Boerenkool, ook wel Brassica oleracea var. Sabellica, is een populaire wintergro...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 50 cm, 75 cm
Blad/loof: groen, eetbaar
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, najaar
Gebruik: stoven, koken
Zaai- en planttijd: mei, juni, juli, augustus
Oogsttijd: augustus, september, oktober, november, december
Boerenkool doet je misschien snel denken aan oer-Hollandse gerechten; de groente komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Klein Azië. Toen was de boerenkool alleen nog niet helemaal wat het nu is. De boerenkool stamt namelijk af van de wilde kool. De wilde kool is ooit naar Europa gekomen en een tijd later kende de Grieken de bladkool. Nog een periode later aten de Romeinen boerenkool als een delicatesse. Vanaf de 17e eeuw vinden we boerenkool terug in de Nederlandse kookboeken. Deze groente heeft dus een aardige reis gemaakt voordat wij hier echte Hollandse recepten van maakten.
Wanneer je het beste kunt zaaien, hangt af van het moment dat je boerenkool wilt gaan eten. Wil je in de herfst al van een stamppot genieten? Zaai dan een herfstras in mei, zoals Westlandse herfst. Wil je wat later boerenkool oogsten, dan kun je rond juni of juli beginnen met zaaien. Kies dan uit Winterbor F1 Hypbride of Redbor F1 Hybride, dit zijn echte winterboerenkolen. Omdat je na mei pas begint met zaaien, kun je dit direct buiten doen in een zaaibed en hoef je niet binnen voor te kweken. Zodra er 3 tot 4 blaadjes aan de plantjes zitten, kunnen ze naar de volle grond of moestuinbak verplaatst worden.
Boerenkool heeft behoefte aan een goede bemesting. Zorg ervoor dat je grond goed bemest is wanneer je de boerenkoolplantjes plant. Dit kun je doen door biologische voeding door de grond te mengen of direct in biologische grond te planten. Bemest na een aantal maanden opnieuw.
Kweek je boerenkoolplantjes met een tussenruimte van ongeveer 50 centimeter en houd er rekening mee dat ze graag in de zon of halfschaduw staan.
Tip: de jonge zaailingen (de kleine boerenkoolplantjes) zijn geliefd door vogels. Dek je moestuin daarom af, totdat de planten ongeveer 50 centimeter hoog zijn.
Zodra er vorst over je boerenkool is gegaan, smaakt hij lekkerder. Zetmeel wordt door vorst omgezet in suikers, waardoor de plant zoeter wordt. Over het algemeen kun je tot eind februari oogsten, daarna wordt het blad bitter door de vaak zachtere temperaturen buiten.
Een bekend probleem bij het kweken van boerenkool is ‘witte vlieg’. Een klein vliegje dat nogal verzot is op de boerenkool. Als de witte laag enigszins meevalt wanneer je wil gaan oogsten, kun je het er redelijk afboenen. Om witte vlieg te voorkomen zou je een heel fijn net kunnen gebruiken, een biologisch insectenspray toepassen of heel laat een rode boerenkool (zoals Redbor) zaaien.
Met boerenkool kun je allerlei lekkere gerechten maken. Wij hebben een paar tips op een rijtje gezet:
Bloemkool, (latijns: Brassica oleracea convar. var. Botrytis) is een zeer popula...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 40 cm, 50 cm
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Blad/loof: groen, blauw
Gebruik: stoven, koken
Zaai- en planttijd: februari tot en met augustus
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober
Vanaf de maand februari kun je binnen al starten met het voorzaaien van zomerbloemkool. In mei kun je starten met het zaaien van herfstbloemkool in de volle grond. Winterbloemkool mag vanaf de maand juni buiten gezaaid worden. Zaai de bloemkoolzaden op 1 cm diepte en afhankelijk van het ras 50 tot 70 cm uit elkaar.
Bloemkoolplantjes die je in het voorjaar onder glas hebt gezaaid mag je vanaf half april buiten planten. Houd net als bij direct buiten zaaien voldoende ruimte tussen de planten. Zo zitten de bloemkolen elkaar later niet in de weg. Ook wanneer er buiten meerdere zaden op dezelfde plaats zijn ontkiemd is het belangrijk om iedere zaailing voldoende groeiruimte te geven. Laat de grootste en sterkste zaailingen staan en plant de overige plantjes op een nieuwe plaats. Dit noem je ook wel verspenen.
