Koolraap behoort net als broccoli en bloemkool tot de kruisbloemigenfamilie en i...
Voorzaaien is bij koolraap niet nodig, je kunt de zaden aan het einde van de lente direct in de volle zaaien. Zodra de kans op nachtvorst voorbij is, heb je een maand de tijd om de koolraapzaden te zaaien. Zaai de zaden op ongeveer 3 cm diepte en met een plantafstand van 40 tot 50 cm.
Wanneer er meerdere zaden ontkiemen op dezelfde plaats is het belangrijk om de zaailingen uit te dunnen en uit te planten op een andere plaats. Zo krijgt iedere koolraapzaailing straks voldoende ruimte om uit te groeien tot een dikke wortelknol. De beste periode om koolraap te verplanten is eind juli/begin augustus.
Zo lang de bodem voldoende waterdoorlatend is groeien koolraapplanten op vrijwel iedere bodem erg goed. Spit de grond voor het planten of zaaien nog even goed om en geef de bodem niet te veel mest. Hoewel koolraap hierdoor wel sneller groeit, gaat dit ten koste van de smaak. Daarnaast zorgt overbemesting ervoor dat de bladeren gigantisch gaan groeien, terwijl de groei van de knol zelf achterblijft.
Het verzorgen van de zaailingen en planten vraagt niet om veel aandacht. Wel hebben vogels het vaak gemunt op de jonge zaailingen die net uit de grond tevoorschijn komen. Door een net over de planten te spannen voorkom je dat de plantjes al ver voor de oogstperiode worden opgepeuzeld. Verder is het belangrijk om de grond voldoende vochtig te houden. Om een goede wortelknol te vormen heeft koolraap veel water nodig.
Na lang wachten kun je de rapen tussen oktober en januari dan eindelijk oogsten! Dit doe je door de plant zo laag mogelijk bij de bladstelen uit de grond te trekken. Zonder blad kun je koolrapen met gemak enkele weken op een onverwarmde plaats bewaren. Wanneer je de koolrapen bij een temperatuur van 1℃ oogst kun je de groente zelfs maandenlang bewaren.
Ook het jonge blad van de koolraap kun je trouwens eten. Oogst daar echter tijdens de groei nooit te veel van, de planten hebben hun bladeren nodig om te groeien.
De Philodendron is een bekende kamerplantfamilie en in is veel huiskamers te vin...Monstera (ook wel: Gatenplant) is een erg populaire soort. De Philodendron heeft haar populariteit te danken aan de enorme felgroene bladeren die er prachtig uitzien. De plant ziet er niet alleen indrukwekkend uit, maar is ook nog eens makkelijk te verzorgen.
Deze tropische plantenfamilie (Philodendron) kent veel soorten en bestaat uit klimmers, hangers en laagblijvers. In de natuur klimmen veel Philodendrons in bomen omhoog om genoeg zonlicht te krijgen. Met hun luchtwortels grijpen ze zich vast. De naam van deze familie komt uit het Grieks en betekent vrij vertaald ‘liefde voor de boom’.
De meeste Philodendron soorten lijken wel op elkaar, maar ze verschillen toch in de manier waarop ze groeien en de vorm van de bladeren.
De Philodendron komt van oorsprong uit de tropische regenwouden in Zuid- en Midden-Amerika. Daar is het altijd vochtig en dat is deze plant dan ook gewend. Ook al heeft de Philodendron niet veel water nodig, het is belangrijk dat je de grond goed vochtig houdt. Als je een keer vergeet water te geven is dit niet erg, dit kan de Philodendron wel aan.
De Philodendron is een makkelijke kamerplant die het goed doet in een vochtige omgeving, maar niet te nat mag staan. Houd de grond licht vochtig en geef water wanneer de bovenste laag droog aanvoelt. Vermijd direct zonlicht, want dat kan de bladeren verbranden. Zet de plant bij voorkeur op een plek met halfschaduw. Om de bladeren mooi groen te houden, kun je de plant af en toe voeden met Pokon Bio Palm Voeding en de bladeren verfraaien met Pokon Bladglans. Verwijder gele of beschadigde bladeren tijdig om de plant gezond te houden.
