Koolraap behoort net als broccoli en bloemkool tot de kruisbloemigenfamilie en i...
Voorzaaien is bij koolraap niet nodig, je kunt de zaden aan het einde van de lente direct in de volle zaaien. Zodra de kans op nachtvorst voorbij is, heb je een maand de tijd om de koolraapzaden te zaaien. Zaai de zaden op ongeveer 3 cm diepte en met een plantafstand van 40 tot 50 cm.
Wanneer er meerdere zaden ontkiemen op dezelfde plaats is het belangrijk om de zaailingen uit te dunnen en uit te planten op een andere plaats. Zo krijgt iedere koolraapzaailing straks voldoende ruimte om uit te groeien tot een dikke wortelknol. De beste periode om koolraap te verplanten is eind juli/begin augustus.
Zo lang de bodem voldoende waterdoorlatend is groeien koolraapplanten op vrijwel iedere bodem erg goed. Spit de grond voor het planten of zaaien nog even goed om en geef de bodem niet te veel mest. Hoewel koolraap hierdoor wel sneller groeit, gaat dit ten koste van de smaak. Daarnaast zorgt overbemesting ervoor dat de bladeren gigantisch gaan groeien, terwijl de groei van de knol zelf achterblijft.
Het verzorgen van de zaailingen en planten vraagt niet om veel aandacht. Wel hebben vogels het vaak gemunt op de jonge zaailingen die net uit de grond tevoorschijn komen. Door een net over de planten te spannen voorkom je dat de plantjes al ver voor de oogstperiode worden opgepeuzeld. Verder is het belangrijk om de grond voldoende vochtig te houden. Om een goede wortelknol te vormen heeft koolraap veel water nodig.
Na lang wachten kun je de rapen tussen oktober en januari dan eindelijk oogsten! Dit doe je door de plant zo laag mogelijk bij de bladstelen uit de grond te trekken. Zonder blad kun je koolrapen met gemak enkele weken op een onverwarmde plaats bewaren. Wanneer je de koolrapen bij een temperatuur van 1℃ oogst kun je de groente zelfs maandenlang bewaren.
Ook het jonge blad van de koolraap kun je trouwens eten. Oogst daar echter tijdens de groei nooit te veel van, de planten hebben hun bladeren nodig om te groeien.
De Philodendron is een bekende kamerplantfamilie en in is veel huiskamers te vin...Monstera (ook wel: Gatenplant) is een erg populaire soort. De Philodendron heeft haar populariteit te danken aan de enorme felgroene bladeren die er prachtig uitzien. De plant ziet er niet alleen indrukwekkend uit, maar is ook nog eens makkelijk te verzorgen.
Deze tropische plantenfamilie (Philodendron) kent veel soorten en bestaat uit klimmers, hangers en laagblijvers. In de natuur klimmen veel Philodendrons in bomen omhoog om genoeg zonlicht te krijgen. Met hun luchtwortels grijpen ze zich vast. De naam van deze familie komt uit het Grieks en betekent vrij vertaald ‘liefde voor de boom’.
De meeste Philodendron soorten lijken wel op elkaar, maar ze verschillen toch in de manier waarop ze groeien en de vorm van de bladeren.
De Philodendron komt van oorsprong uit de tropische regenwouden in Zuid- en Midden-Amerika. Daar is het altijd vochtig en dat is deze plant dan ook gewend. Ook al heeft de Philodendron niet veel water nodig, het is belangrijk dat je de grond goed vochtig houdt. Als je een keer vergeet water te geven is dit niet erg, dit kan de Philodendron wel aan.
De Philodendron is een makkelijke kamerplant die het goed doet in een vochtige omgeving, maar niet te nat mag staan. Houd de grond licht vochtig en geef water wanneer de bovenste laag droog aanvoelt. Vermijd direct zonlicht, want dat kan de bladeren verbranden. Zet de plant bij voorkeur op een plek met halfschaduw. Om de bladeren mooi groen te houden, kun je de plant af en toe voeden met Pokon Bio Palm Voeding en de bladeren verfraaien met Pokon Bladglans. Verwijder gele of beschadigde bladeren tijdig om de plant gezond te houden.