Bloemkool is geen heel gemakkelijk te kweken gewas en groeit alleen op zeer voedingsrijke bodems. Je kunt daarom het beste enkele maanden voor het zaaien al aan de slag gaan met het bemesten van het toekomstige zaaibed. Een bloemkool heeft namelijk net als vele andere kolen vrij veel mest met stikstof nodig om zowel de grote bladeren als de kool zelf te vormen. Ook tijdens het verplanten kun je de bloemkoolplanten het beste bijmesten met biologische mest of compost.
Zodra je het begin van een kool spot is het belangrijk om deze af te dekken met één of meerdere schutbladeren. Dit is een manier om de witte kool niet te laten verkleuren en daarnaast schiet de plant zo ook niet door. Zorg er verder voor dat de bloemkool goed kan blijven groeien op vochtige grond. Ook het verjagen van ongedierte zoals rupsen en slakken behoort tot de verzorging. Slakken kun je weren door cacaodoppen rondom de planten te strooien. Door bieslook en salie rondom je kolen te planten jaag je ook de rupsen weg.
Afhankelijk van het ras en de zaaiperiode kun je vanaf juni tot april de bloemkolen oogsten. Zodra de bloemkolen groot genoeg zijn kun je de kool oogsten door de steel los te snijden. Bloemkool is het lekkerste wanneer je deze dezelfde dag nog opeet. Mocht je teveel bloemkolen tegelijkertijd moeten oogsten dan kun je de groente wassen en invriezen.
De Buxus.. wie heeft hem niet? De buxus is een zeer populaire plant voor zowel i... als in pot. Hij blijft in de winter lekker groen en dat is natuurlijk mooi om te zien. Hoe beter je de buxus verzorgt, hoe groener en vitaler hij wordt.
Buxusplanten hebben behoefte aan een humusrijke, niet te zure grond. Zet buxus in potten daarom bij voorkeur in een speciaal voor buxus samengestelde potgrond. Als je een buxus plant in je border, verrijk het plantgat dan ook met een speciale buxus potgrond, zodat de wortels van de buxus zich goed kunnen ontwikkelen.
Qua standplaats is de buxus een makkelijke plant. Op iedere plek in de tuin zal jouw buxusplant het namelijk goed doen. Heb je een buxus in de volle zon staan? Dan heeft hij wel meer water nodig dan wanneer hij in de schaduw zou staan.
Naast een goede grond heeft de buxus ook behoefte aan een goede voeding. Bij voorkeur een meststof die naast de basiselementen stikstof, fosfor en kali ook magnesium bevat. Gebruik daarom bij voorkeur een speciale bio voeding voor buxus, omdat deze optimaal afgestemd is op de wensen van deze mooie groenblijvende planten. Naast het bemesten van de buxus is het verder goed om in het voorjaar een handje kalk rond de stam te strooien, hiermee zorg je ervoor dat de grond niet te zuur wordt.
Een buxus is een echte kalkminnende tuinplant. Dat betekent dat hij veel behoefte heeft aan kalk. Zonder kalk kan je buxus niet voldoende voedingsstoffen opnemen. Met kalk bevorder je de groei van de plant en voorkom je ziektes zoals gele bladeren en kale plekken.
Jouw buxussen hebben in de maanden februari t/m maart en oktober t/m november behoefte aan kalk. Als je nu toch zo lekker bezig bent in de tuin, kun je hem indien nodig ook direct bijknippen. Ook als je nieuwe buxussen wilt planten, is november ook een goede maand.
Je buxus snoeien doe je minimaal twee keer per jaar. Te beginnen in mei en na de zomer in september. Tussendoor kun je hem bijsnoeien indien nodig. Let wel op dat je niet te ver teruggesnoeid bij felle zon, dan voorkom je verbranding van het blad. Wil je toch lekker in het zonnetje gaan snoeien? Zorg dan dat je de buxus goed nat spuit en leg na afloop een fleecedeken over de plant. Zorg daarnaast dat je gereedschap scherp is en dat je tussendoor de sappen van de buxus van je gereedschap afspoelt.
