplant, dan is de Pink Perfum wat je zoekt! De Dropplant Pink Perfum geeft in de periode mei tot en met oktober prachtig roze bloemen. In tegenstelling tot de eerder genoemde soorten blijft deze variant iets lager. Hij bereikt een hoogte van zo’n 65 centimeter.
De Kolibri variant fleurt elke tuin op. Tijdens de bloeiperiode van juni tot en met oktober geeft hij namelijk zacht roze en oranje bloemetjes. Hij blijft compact qua formaat en groeit mooi rechtop. Gemiddeld bereikt de Kolibri variant een hoogte van zo’n 70 centimeter. Ook maak je de bijen helemaal blij met deze plant in je tuin.
Je kunt de Dropplant het beste verplanten of verplaatsen in de maanden maart-april. Is de plant erg groot en heeft hij een flinke kluit, dan kun je hem splitsen door de kleur in stukken te delen. Lees hier meer over het verhuizen van planten. Geef je planten direct een goede start op de nieuwe plek met aanplantgrond.
Gipskruid is er in de kleuren roze en wit. De bloem wordt met grote regelmaat ge...
Gipskruid heet ook wel Gypsophila. Deze plant is over het algemeen kalkminnend en vindt zijn oorsprong in het Middellandse Zeegebied.
In totaal zijn er 80 tot 100 soorten Gipskruid. Het grootste verschil zit hem in de grootte en/of de kleur van de bloemen.
De ‘Rosa Schonheit’ heeft prachtige roze bloemetjes en bereikt een hoogte van ongeveer 20 centimeter. Deze variant staat graag in de zon en bloeit in de periode juni tot en met augustus.
De Gypsophila elegans is een variant die regelmatig wordt gebruikt in boeketten. Hij heeft kleine, witte bloemetjes en bereikt een hoogte van ongeveer 50 centimeter.
De Gypsophila cerastioides herken je aan de witte bloemetjes met paars gekleurde nerven. Deze variant gipskruid is ideaal als bodembedekker en bloeit in de periode van mei tot en met juli.
Deze soort heeft opvallende, licht roze bloemetjes. Hij bereikt een hoogte van zo’n 40-50 centimeter en bloeit in de periode van juli tot en met september.
De Gypsophila repens 'Alba' heeft net als de Elegans witte bloemetjes. In tegenstelling tot de Elegans is de Alba perfect als bodembedekker. Hij bereikt namelijk een hoogte van 10 tot 20 centimeter.
Staat jouw gipskruid in een pot? Dan raden we je aan om eenmaal per 2-3 jaar te verpotten. Doe dit in de lente. Kies hierbij voor een pot die tweemaal zo groot is als de kluit. Breng onder in de pot een laagje Hydrokorrels aan en pot de plant vervolgens op met Bio Terras & Balkon Planten Potgrond.
Elke plant is uniek op zijn eigen manier. De mimosa pudica is een bescheiden pla...
De mimosa komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De temperaturen liggen daar gemiddeld tussen de 20 °C en 25 °C. In Nederland komen deze heerlijke mediterrane temperaturen, buiten de zomer om, niet voor. Om deze reden wordt de mimosa in ons land voornamelijk als kamerplant gehouden. Door de lage temperaturen in de herfst en winter is dit verfijnde plantje minder geschikt als borderplant.
De mimosa pudica staat in Nederland ook wel bekend als Kruidje-roer-mij-niet. De lange, smalle blaadjes van deze plant hebben een bijzondere eigenschap. Wanneer je deze aanraakt dan vouwen de blaadjes zich naar binnen. Er bestaan weinig planten die zo snel reageren op aanraking! Dit maakt deze plant dan ook zo uniek. Door de blaadjes naar binnen te rollen beschermt deze kleine held zich ook in de avonduren. Door de compacte vorm van de bladeren verdampt er minder water. Zodra het licht wordt, vouwt de plant zich weer open. Door het ochtendlicht zorgt de plant met hernieuwde energie voor gezelligheid in jouw woonkamer.
Het overgrote deel van het jaar is de mimosa groen. Het is dus een verrassing wanneer de pluizige paarse bollen aan de plant verschijnen. Wanneer de plant in bloei staat, zou het zomaar kunnen dat je de bloemenpracht mist. De bijzondere bloemen bloeien namelijk maar één dag per keer! Het is daarom extra leuk om de bloemen te zien verschijnen. Heb je meerdere mimosa’s in huis? Dan is het goed mogelijk dat je vlak na de bloeiperiode kunt beginnen met stekken. Nieuwe mimosa planten ontstaan namelijk alleen na bestuiving. Voor plantenliefhebbers met hooikoorts levert dit waarschijnlijk enkele flinke niezen op.
Het favoriete plekje van de mimosa is een lichte plaats waar de zonnestralen de fijne blaadjes snel kunnen bereiken. Hoe meer zonlicht je plant weet op te vangen, hoe fijner deze bijzondere groeier het vindt. De mimosa is geen veeleisende plant. Wanneer je weet hoe je het beste voor deze groene held zorgt, geniet je jaren van zijn bijzondere uiterlijk.