De Philodendron is ook makkelijk als het gaat om de standplaats. Zet de plant alleen niet direct in het zonlicht, maar kies bij voorkeur voor een plek in de schaduw. De Philodendron is namelijk één van de kamerplanten die van schaduw houdt.
De Philodendron staat bekend om prachtige bladeren, die je het liefste zo mooi houdt. Om de plant groen te houden, kun je hem af en toe voorzien van Pokon Bio Palm Voeding. Wil je zeker weten dat de bladeren er op hun best uitzien? Probeer dan ook Pokon Bladglans.
Gele bladeren bij de Philodendron kunnen wijzen op te veel water of een tekort aan voedingsstoffen. Controleer altijd eerst de vochtigheid van de grond; te natte grond kan wortelrot veroorzaken, wat leidt tot vergeling. Te weinig water kan ook stress veroorzaken, maar meestal is overbewatering de boosdoener. Daarnaast kan een tekort aan voeding of te weinig licht ook gele bladeren veroorzaken. Zorg voor een lichte standplaats zonder direct zonlicht en geef de plant regelmatig voeding tijdens het groeiseizoen om dit te voorkomen.
Om de Philodendron vanaf de start goed te verzorgen, plant je hem in Pokon Palmen Grond. Dit is een potgrond voor kamerpalmen en draagt bij aan het behoud van de mooie groene kleur. Deze potgrond kun je ook gebruiken wanneer je de Philodendron wil verpotten.
Tip: De Philondendron doet het ook heel goed in een pot samen met een lepelplant. Dit heet companion planting.
@pokon_nl Een philodendron én lepelplant in één pot? Yes please! ? Ze hebben dezelfde verzorging nodig en versterken elkaar. Dat heet companion planting. Cactussen + vetplanten = ook een topduo! ? Welke plantcombi vind jij leuk? ? #PlantTok #PlantStyling #PlantDuo #KamerPlanten #GroenInHuis #CompanionPlanting #PlantInPot #GardenTok #Pokon ♬ origineel geluid - Pokon
Deze oude siergewassen horen thuis in elke romantische tuin. Er zijn meer dan 10...
Planttype: roos
Grondsoort: losse, goed afwaterende grond, zoals onze Rozengrond.
Vochtigheid: water geven wanneer grond droog is, de Pioenroos houdt niet van natte voeten.
Bloemkleur: veel verschillende kleuren, maar voornamelijk roze, rood, geel en wit.
Bloeitijd: mei en juni
Bloemvorm: enkelbloemig
Hoogte: 60-80 cm hoog
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: groenblijvend, groen
Standplaats: zon
De Pioenroos, Paeonia in het latijns, is vernoemd naar de geneesheer van de Griekse goden: Paion. De legende gaat dat Paion bijzondere bloemen gebruikte om andere goden te genezen. Na zijn overlijden veranderde de god Hades Paion in deze geneeskrachtige bloem.
In China worden de wortels van de Pioenroos nog veel gebruikt. Zo gebruikt men de bloem voor het verlagen van koorts en het stelpen van bloed bij bijvoorbeeld een schaafwond. Het kruid van de Pioenroos wordt als medicatie gebruikt tegen buikpijn, blaasproblemen en acute infecties.
Wanneer de Pioenroos buiten staat, moet deze geplant worden in losse en goed afwaterende grond. Op deze manier kan het water makkelijk weg en zullen de wortels niet gaan rotten.
De Pioenroos is een echte zonaanbidder. Zorg dat de Pioenroos genoeg licht krijgt, het liefst minimaal 6 uur zon per dag. Zo krijgt ze genoeg licht om mooi te bloeien. Als de plant niet de hele dag in de zon kan staan en ook wat schaduw meepakt, is dit geen probleem. Pioenrozen die te lang in de schaduw of te donker staan, geven lange stelen zonder bloemen.
Zorg ook dat de luchtcirculatie voor de Pioenroos goed is. Dit houdt in dat ze geplant moet worden op een plek waar lucht langs stroomt. Een beschutte plaats voor jouw Pioenroos kan leiden tot een schimmelziekte.