Het leuke van de buxus is dat je hem in verschillende vormen kunt snoeien. De bolvormige, ronde buxus is de meest voor de hand liggende vorm, maar je kunt je buxus bijvoorbeeld ook in een piramidevorm snoeien.
Vooral in de zomer is het raadzaam om 1x per dag water te geven aan de buxus. Let wel op dat je water geeft op de bodem/grond en niet op het blad.
Last van de buxusmot of buxusrups in je buxus? Lees hier handige tips om de buxusmot en buxusrups te bestrijden.
Planttype: Groente
Standplaats: zonnig
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaa...
Planttype: Kruiden, Vaste plant
Standplaats: (half)zon
Vochtigheid: droog, normaal
...: 20-40 cm
Snoeien: De plant sterft elke winter af en loopt in het voorjaar weer uit. Net voor het uitlopen, rond maart, kan het oude loof afgeknipt of weggehaald worden.
Grondsoort: Moestuingrond
Bemesten: voorjaar, zomer
Gebruik: bijenplant
Bloem: wit, paars
Bloeitijd: juli, augustus, september
Blad/loof: bladverliezend, groen
Groeiwijze: breed spreidend
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Planttype: Heester
Standplaats: halfzon/zonnig
Vochtigheid: normaal, vochtig
Gronds...: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Snoeien: De plant hoeft niet echt gesnoeid te worden. Om de plant in model te houden kan men in het voorjaar en/of in de zomer de lange scheuten inkorten om de vorm van de plant te behouden.
Gebruik: parken
Hoogte: 150 cm
Bloem: wit
Bloeitijd: mei, juni
Vrucht: blauw, eetbaar
Takken/bast: gekleurd
Blad/loof: herfstkleur, bladverliezend
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Kan je interieur wel een portie salsa gebruiken? Maak dan kennis met de familie ...
De Bromelia komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika. Deze plantensoort is afkomstig van tropische gebieden, zoals delen van Mexico, Midden-Amerika en Zuid-Amerika. De Bromelia groeit voornamelijk in regenwouden en heeft zich aangepast aan verschillende omgevingen, variërend van bergachtige gebieden tot laaglanden. Door de kleurrijke bladeren en unieke bloemen is de Bromelia niet alleen populair in de natuurlijke habitat, maar ook als decoratieve kamerplant over de hele wereld.
Leuke feitjes:
De Bromeliafamilie telt in de natuur meer dan 3.000 verschillende soorten. De meest bekende Bromelia’s zijn de Ananas, Aechmea, Guzmania, Tillandsia en Vriesea. Ze hebben elk hun eigen gekleurde schutbladeren die de plant een exotische uitstraling geven. De sprekende vormen en kleuren variëren per soort. Van crèmekleurig rozet tot pimpelpaars veertje en van roze kroon tot gele speer.
Deze plant is misschien op dit moment wel de meeste bekende Bromelia. Deze plant staat bekend als anti-snurk plant, want deze plant geeft net als de Achmea, in tegenstelling tot de meeste andere kamerplanten niet overdag, maar ‘s nachts zuurstof af. Ideaal voor in de slaapkamer! De vrucht van deze plant is klein en lijkt op een op een mini-ananas. Deze plant is in meerdere kleuren verkrijgbaar. Ondanks dat deze ananassen niet speciaal gekweekt zijn om te eten, kun je als je een beetje geduld hebt en wacht tot de vrucht oranje-rood wordt, wel een stukje proeven.
Deze Bromelia is verkrijgbaar in allerlei kleuren. Als je naar de bladeren kijkt, begrijp je meteen waarom hij Aechmea wordt genoemd, wat in het Grieks 'lanspunt' betekent. Sommige soorten hebben een bijzondere bladtekening die de plant extra mooi maakt. Er zijn ook Aechmea's die je verrassen met zaadbessen die van kleur veranderen.
