Varens zijn zeer gemakkelijke tuinplanten die je kunt planten op plaatsen waar w...
Planttype: Waterplant, vaste plant
Grondsoort: Alle grondsoorten, zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: Twee keer per jaar
Vochtigheid: Droog, normaal
Standplaats: Schaduw, halfzon
Gebruik: Solitair, rotsplant
Hoogte: 30 cm
Blad/loof: Groenblijvend, groen
Hoogte: 40 cm
Winterhardheid: Zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Voor een goede start is het belangrijk om Varens te planten in speciale aanplantgrond die luchtig is en goed water kan vasthouden zonder drassig te worden. Deze grond ondersteunt de wortelontwikkeling en zorgt voor een gezonde groei. Varens stellen geen strenge eisen aan de grondsoort en kunnen in vrijwel alle grondsoorten groeien, mits de grond voldoende vochtig blijft.
Varens geven de voorkeur aan een schaduwrijke, beschutte plek met weinig wind. Ideale plaatsen zijn bijvoorbeeld de noordkant van het huis of onder grote bomen. Direct zonlicht kan de bladeren snel doen verbranden of uitdrogen, waardoor de plant minder mooi wordt. Halfschaduw of volledige schaduw is daarom het beste voor een gezonde Varen.
Varens zijn relatief onderhoudsarm, maar hebben wel behoefte aan voldoende vocht en af en toe voeding om mooi groen te blijven. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig is, vooral in warmere maanden. Vermijd natte voeten om wortelrot te voorkomen. Twee keer per jaar voeding geven, bijvoorbeeld met Pokon Bio Tuinmest, helpt de plant sterk en gezond te blijven. Oude bladeren hoeven niet per se verwijderd te worden, maar je kunt ze in het voorjaar afknippen om ruimte te maken voor nieuw blad.
Varens profiteren van bemesting twee keer per jaar, bij voorkeur in het voorjaar en begin zomer (april tot juni). Dit zorgt ervoor dat de bladeren mooi groen blijven en de plant sterker wordt, waardoor hij beter bestand is tegen plagen. Pokon Bio Tuinmest is een geschikte meststof om Varens te voeden.
Varens hebben een hoge vochtbehoefte, vooral in de zomermaanden. Geef ze ruim water om uitdroging te voorkomen, maar zorg dat de grond niet te nat wordt om wortelrot te vermijden. Het is belangrijk om de grond vochtig te houden, maar niet drassig.
Gele bladeren bij Varens kunnen wijzen op verschillende problemen, zoals te weinig water, te veel zonlicht, of een tekort aan voedingsstoffen. Controleer eerst de vochtigheid van de grond; zowel uitdroging als wortelrot door te natte grond kunnen vergeling veroorzaken. Varens houden van schaduw, dus te veel direct zonlicht kan de bladeren verbranden en geel maken. Regelmatige voeding helpt om tekorten te voorkomen en de bladeren mooi groen te houden.
Varens hoeven niet echt gesnoeid te worden. In het voorjaar kun je eventueel oude en dode bladeren afknippen om ruimte te maken voor nieuwe scheuten. Deze oude bladeren kunnen ook blijven liggen, omdat ze vrij snel verteren en zo de bodem verrijken. Snoeien is vooral een kwestie van het netjes houden van de plant en het stimuleren van frisse groei .
Een vijg is een boom waar je niet per se hele groene vingers voor nodig hebt. He...
Planttype: Heester
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon
Wind: beschut tegen harde wind
Hoogte: 200 cm, 300 cm
Snoeien: Vijg hoeft niet echt gesnoeid te worden. Om de vijg in model te houden kan men in de zomer de lange scheuten inkorten om de vorm van de plant te behouden.
Groeiwijze: opgaand
Bloem: wit
Bloeitijd: maart
Vrucht: eetbaar, groen
Blad/loof: bladverliezend
Winterhardheid: matig (-12,2 tot -6,7°C), USDA zone 8
Foeniculum vulgare, beter bekend als Venkel, wordt veel gebruikt in de keuken. D...
Planttype: Kruiden, groente, vaste plant
Grondsoort: normale grond, zandgrond
Bemesten: Moestuin Grond
Vochtigheid: droog, normaal
Standplaats: zon, halfzon
Hoogte: 50 cm
Snoeien: Venkel sterft elke winter af en loopt in het voorjaar weer uit. Net voor het uitlopen rond maart, kan het oude loof afgeknipt of weggehaald worden.