Als je een Pioenroos plaatst op een plek waar al een Pioenroos heeft gestaan, zal de nieuwe plant het beduidend minder gaan doen. De grond is hier als het ware ‘moe’. Dit komt omdat de vorige Pioenroos allemaal stofjes heeft achtergelaten in de grond, soms zelfs schadelijke organisme, die ervoor zorgen dat de nieuwe Pioenroos geen goede start krijgt.
De Pioenroos heeft ruimte nodig om te groeien. Zet haar minimaal 80-100 cm bij andere bomen/planten uit de buurt. De Pioenroos zal deze strijd immers niet winnen. Dit komt omdat voornamelijk oppervlakkig wortelende bomen of struiken, bijna al het vocht en voeding 'stelen' van jouw Pioenrozen.
Het is slim om de Pioenroos in oktober buiten te planten. Dan is de grond namelijk nog warm van de zomer en kan de Pioenroos deze warmte gebruiken om haarwortels dieper de grond in te krijgen. Zo staat ze stevig en diep voordat de winter komt en het lastiger wordt voor de Pioenroos om voeding te verzamelen.
Pioenrozen groeien eigenlijk op elke grondsoort, mits deze goed onderhouden wordt. Gronden met een pH-waarde van 6,5 tot 7,5 zijn ideaal. Gronden die zuurder zijn (waarden lager dan 6,5) zijn te verhelpen door kalk te strooien. Bij te zoete grond (waarden hoger dan 7,5) is het raadzaam de grond te vermengen met tuinturf.
Mochten de Pioenrozen op kleigrond staan, houdt er dan rekening mee dat de bloemen wat langer op zich laten wachten. Doordat de grond massiever is, hebben de wortels net wat meer moeite om te groeien. Wel zitten ze dan steviger in de grond waardoor ze minder snel beschadigen.
Wanneer Pioenrozen in zandgronden groeien, is er iets meer verzorging nodig. Deze gronden verliezen snel water en voeding en het is van belang dat dit op peil blijft. Mocht je geen tijd hebben om de grond te voeden of als als je dit snel vergeet dan hebben wij
Rozengrond waarmee je jouw Pioenroos een goede start geeft of juist alles geeft wat jouw bestaande Pioenroos nodig heeft.
Pioenrozen houden van voeding en hebben daardoor voorkeur voor een goed doorvoede en vruchtbare bodem. Zo heeft de Pioenroos enorm veel aan alle organische materialen en compost die er in de grond verwerkt kan zitten. Wanneer jouw Pioenroos op zulke vruchtbare grond staat, is voeding geven niet snel nodig.
Mocht je niet zeker weten of de grond vruchtbaar genoeg is, kun je altijd voeding bijgeven. Met de Pokon 1 kilogram Rozenvoeding heeft jouw Pioenroos genoeg voeding om lekker te groeien. Het is verstandig om te voeden van maart tot augustus.
Het ligt aan de grond waar de Pioenroos in staat, hoeveel water deze nodig heeft. Over het algemeen heeft een Pioenroos altijd vocht nodig, maar de grond mag ook weer niet te vochtig zijn. Dan is de kans op wortelrot groot en kan de Pioenroos sterven. Om de voeding in de tuingrond te krijgen, kun je de grond mengen met compost. Zo heeft de Pioenroos genoeg voeding om sterker en weerbaarder te worden tegen rottende wortels.
De Pioenroos bloeit vaak in mei en juni. Daarna laat de plant zijn bloemen los en begint ze zichzelf klaar te maken voor de winter. Het slimste is om de Pioenroos te snoeien in oktober. Snoei haar dan tot 3 centimeter boven de grond. Op deze manier is de kans op schimmel het kleinste. Laat overigens het afgeknipte pioenloof liggen voor de Lieveheersbeestjes. Deze kruipen namelijk in de stengels om hun winterslaap te houden.
Zorg dat je jouw Pioenroos zo min mogelijk verplaatst. Dit is niet goed voor de ontwikkeling van de plant. Elke verhuizing kan negatieve gevolgen voor haar groei hebben.