De Bromelia geeft meteen een tropische sfeer. Wat de Bromelia Guzmania zo bijzonder maakt, zijn de felgekleurde bladeren die in een mooie rozet groeien. Tussen deze bladeren bloeien unieke bloemetjes. Guzmania is verkrijgbaar in allerlei kleuren. Deze levendig gekleurde planten met grote bloemen of fijne vertakkingen komen oorspronkelijk uit Ecuador en Colombia.
Vind hier nog meer soorten en informatie.
De Bromelia staat graag op een lichte plek, maar de exacte voorkeur hangt af van het type Bromelia. Bromelia’s met dikke bladeren geven de voorkeur aan een droge omgeving, terwijl Bromelia’s met dunne bladeren liever een wat vochtigere standplaats hebben. Zo is Tillandsia bijvoorbeeld een typisch badkamermaatje en Aechmea een echte vensterbankplant die ook centrale verwarming goed verdraagt. Varianten met grijze beharing staan het liefst in de volle zon en een droge plek.
Bromelia’s zijn ijzersterk en de verzorging is eenvoudig. Geef de plant om de twee weken water door het water in de kelk van de plant te gieten en een klein beetje op de potgrond. Besproei de plant af en toe met een plantenspuit om hem sterker en feller van kleur te maken. Gemiddeld bloeien Bromelia’s 3 tot 6 maanden. Na de bloei sterft de plant af, maar er kunnen nieuwe stekjes ontstaan die je kunt opkweken, of je kunt een nieuwe Bromelia kopen.
Geef Bromelia’s af en toe plantenvoeding om ze sterker te maken en de kleuren te versterken. Dit kan bijvoorbeeld met Pokon Kamerplanten Voeding.
Tweewekelijks geef je water door het in de kelk van de Bromelia te gieten en een klein beetje op de potgrond. Zorg dat de grond niet te nat wordt om wortelrot te voorkomen. Af en toe een beurtje met de plantenspuit is ook aan te raden.
Gele bladeren bij Bromelia’s kunnen ontstaan door een te natte standplaats of te veel water geven. Bromelia’s met dikke bladeren staan graag droog, dus als ze te vochtig staan, kunnen de bladeren geel worden en afsterven. Ook te veel direct zonlicht kan leiden tot verkleuring en beschadiging van de bladeren. Het is belangrijk om de watergift aan te passen en de plant op een geschikte plek te zetten met voldoende licht, maar niet in de felle zon. Zo voorkom je gele bladeren en blijft de Bromelia gezond.
Je kunt de Bromelia het beste oppotten in Kamerplanten Potgrond, dit sluit het meeste aan bij de wensen van deze plant.
De Bonsai komt oorspronkelijk uit Japan en betekent letterlijk 'boom in pot'. He...
Planttype: Kamerplant
Grondsoort: Bonsai Grond
Bemesten: 1 keer per week
Hoogte: 40 cm, 50 cm, 75 cm
Groeiwijze: opgaand
Vochtigheid: regelmatig water geven, regelmatig sproeien/nevelen
Standplaats: lichte standplaats, halfzon
De Bonsai is niet alleen een leuke plant voor in de kamer, maar wordt ook gezien als een ware kunst. Ongeveer 700 jaar geleden werd de kunst door Japanners overgenomen van de Chinezen. De Chinezen hielden ervan om hele miniatuurlandschappen te bouwen, in de Japanse stijl werd steeds vaker een individuele boom gezien. Rond het einde van de 19e eeuw verspreidde deze Bonsai kunst zich naar het Westen. Steeds meer jongeren tonen interesse in de Bonsai boompjes. De Bonsai is er in allerlei vormen en stijlen.
De Bonsai heeft het liefst een stevige basis en een grond met een fijne structuur om in een ondiepe schaal of pot langzaam te kunnen groeien. Pokon Bonsai Grond heeft een fijne structuur en zorgt voor een stevige basis voor je Bonsai. De potgrond bevat voeding voor 2 maanden. Na deze periode is alle voeding uit de grond gebruikt en vraagt de plant om extra voeding.
De Bonsai staat het liefst op een tochtvrije standplaats en heeft een redelijk hoge, constante temperatuur nodig en veel licht. Verplaats haar niet te vaak. Wel is het verstandig eens per 2 jaar de bonsai te verpotten.