De Philodendron is ook makkelijk als het gaat om de standplaats. Zet de plant alleen niet direct in het zonlicht, maar kies bij voorkeur voor een plek in de schaduw. De Philodendron is namelijk één van de kamerplanten die van schaduw houdt.
De Philodendron staat bekend om prachtige bladeren, die je het liefste zo mooi houdt. Om de plant groen te houden, kun je hem af en toe voorzien van Pokon Bio Palm Voeding. Wil je zeker weten dat de bladeren er op hun best uitzien? Probeer dan ook Pokon Bladglans.
Gele bladeren bij de Philodendron kunnen wijzen op te veel water of een tekort aan voedingsstoffen. Controleer altijd eerst de vochtigheid van de grond; te natte grond kan wortelrot veroorzaken, wat leidt tot vergeling. Te weinig water kan ook stress veroorzaken, maar meestal is overbewatering de boosdoener. Daarnaast kan een tekort aan voeding of te weinig licht ook gele bladeren veroorzaken. Zorg voor een lichte standplaats zonder direct zonlicht en geef de plant regelmatig voeding tijdens het groeiseizoen om dit te voorkomen.
Om de Philodendron vanaf de start goed te verzorgen, plant je hem in Pokon Palmen Grond. Dit is een potgrond voor kamerpalmen en draagt bij aan het behoud van de mooie groene kleur. Deze potgrond kun je ook gebruiken wanneer je de Philodendron wil verpotten.
Tip: De Philondendron doet het ook heel goed in een pot samen met een lepelplant. Dit heet companion planting.
@pokon_nl Een philodendron én lepelplant in één pot? Yes please! ? Ze hebben dezelfde verzorging nodig en versterken elkaar. Dat heet companion planting. Cactussen + vetplanten = ook een topduo! ? Welke plantcombi vind jij leuk? ? #PlantTok #PlantStyling #PlantDuo #KamerPlanten #GroenInHuis #CompanionPlanting #PlantInPot #GardenTok #Pokon ♬ origineel geluid - Pokon
Deze oude siergewassen horen thuis in elke romantische tuin. Er zijn meer dan 10...
Planttype: roos
Grondsoort: losse, goed afwaterende grond, zoals onze Rozengrond.
Vochtigheid: water geven wanneer grond droog is, de Pioenroos houdt niet van natte voeten.
Bloemkleur: veel verschillende kleuren, maar voornamelijk roze, rood, geel en wit.
Bloeitijd: mei en juni
Bloemvorm: enkelbloemig
Hoogte: 60-80 cm hoog
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: groenblijvend, groen
Standplaats: zon
De Pioenroos, Paeonia in het latijns, is vernoemd naar de geneesheer van de Griekse goden: Paion. De legende gaat dat Paion bijzondere bloemen gebruikte om andere goden te genezen. Na zijn overlijden veranderde de god Hades Paion in deze geneeskrachtige bloem.
In China worden de wortels van de Pioenroos nog veel gebruikt. Zo gebruikt men de bloem voor het verlagen van koorts en het stelpen van bloed bij bijvoorbeeld een schaafwond. Het kruid van de Pioenroos wordt als medicatie gebruikt tegen buikpijn, blaasproblemen en acute infecties.
Wanneer de Pioenroos buiten staat, moet deze geplant worden in losse en goed afwaterende grond. Op deze manier kan het water makkelijk weg en zullen de wortels niet gaan rotten.
De Pioenroos is een echte zonaanbidder. Zorg dat de Pioenroos genoeg licht krijgt, het liefst minimaal 6 uur zon per dag. Zo krijgt ze genoeg licht om mooi te bloeien. Als de plant niet de hele dag in de zon kan staan en ook wat schaduw meepakt, is dit geen probleem. Pioenrozen die te lang in de schaduw of te donker staan, geven lange stelen zonder bloemen.
Zorg ook dat de luchtcirculatie voor de Pioenroos goed is. Dit houdt in dat ze geplant moet worden op een plek waar lucht langs stroomt. Een beschutte plaats voor jouw Pioenroos kan leiden tot een schimmelziekte.
Als je een Pioenroos plaatst op een plek waar al een Pioenroos heeft gestaan, zal de nieuwe plant het beduidend minder gaan doen. De grond is hier als het ware ‘moe’. Dit komt omdat de vorige Pioenroos allemaal stofjes heeft achtergelaten in de grond, soms zelfs schadelijke organisme, die ervoor zorgen dat de nieuwe Pioenroos geen goede start krijgt.