Het kweken van witlof (Cichorium intybus variëteit foliosum) gaat in twee fases....
Zaai de witlof in mei in de volle grond. In april kun je witlof ook al in de volle grond zaaien, maar dan op een beschutte plek. De buitentemperatuur moet dan wel overdag minimaal 15 °C zijn. Start met het losmaken van de grond. Zaai daarna de zaden op 0,5 cm diepte en met 15 cm afstand van elkaar.
Witlof groeit op vrijwel iedere grond, zolang deze maar een luchtige structuur heeft. Om de grond luchtiger te maken kun je de bovenste laag mengen met een laag compost. Daarnaast maak je deze groente blij met meststof met extra kalium.
Het oogsten van de witlof gaat in twee fases.
Vanaf half oktober tot eind november oogst je de wortels, dit wordt ook wel witloftrekken genoemd.
De Kentia Palm is een geliefde kamerplant die tot de sterkere palmen behoort. Je...
De Kentia Palm zal het goed doen in Palmen grond. Omdat palmen binnen niet in hun natuurlijke omgeving staan, hebben ze een goede voedingsbodem nodig. Het is belangrijk dat de grond van de Kentia niet uitdroogt. De TerraCottom die aan deze Palmen grond is toegevoegd voorkomt dat dit gebeurt.
De Kentia Palm is een geliefde kamerplant die het beste op een lichte plek zonder direct zonlicht kan staan, bij voorkeur in halfschaduw. Deze palm komt oorspronkelijk van het Lord Howe eiland, waar hij onder de bladeren van grote bomen groeit en daardoor gewend is aan gefilterd licht. Zet de Kentia dus niet in de felle zon, maar wel op een plek met voldoende licht.
De Kentia Palm is een sterke en makkelijk te verzorgen kamerplant die tot 1 à 2 meter hoog kan worden. Gebruik voor deze palm speciale Palmen grond die de juiste voedingsbodem biedt en voorkomt dat de grond uitdroogt dankzij de toevoeging van TerraCottem. Geef de plant ongeveer eens per week water, en in de winter eens per twee weken. Snoei bruine bladeren die onderin ontstaan voorzichtig af bij de stam zonder de stam te beschadigen.
In de groeiperiode heeft de Kentia Palm extra voeding nodig om mooi en gezond te blijven. Gebruik hiervoor bij voorkeur een speciale Palm voeding, zoals Pokon Bio Palm Voeding 250ml, die essentiële voedingsstoffen bevat en de plant stimuleert tot diepgroen blad. Voed de palm van februari tot oktober wekelijks voor het beste resultaat.
De Kentia Palm heeft weinig tot normale waterbehoefte. Houd de grond vochtig maar niet nat en geef water ongeveer één keer per week. In de winter volstaat één keer per twee weken water geven. Let erop dat de grond niet uitdroogt, maar voorkom ook dat de wortels in natte grond staan.
Gele bladeren bij de Kentia Palm kunnen ontstaan door te veel of te weinig water, of door een te felle zon of tochtige plek. Controleer de standplaats en pas de watergift aan. Bruine bladeren onderin zijn normaal en kunnen veilig worden verwijderd.
Met deze verzorgingstips blijft jouw Kentia Palm gezond en mooi in huis!
De Kentia zal na een verloop van tijd waarschijnlijk bruine bladeren onderin de plant krijgen. Hier is weinig tegen te doen en dit kan geen kwaad. Deze bladeren kun je gewoon afknippen bij de stam. Let er hierbij wel op dat je de stam niet beschadigt.
Binnen de uitgebreide Alocasia familie is de Alocasia Zebrina een opvallende en ...
De Alocasia wordt ook wel Olifantsoor genoemd. Dit komt door de bladeren die net zo groot kunnen worden als een olifantsoor. De Alocasia Zebrina heeft iets minder grote bladeren en is goed als kamerplant te houden. Deze plant heeft zijn naam te danken aan de zebraprint op de bladstelen. Daarnaast is de Alocasia Zebrina ook te herkennen aan zijn lange, pijlvormige bladeren. Deze leuke kamerplant geeft zo een jungleachtige sfeer aan jouw kamer.