De Bonsai worden per definitie in kleine potjes geplant, met weinig ruimte voor aarde. Regelmatige bemesting is dan ook van groot belang. Gebruik daarvoor speciale bio voeding voor de Bonsai. Aan te raden is 1 x per week voeden van januari tot en met oktober. In de wintermaanden hoef je de Bonsai niet te voeden.
Er is geen vaste periode om te snoeien. In de winter groeit de Bonsai nauwelijks en is snoeien niet nodig. Tijdens de lente, wanneer de bomen flink groeien, zal er wel regelmatig moeten worden gesnoeid. Een gunstig effect hiervan is dat nieuwe bladeren kleiner blijven en de kruin dichtgroeit. Volgens de Bonsai kunst kan het boompje dus met verschillende technieken een bepaalde vorm aannemen. Dit kan door het snoeien goed bij te houden en af en toe ingrijpend te snoeien om de vorm te veranderen. Hiervoor kunnen het beste de officiële Bonsai technieken worden gebruikt.
Bewater je Bonsai niet elke dag, maar beoordeel van dag tot dag of bewatering op dat moment nodig is door de grond te voelen; deze moet licht vochtig zijn, maar zeker niet nat! Ook van groot belang is om grondig te bewateren, zodat het water de gehele wortelkluit bereikt en niet simpelweg langs de zijkanten van de pot wegspoelt.
Bosui, ook wel bekend als lente-ui of Allium fistulosum, is een veelzijdige plan...
Planttype: Meerjarige groente
Grondsoort: Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij
Bemesten: 1x per 3 maanden met Pokon Bio Moestuin Mest
Vochtigheid: Regelmatig water geven, bodem licht vochtig houden
Standplaats: Zonnige plek, verdraagt gedeeltelijke schaduw
Hoogte: 30-50 cm
Groeiwijze: Opgaand
Blad/loof: Smalle, lange bladeren, groenblijvend
Bosui heeft regelmatig water nodig om te voorkomen dat de grond uitdroogt. Tijdens droge periodes kan het nodig zijn om wat vaker water te geven. Zorg ervoor dat je de grond licht vochtig houdt, maar niet te nat. Overbewatering kan wortelrot veroorzaken.
Voed bosui iedere 3 maanden met Pokon Bio Moestuin Mest. Deze korrels geven gelijkmatig voeding af aan de plant. Staat je plant in pot? Kies dan voor Pokon Bio Moestuin Voeding. Dit is een vloeibare voeding die vaker gegeven moet worden. In een pot spoelen de voedingstoffen namelijk snel weg.
Bosui kun je zowel in de volle grond als in potten kweken. Zet je ze in de volle grond, dan is het slim om de aarde eerst te verbeteren met Pokon Bio Bemeste Tuincompost of Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij. Zo krijgen ze een goede start.
Bosui kun je ook heel goed in potten kweken, omdat het een makkelijke en snelle groente is die weinig ruimte nodig heeft. Je kunt meerdere bosuien in één pot zetten, ongeveer 2-3 cm uit elkaar. Gebruik als potgrond Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij of Pokon Bio Mix voor je Moestuinbak. De laatste is een potgrond die speciaal is ontwikkeld voor gebruik in moestuinbakken. Deze grond zorgt er voor dat water en voedingstoffen goed worden vastgehouden en de grond licht en luchtig blijft.
Ja, bosui kan ook binnen worden gekweekt in een pot als je zorgt voor voldoende licht. Een zonnige vensterbank is hiervoor ideaal.
De stengels van de bosui zijn oogstrijp zodra ze een lengte van 20-30 cm hebben bereikt en een stevige textuur hebben.
De Graslelie kende je misschien al wel. Het is een erg populaire kamerplant, van...