De Pioenroos heeft ruimte nodig om te groeien. Zet haar minimaal 80-100 cm bij andere bomen/planten uit de buurt. De Pioenroos zal deze strijd immers niet winnen. Dit komt omdat voornamelijk oppervlakkig wortelende bomen of struiken, bijna al het vocht en voeding 'stelen' van jouw Pioenrozen.
Het is slim om de Pioenroos in oktober buiten te planten. Dan is de grond namelijk nog warm van de zomer en kan de Pioenroos deze warmte gebruiken om haarwortels dieper de grond in te krijgen. Zo staat ze stevig en diep voordat de winter komt en het lastiger wordt voor de Pioenroos om voeding te verzamelen.
Pioenrozen groeien eigenlijk op elke grondsoort, mits deze goed onderhouden wordt. Gronden met een pH-waarde van 6,5 tot 7,5 zijn ideaal. Gronden die zuurder zijn (waarden lager dan 6,5) zijn te verhelpen door kalk te strooien. Bij te zoete grond (waarden hoger dan 7,5) is het raadzaam de grond te vermengen met tuinturf.
Mochten de Pioenrozen op kleigrond staan, houdt er dan rekening mee dat de bloemen wat langer op zich laten wachten. Doordat de grond massiever is, hebben de wortels net wat meer moeite om te groeien. Wel zitten ze dan steviger in de grond waardoor ze minder snel beschadigen.
Wanneer Pioenrozen in zandgronden groeien, is er iets meer verzorging nodig. Deze gronden verliezen snel water en voeding en het is van belang dat dit op peil blijft. Mocht je geen tijd hebben om de grond te voeden of als als je dit snel vergeet dan hebben wij
Rozengrond waarmee je jouw Pioenroos een goede start geeft of juist alles geeft wat jouw bestaande Pioenroos nodig heeft.
Pioenrozen houden van voeding en hebben daardoor voorkeur voor een goed doorvoede en vruchtbare bodem. Zo heeft de Pioenroos enorm veel aan alle organische materialen en compost die er in de grond verwerkt kan zitten. Wanneer jouw Pioenroos op zulke vruchtbare grond staat, is voeding geven niet snel nodig.
Mocht je niet zeker weten of de grond vruchtbaar genoeg is, kun je altijd voeding bijgeven. Met de Pokon 1 kilogram Rozenvoeding heeft jouw Pioenroos genoeg voeding om lekker te groeien. Het is verstandig om te voeden van maart tot augustus.
Het ligt aan de grond waar de Pioenroos in staat, hoeveel water deze nodig heeft. Over het algemeen heeft een Pioenroos altijd vocht nodig, maar de grond mag ook weer niet te vochtig zijn. Dan is de kans op wortelrot groot en kan de Pioenroos sterven. Om de voeding in de tuingrond te krijgen, kun je de grond mengen met compost. Zo heeft de Pioenroos genoeg voeding om sterker en weerbaarder te worden tegen rottende wortels.
De Pioenroos bloeit vaak in mei en juni. Daarna laat de plant zijn bloemen los en begint ze zichzelf klaar te maken voor de winter. Het slimste is om de Pioenroos te snoeien in oktober. Snoei haar dan tot 3 centimeter boven de grond. Op deze manier is de kans op schimmel het kleinste. Laat overigens het afgeknipte pioenloof liggen voor de Lieveheersbeestjes. Deze kruipen namelijk in de stengels om hun winterslaap te houden.
Zorg dat je jouw Pioenroos zo min mogelijk verplaatst. Dit is niet goed voor de ontwikkeling van de plant. Elke verhuizing kan negatieve gevolgen voor haar groei hebben.
Tijm komt in veel gerechten voor en daarom is het een handig kruid voor in je kr...
Planttype: Vaste plant
Grondsoort: zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: droog
Standplaats: zon
Wind: beschut tegen harde wind, beschut tegen oosten wind in de winter
Snoeien: Knip begin maart de plant sterk terug tot op 10-20cm boven de grond, want de plant bloeit op éénjarig hout en zo versterk je de ontwikkeling. Citroentijm:De plant is groenblijvend, snoei is niet nodig. Hooguit kan af en toe het oude, lelijk geworden blad weggeknipt worden rond maart.