De ideale Alocasia Zebrina standplaats is een lichte plek, maar niet in direct zonlicht. Deze tropische plant komt oorspronkelijk uit Azië en is gewend aan veel licht en warmte. Een warme kamertemperatuur vindt hij prettig, maar zet hem liever niet boven de verwarming, want dat kan de grond te snel laten uitdrogen. Indirect zonlicht is perfect, bijvoorbeeld bij een raam met een gordijn ervoor. Zo blijft je Alocasia Zebrina gezond en mooi.
Het voeden van Alocasia Zebrina is vooral belangrijk tijdens de groeiperiode. In de wintermaanden heeft de plant geen extra voeding nodig. Vanaf februari kun je weer beginnen met één of twee keer per week plantenvoeding geven. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld Pokon Kamerplanten Voeding. Zo groeit je Alocasia Zebrina beter en blijft hij mooi en gezond.
Alocasia Zebrina water geven doe je het best met kleine beetjes en op het juiste moment. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig blijft, maar niet te nat. Een te natte grond kan namelijk wortelrot veroorzaken. Geef regelmatig een beetje water en besproei de bladeren af en toe. Als de plant te weinig of juist te veel water krijgt, gaan de bladeren hangen en zie je snel dat er iets mis is.
Gele bladeren bij de Alocasia Zebrina zijn vaak een teken dat de plant niet helemaal tevreden is. Dit kan komen door te veel water, te weinig licht of een plotselinge verandering in temperatuur. Controleer of de grond niet steeds nat is en zet de plant op een lichte plek zonder direct zonlicht. Gele bladeren kun je voorzichtig weghalen zodat de plant zich kan richten op gezonde groei. Pas je verzorging aan en houd de plant goed in de gaten om nieuwe gele bladeren te voorkomen.
Alocasia Zebrina snoeien helpt de plant gezond te houden. Oude bladeren kun je gerust afknippen, het liefst een paar centimeter boven de grond. Zo voorkom je dat de plant energie steekt in bladeren die al slap hangen. Gebruik een schoon en scherp snoeischaartje om beschadiging te voorkomen. Na het snoeien kan de Alocasia zich beter richten op nieuwe, sterke bladeren. Lees meer over kamerplanten snoeien.
Voor een Alocasia met mooie, groene bladeren is de juiste potgrond belangrijk. Gebruik Pokon Kamerplanten Potgrond voor jouw Alocasia Zebrina. Deze potgrond is geschikt voor zowel bloeiende als groene planten. Hier zit meteen voldoende voeding in voor ca. 60 dagen. Ook andere voedingsstoffen in de potgrond worden door jouw Alocasia Zebrina opgenomen. Na een tijd is de grond dan ook helemaal verbruikt en doe je er goed aan om je Alocasia te voorzien van nieuwe potgrond. Zorg daarom dat je jouw Alocasia Zebrina elke twee jaar verpot. Verwijder hierbij zoveel mogelijk van de oude grond. Wanneer de plant te groot wordt voor de plantenbak mag je de Alocasia ook verpotten.
Uien behoren tot de basis van vele gerechten. Kweek zelf je eigen smaakmakers in...
Planttype: Groente
Hoogte: 30 cm, 50 cm
Blad/loof: bladverliezend, groen, geurend
Vruchtkleur: geel, rood, eetbaar
Gebruik: sauzen, visgerechten, groenteschotels, medicinaal
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon
Zaaitijd: februari, maart, april, mei
Planttijd: maart, april, mei
Oogsttijd: mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Vanaf februari t/m mei kun je uien uit zaaigoed direct in de volle grond zaaien. Zaai bij voorkeur in rijen met een rijafstand van 20 cm en op 10 cm diepte.
Het uitdunnen van zaailingen is erg belangrijk bij ui. Ook voorkom je op deze manier beter ziekte- en plagen zoals de uienvlieg. Laat de sterkste zaailingen staan en dun de ui uit op 2 tot 3 cm. Twee maanden later herhaal je dit proces nogmaals, alleen nu dun je de planten nu uit op 10 cm. De kleine uitjes die je tijdens het uitdunnen ‘oogst’ kun je gebruiken in gerechten.