Planttype: Groene kamerplant
Grondsoort: Kamerplanten Potgrond
Water geven: Matig
Standplaats: Halfzon of schaduw
Blad/loof: Groenblijvend
Hoogte: +- 0,5 m
Groeiwijze: Omhoog
De Graslelie komt oorspronkelijk uit het tropische regenwoud in Zuid-Afrika. In de 19e eeuw verhuisde de plant naar Europa, waar hij populair werd als kamerplant. Naast dat deze plant makkelijk te verzorgen is en er leuk uitziet, werkt hij luchtzuiverend. De Graslelie is constant bezig met het zo zuiver mogelijk maken van de lucht in jouw kamer. De plant haalt veel stoffen die jij liever niet binnenkrijgt, met gemak uit de lucht. Zo kun jij in jouw kamer de hele dag genieten van frisse zuurstof.
Geef jouw Graslelie een goede start en plant hem in Kamerplanten Potgrond. De potgrond is geschikt voor groene kamerplanten en bevat voldoende voeding voor circa 60 dagen. Gebruik eventueel ook hydrokorrels die je op de bodem van de pot legt. Breng hier bovenop een verse laag potgrond aan.
We zeiden al dat de Graslelie erg makkelijk te verzorgen is. Dit geldt ook voor de standplaats van de kamerplant. Of je de hem nu beter vindt staan op een lichte plek op de vensterbank of juist in de schaduw op de kast: de Graslelie vindt alles prima!
De Graslelie is populair vanwege de eenvoudige verzorging. Geef ongeveer twee keer per week een klein beetje water en besproei de plant af en toe, ongeveer één keer per week. Zorg dat er geen laag water op de bodem blijft staan om wortelrot te voorkomen. Verwijder gelige punten van de bladeren door ze af te knippen; er komen vanzelf nieuwe bladeren terug.
De Graslelie wordt blij van zo’n twee keer week een klein scheutje water. Vergeet je dit een keertje? Daar zal hij niet moeilijk over doen. Zorg er wel voor dat er geen laag water op de bodem komt te staan. De wortels van de Graslelie kunnen gaan rotten. Daarnaast kun je de Graslelie af en toe besproeien. Dit vindt hij heerlijk en is eens per week genoeg.
Wanneer alle voeding uit de potgrond verbruikt is, kun je de Graslelie eventueel af en toe wat extra voeding geven. Doe dit wel alleen in de lente en zomer. Het is niet nodig om dit vaker dan eens per maand te doen. Gebruik hiervoor de basis Kamerplanten Voeding. Je voegt deze voeding eenvoudig toe aan het water dat je aan de Graslelie geeft.
Gele bladeren of punten bij de Graslelie kunnen ontstaan door te lage luchtvochtigheid, onvoldoende water, overbewatering of direct zonlicht. Houd de grond licht vochtig, vermijd te veel water en zet de plant op een plek met indirect licht.
De punten van de blaadjes van de Graslelie kunnen gelig worden. Deze bladeren kun je gerust afknippen. Er zullen vanzelf nieuwe bladeren voor terugkomen. Omdat de Graslelie hard groeit, is het verstandig deze ieder jaar te verpotten naar een grote pot.
De Graslelie is niet giftig voor huisdieren. Dus kattenliefhebbers kunnen de graslelie gerust aanschaffen: deze kamerplant is niet schadelijk voor jouw kat. Benieuwd welke planten nog meer katvriendelijk zijn? Lees het hier.
De Graslelie staat het liefst op een lichte plek, maar niet in direct zonlicht. Direct zonlicht kan de bladeren verbranden. Zet de Graslelie niet te dicht bij een tochtig raam of deur en vermijd een plekje dichtbij een radiator of kachel.
Een Graslelie kan om verschillende redenen bruine punten krijgen:
Snoei is niet nodig bij deze plant.
Grondsoort: alle grondsoorten, kalkrijke gron...
Het Chinees Lantaarnplantje blijkt altijd weer een populaire hangplant onder vee...
De officiële naam van het Chinees Lantaarnplantje is Ceropegia Woodii. Deze moderne hangplant behoort tot de plantensoort ‘Ceropegia’. Dit plantengeslacht telt meer dan 200 verschillende soorten die worden gesierd door opvallende bloemen. De String of hearts is te herkennen aan de kleine lantaarnvormige bloemen.
Het Chinees Lantaarnplantje komt van oorsprong uit het oosten van Zuid-Afrika en Zimbabwe. Hier groeit de plant tussen de rotsen en naar beneden. Maar ook in jouw huis voelt het Chinees Lantaarplantje zich prima thuis. Omdat de stelen van dit plantje erg lang kunnen worden, kun je deze het beste op een hoge plek zetten of ophangen.