Groeiwijze: bodembedekkend, breed spreiden
Wind: zeewind bestendig
Gebruik: bijenplant
Hoogte: 30 cm
Bloem: geurend, lila
Bloeitijd: juni, juli
Blad/loof: groenblijvend, geurend
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Tijm groeit het beste in Pokon Bio Moestuin Grond. Door ze in de juiste potgrond te zetten zorg je letterlijk voor een goede voedingsbodem waarin de wortels zich goed kunnen ontwikkelen en de plant optimaal kan groeien. Bovendien wordt de tijm dan nog smaakvoller.
Tijm houdt van een warme en droge standplaats in de volle zon. Bij zachte winters zal het tijmplantje geen problemen ondervinden. Als het erg koud is dan kun je de tijm het beste beschermen en eventueel binnen neerzetten.
Tip: Niet heel veel ruimte in je tuin of balkon? Plant je tijm plant in een Pokon Hangtuintje.
Tijm kun je het beste voeden van februari tot en met april en daarna nog een keer in de zomermaanden juli tot of augustus. Gebruik hiervoor een biologische plantenmest, zoals Pokon Bio Kruiden Mest.
Tijm kun je voor de bloei snoeien en eventueel na de bloei om een volle plant te houden. Snoei nooit tot in de houtige takjes terug.
Tijm mag niet uitdrogen, dus geef regelmatig water. Zorg dat het water er altijd uit kan lopen.
Planttype: Fruit(boom)
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtig...: normaal, vochtig
Standplaats: halfzon/zonnig
Snoeien: Blauwe bessen moeten niet teveel gesnoeid worden, alleen dode of zieke takken verwijderen. Wordt de struik te groot, dan enige takken geheel verwijderen. Laag hangende takken die op de grond komen mogen afgeknipt worden.
Gebruik: handfruit/tafelfruit, jam, gelei, gebak
Hoogte: 200 cm, 250 cm
Bloem: wit, roze
Bloemvorm: zelfbestuivend
Bloeitijd: laat
Vrucht: blauw, saprijk, zacht vruchtvlees, aangenaam aroma, zachtzuur
Rijptijd: begin juli, midden augustus
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Planttype: Heester
Standplaats: halfzon/zonnig
Vochtigheid: normaal, vochtig
Gronds...: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Snoeien: De plant hoeft niet echt gesnoeid te worden. Om de plant in model te houden kan men in het voorjaar en/of in de zomer de lange scheuten inkorten om de vorm van de plant te behouden.
Gebruik: parken
Hoogte: 150 cm
Bloem: wit
Bloeitijd: mei, juni
Vrucht: blauw, eetbaar
Takken/bast: gekleurd
Blad/loof: herfstkleur, bladverliezend
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
De Viburnum die ook wel Sneeuwbal wordt genoemd, bestaat uit ongeveer 150 soorte...
Planttype: Heester
Grondsoort: alle grondsoorten, normale grond, kalkrijke grond
Bemesten: twee keer per jaar
Vochtigheid: normaal
Standplaats: halfzon, zon
Gebruik: solitair, parken
Hoogte: 180 cm, 200 cm
Groeiwijze: opgaand
Bloem: geurend, wit, roze
Bloeitijd: afhankelijk van soort
Blad/loof: bladverliezend
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
De Viburnum houdt van iets zure en voedzame grond. Je geeft deze tuinplant een goede start door de heester te planten in speciale aanplantgrond.
Zet de Viburnum op een plaats in de volle zon of halfschaduw. Verder staat hij graag wat beschut tegen harde wind.
Je wilt natuurlijk zo lang mogelijk genieten van de mooie sneeuwballen aan de Viburnum. Maak je tuinplant sterker en laat hem uitbundiger bloeien door twee keer per jaar tuinmest te geven.
Deze heester hoeft niet gesnoeid te worden, wel kun je na de bloei takken weghalen om de vorm van de struik mooi te houden. Ook is het verstandig om dode takken en lelijke bladeren te verwijderen.
Geef de Viburnum regelmatig water vooral tijdens droge periodes.
Violen zijn erg populaire plantjes. Dit komt omdat ze in allerlei kleuren en var...