Wanneer je op een snelle manier dikke en grote uien wilt kweken kun je een grote voorsprong behalen bij het kopen van plantuitjes. Deze poot je in de maand maart in de grond op 10 cm afstand van elkaar.
Uien stellen niet veel eisen aan de grond zolang deze vooral maar goed waterdoorlatend is, zoals biologische moestuingrond. Uien staan namelijk niet graag in plassen water. Ook geven uitjes een voorkeur aan een niet al te zure bodem. Je kunt de grond meer basisch maken door de grond met wat kalk te mengen. Qua bemesting kun je het beste kiezen voor een biologische meststof of plantenvoeding zonder al te veel stikstof. Hoge stikstofwaarden zorgen namelijk wel voor veel loof maar zijn niet bevorderlijk voor de groei van de bol.
Uien zijn hele makkelijke kweekplanten, je hoeft af en toe alleen wat onkruid te wieden en de grond licht te schoffelen. Verder is het wel belangrijk om, zeker bij droogte, voldoende water te geven. Zo oogst je later de gewenste grote uienbollen.
Van mei t/m oktober kun je uien oogsten. De juiste periode is afhankelijk van de gewenste grootte en of je dat jaar al grote uien uit plantgoed of nog eerstejaars uitjes aan het kweken bent. Zo haal je eind juni tot augustus al grote bollen uit de grond wanneer je plantuien hebt gepoot.
De gezaaide uien oogst je rond augustus t/m oktober zodra al het loof is afgestorven. De uitjes kun je gebruiken in gerechten of je kiest ervoor om de uitjes, op een droge en donkere plek, als plantgoed te laten overwinteren. Deze kun je het voorjaar erop poten voor grotere uien.
Prei is niet het makkelijkste kweekgewas, maar met een beetje liefde, aandacht e...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon
Hoogte: 50 cm, 75 cm
Blad/loof: groenblijvend, groen, geurend
Zaaitijd: januari, februari, maart
Planttijd: maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober, november, december, januari
Prei kun je bijna jaarrond kweken. Zo heb je vroege prei, zomerprei, herfstprei en winterprei. Als beginnende kweker kun je het beste kiezen om herfst- of zomerprei te telen. In januari zaai je in bakken op 0,5 tot 1 cm diepte. Tijdens de opkweekperiode houd je de grond goed vochtig. In maart/april kun je de zaden van late herfstprei ook direct buiten zaaien.
Na ongeveer drie maanden kunnen de voorgezaaide planten naar buiten. De direct in volle grond gezaaide planten mag je na deze periode uitdunnen, waarbij je de dikste en sterkste preiplanten laat staan. De overige plantjes kun je verpotten of verplanten naar een andere plek. Gebruik hierbij een goede, waterdoorlatende moestuin mix.
Het bijzondere bij het kweken van prei is dat je de plant twee keer oogst. Zodra de plantjes ongeveer de dikte van een potlood hebben oogst je namelijk de plantprei. Na het oogsten knip je het bovenste gedeelte van het groen af. Graaf 15 cm uit elkaar plantgaten van 15 - 20 cm diepte en zet de planten ieder in een eigen gat. Het gat hoef je niet dicht te maken met aarde, watergeven is nu voldoende.
Prei is eigenlijk geen echte beginnersgroente om te kweken. In veel tuincentra en bij kwekers kun je gelukkig ook plantgoed kopen. Zo kun je de eerste stappen overslaan en verhoog je de kans op een geslaagde teelt.
Bij prei is het onderdeel bodem en bemesting één van de belangrijkste factoren of je oogst wel of niet slaagt. Preiplanten stellen namelijk best wat eisen aan de grond. Voor het creëren van blad vragen de planten om regelmatige bemesting met een hoge verhouding stikstof.
Verder kun je de prei een handje helpen door in het begin de sprietjes te ondersteunen met een stokje waaraan je een ringetje bevestigd. Hier kan de prei dan doorheen groeien en tijdens winderige dagen steun aan ondervinden. Preiplanten hebben verder veel behoefte aan water.