Het Chinees Lantaarnplantje zal het goed doen in Cactus Potgrond. Deze grond is luchtig en waterdoorlatend. De plant heeft namelijk niet veel water nodig; langdurig natte grond is voor het Chinees Lantaarnplantje dan ook erg slecht. De wortels kunnen dan gaan rotten, waardoor de plant doodgaat.
Het Chinees Lantaarnplantje groeit het best in de volle zon of halfschaduw. Wanneer de plant te weinig licht krijgt, kunnen de bladeren verkleuren naar lichtgroen. Daarnaast neemt het plantje weinig ruimte in je kamer in, omdat deze overal (en dus ook heel hoog) op kan worden gehangen. De hangende bladeren zorgen voor een leuk speels effect.
Het Chinees lantaarnplantje groeit het beste op een lichte plek met volle zon of halfschaduw. Gebruik luchtige, waterdoorlatende cactuspotgrond om te voorkomen dat de wortels te nat blijven en rotten. Geef in de zomer ongeveer één keer per week een klein scheutje water en in de winter minder vaak. Bemest de plant maandelijks in het groeiseizoen (maart tot oktober) met Pokon Bio Cactus en Vetplant Voeding. Omdat de stengels lang kunnen worden, is het verstandig om af en toe te snoeien zodat de plant mooi vol blijft en niet te dun wordt. Vermeerderen kan eenvoudig via stengels, blaadjes of knolletjes.
Het Chinees Lantaarplantje is een hele makkelijke hangplant voor binnen. De plant heeft niet veel water nodig. In de zomer is het voldoende om de plant eens per week van water te voorzien. In de winter mag dit nog minder vaak. Geef de plant maar een klein scheutje water, zo vergroot je de kans dat het Chinees Lantaarnplantje het grootste deel van het jaar kan bloeien.
Het Chinees Lantaarnplantje heeft over het algemeen niet veel verzorging nodig. Wel kan het goed zijn om de plant in het groeiseizoen, van maart tot en met oktober, iedere maand te bemesten. Dit kun je doen met Pokon Bio Cactus en Vetplant Voeding.
Gele bladeren bij het Chinees Lantaarnplantje ontstaan vaak door te veel water geven, waardoor de wortels kunnen gaan rotten. Ook te weinig licht kan ervoor zorgen dat de bladeren geel of lichtgroen verkleuren. Voedingsgebrek kan daarnaast ook een rol spelen. Controleer daarom altijd de vochtigheid van de grond en zorg voor voldoende licht. Verwijder gele bladeren tijdig om de plant gezond te houden.
Omdat het Chinees Lantaarnplantje tot wel twee meter lang kan worden is het handig om hier af en toe de snoeischaar bij te pakken. Wanneer de plant te lang wordt, kunnen de stengels dun en kaler worden. Knip de stengels gerust korter tot je de gewenste lengte hebt bereikt. Zo houd je het Chinees Lantaarnplantje mooi vol en blijft het een leuke toevoeging aan je interieur.
Mooi aan het Chinees Lantaarnplantje is dat je deze zelf makkelijk kunt vermeerderen. Haal een stengel, blaadje of knolletje (deze groeien aan de stengels) van de plant af en leg deze op redelijk droge aarde. Het groeiproces zal vanzelf beginnen. Zo kun je nóg meer van deze bijzondere plant genieten!
Heb je last van een mierenplaag in huis of tuin? Ontdek de oorzaak van mierenoverlast en lees wat écht helpt tegen mieren en hun nesten.
Wat moet eerst: kalk of mest? Ontdek de juiste volgorde, waarom eerst kalken belangrijk is en hoe lang je wacht met bemesten.
Hoelang duurt het voordat graszaad kiemt? Ontdek wanneer je gras opkomt én hoe je met de juiste verzorging de ontkieming versnelt.
Wat is het beste mierengif? Ontdek welk middel past bij mieren in huis, het gazon of de tuin en kies de oplossing voor jouw situatie.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.