Planttype: Vaste plant
Grondsoort: potgrond voor border of in pot
Bemesten: één keer per seizoen
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon, halfzon
Gebruik: snijbloem/-heester
Bloem: geurend, blauw
Bloeitijd: mei, juni, juli, augustus, september
Blad/loof: bladverliezend, groen
Bloem: wit
Groeiwijze: bodembedekkend
Winterhardheid: goed winterhard (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Grote kans dat jouw violen in een mooie pot of bak staan..of dat ze daar straks komen te staan. Violen in potten verliezen snel regenwater. Om je violen tijdens warmere dagen niet direct droog te laten staan, kun je ze planten in potgrond met TerraCottem. Deze gelkorrels houden regenwater goed vast en geven ze af wanneer je tuinplanten dit nodig hebben.
Hoewel violen de zon goed kunnen verdragen, hebben violen die de hele dag in de felle zon staan het moeilijk. Heb je een plekje waar zo nu en dan schaduw is? Dan is dat de perfecte plek.
Violen hebben niet veel voeding nodig. Zeker niet als je ze plant in een goede potgrond met voeding. Zodra de voeding in de potgrond is uitgewerkt, kun je jouw vrolijke bloeiers bijvoeden met Pokon Terras- & Balkonplanten Voeding.
Haal regelmatig oude uitgebloeide bloemen weg, die kun je er zo uittrekken.
Geef violen het eerste jaar royaal water, zeker in droge periodes niet alleen in de zomer maar ook in de winter als het niet vriest.
Lees ook: Winterviolen in je tuin.
Druiven laten ons denken aan het zonnige zuiden. Heel leuk om zelf te kweken! He...
Planttype: Klimplant, Fruit(boom)
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zonnig
Bloem: geel
Hoogte: 200 cm, 250 cm
Vrucht: blauw, saprijk, zoet, zacht vruchtvlees, aangenaam aroma
Rijptijd: midden september, midden oktober
Gebruik: handfruit/tafelfruit, sap
Wind: beschut tegen harde wind
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Tijdstip van snoeien: De beste tijd om te snoeien is eind januari, begin februari. Als het op dat moment te hard vriest (meer dan 5 graden Celsius) even wachten met snoeien tot de vorst weer voorbij is. Niet te laat in het voorjaar snoeien, de druif gaat dan 'bloeden'.
Het eerste jaar (jaar van aankoop): bij aankoop bestaat een druif vaak uit een lange rank van ongeveer één meter lang. Snoei deze rank terug op drie ogen (dit zijn knoppen). Laat de druif groeien zoals hij wilt en geleid de ranken (= takken) naar de plaats waar je ze wilt hebben.
Het tweede jaar: snoei de gegroeide ranken voor 1/3 terug. Voorbeeld: 150 cm gegroeid, dan 50 cm afsnoeien op een oog (knop). Daarna zal de ingesnoeide rank weer gaan uitlopen, het uiteinde laat je weer groeien. Op de bestaande rank zullen de ogen (knoppen) ook gaan uitlopen. De sterkste scheuten groeien van uit de top en hier moet je zuinig op zijn. De zijscheuten die vanuit de oksels groeien, ook wel dieven genoemd, mag je terugsnoeien naar het eerste blad. De sterkste scheuten bind je op tegen een bijvoorbeeld een rek. Uiteindelijk verliest de druif zijn bladeren en gaat in winterrust.
Het derde jaar: op het juiste tijdstip (zie eerste punt) ga je weer snoeien. Knip alle slappe zijtakken weg tot op 5 tot 7 centimeter, want deze zijtakken kosten de plant alleen maar energie. Knip verder het blad weg dat ervoor zorgt dat de trossen geen zonlicht kunnen krijgen. Mocht je veel trossen zien, knip er hier dan ook een paar van weg. Dit lijkt zonde, maar dit zorgt ervoor dat de overige trossen extra gezond, sterk en smaakvol zullen zijn. Een jonge struik heeft namelijk nog niet genoeg energie voor alle trossen die zullen verschijnen.
De wortels van de druif moeten goed kunnen groeien en hebben dus een grond nodig die niet te compact is. Kies daarnaast een grond uit die niet al te zuur is. Pokon Moestuin Grond is geschikt om je druiven in te planten of te verplanten.