Vanaf september t/m december kun je de planten voor de tweede keer oogsten door deze uit te spitten. Vers smaakt prei het lekkerst, maar gesneden in ringetjes kun je prei ook lang in de vriezer bewaren. Hier kun je later nog prima soepen en ovenschotels mee maken.
Lavas is ook wel bekend onder de naam Maggiplant. Dit komt doordat de geur van d...
Lavas vindt zijn oorsprong in Zuidoost-Azië en Iran. Inmiddels vind je deze plant ook in Europa, Noord-Amerika en sporadisch in het noorden van Thailand.
Er zijn twee verschillende soorten Maggiplant.
Deze variant wordt ook wel Schotse Lavas genoemd en is minder sterk qua smaak dan Echte Lavas. Zeelavas wordt minder vaak gebruikt in de keuken.
Echte Lavas is de variant die vaak wordt gebruikt in de keuken. Deze variant is sterk aromatisch, groen van kleur en groter dan Zeelavas.
Snoeiperiode: Maart-Juli
Snoeien:: De plant hoeft ni...
Een appelboom is altijd een goed idee. Naast dat appels heel smaakvol zijn als t...
Planttype: Fruit(boom)
Standplaats: zon
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer met Bio Fruitbomen Mest
Vochtigheid: normaal
Hoogte: 200 cm, 300 cm
Bloem: wit, roze
Bloemvorm: redelijk zelfbestuivend
Bloeitijd: laat
Rijptijd: eind september, midden oktober
Vrucht: saprijk, zoet, vast vruchtvlees, aangenaam aroma
Gebruik: handfruit/tafelfruit
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Het eerste jaar, tijdens of direct na het planten, wordt de koptak voor 1/3 teruggesnoeid en meestal ook de drie zijtakken (gesteltakken). Dit gebeurt omdat de boom nog moet groeien en zich moet vormen. Het volgende jaar worden de takken die gegroeid zijn op de insnoeiplaatsen weer voor 1/3 ingesnoeid. Dit blijf je herhalen totdat de boom de gewenste grootte heeft bereikt. Daarna snoei je de koptak en de gesteltakken niet meer en stopt de hoogte- en breedtegroei vanzelf. Door het insnoeien van de koptak en de gesteltakken komen er kleine takjes aan de ingesnoeide takken. Deze kleine takjes zijn belangrijk, dit worden namelijk de takjes waar vruchtknoppen en later de vruchten aan komen. Deze kleine takjes mag je nooit insnoeien! Hoe ouder deze takjes worden, hoe meer vruchtknoppen, hoe meer vruchten.
Bij oudere bomen kunnen op de gesteltakken weleens lange eenjarige loten ontstaan, dit zijn de zogenaamde waterloten. Als de boom van binnen te vol is moet je deze loten in z'n geheel verwijderen (nooit half doorknippen want dan ontstaan er weer zijtakken aan en krijg je een boom in een boom). Als er ruimte genoeg is mag je deze loten laten staan (niet inknippen) en het tweede jaar ook niets aan doen, zo ontstaat er een nieuwe vruchttak. Let op: het eerste jaar groeit een loot, het tweede jaar gaat hij vruchtknoppen zetten en het derde jaar kan hij vruchten geven. Je krijgt een boom nooit 'klein' door zwaar te snoeien, want: snoeien doet groeien.
Let bij het snoeien goed op wat bloem- en bladknoppen zijn, bloemknoppen 'staan' op de tak en bladknoppen 'liggen' op de tak. Bij twijfel wachten met snoeien tot het voorjaar. De eerste knoppen in de boom die groen worden zijn altijd bloemknoppen en bladknoppen worden pas zo'n veertien dagen later 'wakker'. Bij het 'wakker' worden van de bloemknoppen kun je nog rustig snoeien.
Lees hier meer over fruitbomen en struiken snoeien.
Citroenmelisse is een heerlijk fris kruid en één van de makkelijkste kruiden o...