Hieronder hebben we de verzorgingstips op een rijtje gezet om jou en je mimosa op weg te helpen.
Verpotten is enkel nodig wanneer de plant meer ruimte nodig heeft. De mimosa houdt er niet van als er dingen in de omgeving veranderen. Zet na het verpotten de pot op dezelfde plaats terug, met de blaadjes dezelfde kant op. Wanneer het licht opeens van de andere kant komt, duurt het namelijk een tijdje voordat de plant hieraan gewend is.
Opvallende, grote bloemschermen in de kleuren wit, geel, paars of blauw. De sier...
Van oorsprong vind je Allium vooral in Europa, Azië en het Midden-Oosten. Allium, ook wel sierui genoemd, behoort tot de lookfamilie. Deze plant behoort dan ook tot dezelfde familie als knoflook, bieslook en prei.
Er zijn onwijs veel verschillende soorten Allium, namelijk wel 300! Bijna allemaal bloeien ze in de zomer. Het verschil tussen al deze soorten zit in de maximale hoogte, de kleur van de bloemen, de groeiwijze van de bloem en de bloemgrootte. Hieronder vind je vijf populaire soorten.
De Giganteum is de grootste variant Allium die er is. De bollen met bloemen van deze variant kunnen een doorsnede hebben van maar liefst 15 centimeter en zijn paars van kleur. Ook in hoogte is deze variant een reus. Hij kan namelijk een hoogte bereiken van maar liefst 180 centimeter. Een echte eyecatcher in jouw border.
De bloemen van de Allium Purple Rain hebben een donker lila kleur. In tegenstelling tot de bloemen van de Giganteum zien die van de Purple Rain er veel luchtiger uit. Allium Purple Rain wordt gemiddeld 90 centimeter hoog en bloeit in de maanden juni en juli.
Wanneer je zoekt naar een apartere Allium, dan is de Allium Amethystinum Red Mohican misschien iets voor jou. Deze Allium krijgt namelijk geen paarse, maar rode bloemen. Deze bloemen bloeien vooral in juli.
De Allium Caeruleum kenmerkt zich door de blauwe bloemetjes. Deze variant sierui blijft iets lager, namelijk 40 centimeter. Hierdoor is hij goed te combineren met andere planten in je border.
De Flavum staat het liefst op de warmste plek in de tuin. Hij krijgt gele, klokvormige bloempjes die wat hangen.
Wanneer je vanaf het einde van de zomer tot in het late najaar kleur wil in jouw...
Herfstaster vindt zijn oorsprong in Europa, Azië en Noord-Amerika. Daarnaast zijn er een aantal inheemse soorten in Nederland en België zoals de kalkaster.
Er zijn enorm veel verschillende soorten herfstasters, namelijk meer dan 600!
Deze herfstaster krijgt in zijn bloeiperiode witte bloemetjes die wat weg hebben van een madeliefje. Hij bereikt een hoogte van 50 tot 70 centimeter. De bloeitijd van deze variant is van september tot en met november.
De Aster novei-belgii Porzellan bereikt een hoogte tot zo’n 100 centimeter. In de bloeiperiode van september tot en met november krijgt deze variant blauw paarse bloemetjes. Bij voorkeur staat deze aster op een zonnige plaats.
De Herfstaster novi-belgii Patricia Ballard groeit en bloeit goed op de wat zwaardere bodemtypen. Ook kun je deze variant goed combineren met andere planten in je siertuin. Hij bereikt een hoogte van ca. 90 centimeter. In de periode van augustus tot en met oktober krijgt deze variant roze bloemetjes met een geel hart.
Deze bekende, hoge herfstaster bereikt een hoogte van ongevee3r 50 centimeter. Hij bloeit van augustus tot en met september en krijgt lavendelblauwe bloemetjes. Hij staat graag op een zonnige plek in een goed doorlaatbare grond.
Met zijn fel roze gekleurde bloemetjes valt deze herfstaster direct op in jouw tuin. De dumosus Peter Harrison bereikt een hoogte van ongeveer 40 centimeter. Hij staat het liefst op een zonnige plek of een plek met halfschaduw.
Wanneer je jouw herfstaster wil verplanten kun je dit het beste in de lente doen. Graaf de kluit van de plant zo voorzichtig mogelijk uit. Voorkom dat je hierbij de wortels beschadigt.
Spint veroorzaakt kleine stipjes, verkleurde bladeren en fijne spinsels. Vroege herkenning en een passende behandeling helpen schade aan de plant te beperken.
Bruine bladeren kunnen ontstaan door te veel of te weinig water, droge lucht of voedingstekort. Met de juiste verzorging herstel je de plant en voorkom je nieuwe bruine randen.
Gekrulde bladeren zijn vaak een teken van ongedierte, te weinig water of te veel zon. Door de oorzaak aan te pakken herstelt de plant en blijft het blad gezond.
Bladluis zuigt sap uit kamerplanten en verzwakt de bladeren. Door bladluis gericht te bestrijden blijft de plant sterk en herstelt het blad zich sneller.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.