Zet de druif op een warme en zonnige plek, want dat vindt hij heerlijk! De druif moet je ergens langs leiden, dus kies een strategische plek uit, zoals een muur, pergola of schutting.
Druiven houden van kalk en kali. Dit zit in onze speciale Pokon Druiven Voeding. Deze voeding kun je het beste geven van februari tot en met april, in juli en augustus. Het is dan niet nodig om apart nog kalk te geven.
Geef de druif één keer per week water. Als je een druif gaat planten moet je de grond ook heel vochtig maken. Bij warme dagen kun je het beste twee keer per week water geven. Ook in de winter moet de grond vochtig blijven.
De Blauwe regen, ook wel Wisteria genoemd is een winterharde, vrij sterk groeien...
Planttype: Klimplant
Grondsoort: alle grondsoorten, kleigrond (kalkhoudend)
Vochtigheid: normaal
Standplaats: halfzon, zon
Wind: beschut tegen harde wind
Gebruik: solitair, parken
Hoogte: 400 cm, 5 meter
Bloem: geurend, lila, blauw
Bloemvorm: trosvormig
Bloeitijd: april, mei
Blad/loof: bladverliezend
Vrucht: opvallend
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
De blauwe regen vindt het heerlijk om in vochtige grond te staan. Kies daarom een grond die water goed kan vasthouden, zoals terras- en balkonplantengrond.
Blauwe regen groeit graag met zijn takken in volle zon. In de schaduw kan ook, maar toch moet je rekenen op minstens zes uur zonneschijn per dag.
Blauwe regen is een erg sterke klimplant. Voor een stukje extra stevigheid is het verstandig om in het voorjaar extra voeding toe te dienen. Je verstevigt zo de stengels en je bevordert ook de ontwikkeling van bloemknoppen. En hoe meer bloemen je zo hebt, hoe mooier de blauwe regen zal zijn.
Snoei de Wisteria 2 x per seizoen, in het voorjaar en in de zomer.
Voorjaarssnoei (februari-maart)
De takken die in de zomer zijn ingekort, gaan we nog verder insnoeien tot op 10 Ã 15 cm. Onderaan deze twijgen moet er uiteindelijk bloembot verschijnen. De uitgebloeide bloeiwijze van het vorige bloei-jaar mag men dan ook wegknippen. Let op: geen oudere takken met bloemtwijgen wegknippen.
Zomersnoei (augustus)
Naargelang de plaats die de blauwe regen mag innemen kan men in de zomer, eind augustus, de plant wat insnoeien. De verlengenistakken worden niet ingesnoeid. De nieuwe zijtakken van de hoofdgesteltakken kunnen tot op zo'n 35 cm. terug gesnoeid worden.
Geef de blauwe regen regelmatig water, vooral tijdens droge periodes. Hij houdt van een relatief natte grond.
De beste tijd om een blauwe regen te planten is in het voorjaar of het najaar:
Kies een zonnige plek met goede grond waar water makkelijk weg kan. Gebruik aanplantgrond bij de aanplant van jouw nieuwe blauwe regen.
Blauwe regen is niet zelfhechtend. Dit betekent dat de plant geen hechtwortels heeft om zichzelf aan oppervlakken vast te maken. In plaats daarvan wikkelt blauwe regen zich om structuren zoals pergola’s, hekken of draden. Het is belangrijk om een stevige ondersteuning te bieden waar de plant omheen kan groeien.
Stap binnen in de wereld van de Aglaonema, een kamerplant die niet alleen de luc...
De Aglaonema, ook wel bekend als de "Chinese Evergreen," vindt zijn oorsprong in de tropische regio's van Zuidoost-Azië. Deze plant behoort tot de familie van de Araceae (bekend als de Aronskelk) en groeit in de schaduwrijke, dichte bossen van landen zoals de Filippijnen, Thailand, Maleisië, Indonesië en Bangladesh.
In zijn natuurlijke habitat groeit de Aglaonema op de bosbodem, waar het bladerdak van de bomen bescherming biedt. De plant heeft zich aangepast aan een licht schaduwrijke omgeving en groeit hierdoor goed in de beschutting van grotere planten.
De Aglaonema kent een diversiteit aan soorten met verschillende kleuren en patronen op hun grote bladeren. Enkele opvallende varianten zijn:
Een van de meest bekende ondersoorten, de Aglaonema Silver Bay, heeft grote bladeren met een tweekleurig karakter. Het binnenste deel van het blad heeft een lichte kleur, terwijl de rand donkergroen is.