Planttype: Kruiden, Vaste plant
Grondsoort: Biologische potgrond
Bemesten: voorjaar, zomer met Kruiden Mest
Vochtigheid: droog, normaal
Snoeien: De plant sterft elke winter af en loopt in het voorjaar weer uit. Net voor het uitlopen kan het oude loof afgeknipt of weggehaald worden, rond maart.
Standplaats: zonnig/schaduw
Bloem: wit
Bloeitijd: juni, juli, augustus
Blad/loof: bladverliezend, groen
Hoogte: 30 cm, 75 cm
Gebruik: soepen, gevogelte, vleesgerechten, visgerechten, groenteschotels/bijenplant
Winterhardheid: extreem winterhard (< -45,5°C tot -28,9°C)
Citroenmelisse kun je zowel in de volle grond als in potten en bakken zaaien. In de maand maart kun je de plant binnen al voorzaaien op een zonnige plek zoals de vensterbank. De zaden strooi je over de potgrond uit en hoef je niet te bedekken met een laagje aarde.
Vanaf mei/juni kun je de Citroenmelisse ook direct in de volle grond zaaien. Zaai de plant het liefst op een zonnige en beschutte plek. Hoe meer zonlicht het kruid krijgt, hoe smaakvoller de bladeren worden.
Let erop dat de zaden van de Citroenmelisse traag zijn met ontkiemen. Pas na 2 tot 4 weken kun je de eerste zaailingen ontdekken.
Citroenmelisse kan vrij hoog en breed worden. Wanneer er te veel zaailingen dicht op elkaar zijn opgekomen, verplant je enkele plantjes naar een nieuwe plek. Dit wordt ook wel verspenen genoemd. Houd bij het verspenen van citroenmelisse een plantafstand aan van 40 tot 60 cm.
De plant verspreidt een citroengeur die zowel muggen als andere vliegjes in de zomer weghoudt. Zet eventueel een stekje Citroenmelisse in een pot met potgrond en kweek deze op. Zet de pot op de tuintafel of op een andere plek waar je graag buiten zit. Zo houd je de muggen op afstand.
Citroenmelisse stelt niet veel eisen aan de grond maar heeft een voorkeur voor een voedingsrijke en vochtige bodem. Verwen de bodem tijdens de groei regelmatig met biologische mest. Zo kan het meerjarige kruid jaren mee.
Na het zaaien en kweken ontwikkelt de Citroenmelisse zich in de vorm van een struik. Wanneer je de plant te breed of hoog vindt, kan deze plant teruggesnoeid worden. De beste snoeitijd is in augustus.
In de winter verliest de plant zijn bladeren. Maar dankzij de wortelstokken kan de Citroenmelisse het koude seizoen prima overleven en zal zij het jaar daarna weer prachtig bloeien.
Vanaf juni kun je Citroenmelisse oogsten door met een schoon en scherp mes de stengels 10 cm boven de grond af te snijden. Vaak brengt de plant het eerste jaar nog niet veel oogst op. Vanaf het tweede jaar kun je echter het hele seizoen genieten van verse citroenmelisse. Door tijdens het oogsten ook de bloemen te verwijderen, verleng je de oogstperiode.
Citroenmelisse smaakt vers het lekkerste maar kan op een donkere en koele plaats goed worden bewaard. De bewaartijd van de Citroenmelisse is te verlengen door de stengels binnen in een vaas of glas water te zetten. Daarnaast kun je citroenmelisse ook drogen of bewaren in de vriezer.
Last van rouwvliegjes of schade in het gazon? Ontdek hoeveel aaltjes je nodig hebt voor een effectieve en natuurlijke bestrijding.
Wil je aaltjes gebruiken tegen plagen? Ontdek hoe lang aaltjes houdbaar zijn, hoe je ze bewaart en hoe je ze het beste toepast.
Bij plagen in je tuin of op je kamerplanten zijn aaltjes een slimme keuze. In één verpakking zitten miljoenen aaltjes. Kun je teveel aaltjes gebruiken.
Bereken de juiste hoeveelheid houtsnippers per m² op basis van laagdikte. Handig voor borders, paden en het beperken van onkruid.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.