Voor liefhebbers van planten met mooie bladpatronen is de Aglaonema Maria een uitstekende keuze. Met langwerpige bladeren die variëren in licht- tot donkergroen, is deze plant zeer geschikt als kamer- of kantoorplant en gedijt het best in halfschaduw.
Met prachtige bladeren en een licht motief is de Aglaonema Freedman een groene en volle plant die gemakkelijk te onderhouden is. Deze opvallende verschijning voelt zich het beste thuis op een schaduwrijke plek en is een echte blikvanger.
De Aglaonema Silver Moon onderscheidt zich door opvallend gekleurde bladeren met een lichte streep in het midden. Deze onderhoudsvriendelijke plant is geschikt als kamer- of kantoorplant en biedt jarenlang plezier met zijn sierlijke karakter.
De ideale standplaats voor een Aglaonema is een locatie met helder, indirect licht. Hoewel de Aglaonema wel houdt van licht, groeit hij ook goed in schaduwrijke gebieden waar andere kamerplanten moeite hebben om te groeien. Dit maakt de Aglaonema ideaal voor kamers met minder natuurlijk licht, zoals op kantoren of in huizen met kleine ramen. Vermijd direct zonlicht, omdat te veel zon kan leiden tot bladverbranding.
Het voeden van een Aglaonema is naast water geven essentieel voor een gezonde groei. Tijdens het groeiseizoen (lente en zomer) geef je de Aglaonema wekelijks bio kamerplanten voeding volgens de instructies op de verpakking. De voeding zorgt ervoor dat de bladgroei gestimuleerd wordt. In de herfst en winter, wanneer de plant minder actief groeit, stop je helemaal met het geven van voeding.
Het verzorgen van een Aglaonema is simpel. Hierbij enkele verzorgingstips voor de Aglaonema:
Een Aglaonema water geven is vrij gemakkelijk. Laat de bovenste centimeters van de potgrond tussen gietbeurten door licht opdrogen. In de lente en zomer, het groeiseizoen van de Aglaonema, geef je vaker water. Zorg ervoor dat de grond tussen de gietbeurten niet volledig uitdroogt. Tijdens de herfst en winter verminder je de watergift en zorg je ervoor dat de bovenlaag van de grond tussen de gietbeurten opdroogt. De Aglaonema is erg gevoelig voor wortelrot. Bij twijfel kun je daarom beter iets minder vaak water geven.
De Aglaonema is geen bijzonder snelle groeier, daarom is verpotten van Aglaonema niet vaak nodig. Over het algemeen moet Aglaonema om de 1-2 jaar worden verpot. Doe dit bij voorkeur in het voorjaar of vroege zomer, wanneer de plant in zijn groeifase zit. Kies een pot die 20% groter is in diameter dan de huidige pot. Zorg ervoor dat de nieuwe pot drainagegaten heeft om overtollig water af te voeren. Heeft de pot geen gaten? Vul de bodem dan met een laagje Pokon Hydrokorrels. Pot de Aglaonema vervolgens op met Pokon Kamerplanten Potgrond.
Gele bladeren bij je Aglaonema? Geen paniek! Dit gebeurt vaak als de plant te veel water krijgt of op een te donkere plek staat. Voel even aan de aarde: is die steeds nat? Dan geef je waarschijnlijk te vaak water. Zet je plant op een lichte plek zonder direct zonlicht en geef pas water als de bovenkant van de grond droog aanvoelt.
Witte beestjes op je kamerplant? Leer hoe je wolluis of andere plagen herkent en bestrijdt met passende verzorging en middelen.
Ontdek wanneer engerlingen bestrijden het meest effectief is. Leer alles over de beste timing, temperaturen en het gebruik van aaltjes in je gazon.
Paddenstoelen in de potgrond van kamerplanten zijn vaak onschuldig. Ze ontstaan door vochtige aarde en goede bodemcondities en verdwijnen meestal vanzelf.
Trips zijn kleine insecten die schade veroorzaken aan planten door het opzuigen van celvocht. Lees wat trips zijn, hoe je ze herkent en hoe je er vanaf komt.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.