Blad/loof: groen, bladverliezend
Gebruik: salades, sauzen, soepen, visgerechten, groenteschotels, waardplant voor vlinders
Hoogte: 150 cm
Groeiwijze: luchtig vertakt
Bloem: geel, groen
Bloeitijd: juli, augustus
Bloemvorm: schermvormig
Planttijd: maart, april, mei, juni
Oogsttijd: mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Knolvenkel zaaien kan op verschillende momenten in het jaar, afhankelijk van het moment waarop je graag wilt oogsten. Zo kun je knolvenkel in het voorjaar, maart of april, zaaien binnen of in een kas. Je kunt de plantjes dan uitplanten buiten zodra ze groot genoeg zijn. Vanaf mei kun je ook zaaien in volle grond. Knolvenkel heeft ongeveer 4 maanden nodig van zaadje tot oogst. Je kunt dus oogsten tussen juli en september, afhankelijk vanaf wanneer je hebt gezaaid.
Je kunt knolvenkel ook zaaien in de zomer. Als je tussen 21 juni, de langste dag, en eind juli zaait in de volle grond kun je nog in oktober genieten van een heerlijke oogst uit je moestuin.
Zaai in rijen op een diepte van 1,5 cm. Dun de zaailingen uit na het opkomen tot er ongeveer 30 cm tussen iedere plant zit.
Een knolvenkel is na ongeveer 14 weken klaar om de oogsten. Je oogst knolvenkel door de knol boven de grond af te knippen. De wortels laat je in de grond zitten. Wanneer je in het voorjaar bent begonnen is er nog kans dat de plant een tweede oogst opbrengt. Je kunt de knollen het beste zo snel mogelijk na het oogsten opeten.
Met zijn weelderige groene bladeren en opvallende vioolvormige blad is de Vioolb...
De Vioolbladplant vindt zijn oorsprong in de dichte regenwouden van West-Afrika. Je vindt deze plant in landen, zoals Sierra Leone, Kameroen en Liberia. Daar groeit de Vioolbladplant in de regenwouden, verstopt onder het bladerdak van andere bomen.
Deze groenblijvende kamerplant houdt van een lichte standplaats, zonder direct zonlicht. Als hij te lang op een schaduwrijke plaats staat, zal zijn blad verkleuren of gaan hangen. Plaats hem daarom in een ruimte met voldoende natuurlijk licht. De opvallende bladeren van de Vioolbladplant kunnen niet goed tegen direct zonlicht. In zijn natuurlijke omgeving is hij gewend aan de schaduw van andere bomen. Zet hem daarom niet in de zon.
De Vioolbladplant is gek op water. Houd de potgrond daarom vochtig, maar voorkom dat je plant met zijn wortels in het water staat. Hierdoor kan namelijk wortelrot ontstaan. Als je twijfelt, laat dan de bovenste laag van de grond licht opdrogen tussen gietbeurten. Door tussendoor het blad en de grond te besproeien met een plantenspuit creëer je de optimale groeiomstandigheden voor de Vioolbladplant.
Door zijn oorsprong is het regenwoud staat de Vioolbladplant het liefst in een goed doorlatend potgrondmengsel, zoals Pokon Kamerplanten Potgrond vermengd met Pokon Bio Perliet of grof zand. Zorg ervoor dat de pot waarin de Vioolbladplant groeit, afwateringsgaten heeft om overtollig water effectief af te voeren. Zet een bord of plaat onder de pot om het water op te vangen. Heeft je pot geen drainagegaten? Leg dan een laag Pokon Hydrokorrels onder in de pot. De juiste potgrond draagt bij aan een gezond wortelstelsel.
Om de Vioolbladplant te voeden gebruik je iedere week tijdens het voorjaar en de zomer Pokon Bio Kamerplanten Voeding. Geef iedere maand de aanbevolen hoeveelheid. Overvoeding is slecht voor de wortels van je plant. Het regelmatig voeden van je plant ondersteunt niet alleen de groei, maar verhoogt ook de weerstand tegen ziekten.
De Vioolbladplant is een langzame groeier. Het is daarom even wachten, totdat hij zijn imposante hoogte van zo’n twee meter bereikt. Dit maakt de Vioolbladplant tot een ideale huisgenoot voor diegene die een kamerplant zoekt die niet opeens de hoogte of breedte inschiet. Ondanks zijn trage groei trekt hij flink de aandacht. De bladeren variëren namelijk van 30 tot 45 centimeter in lengte. Is hij juist te groot geworden? Lees hier alles over kamerplanten snoeien.
Violen zijn erg populaire plantjes. Dit komt omdat ze in allerlei kleuren en var...
Planttype: Vaste plant
Grondsoort: potgrond voor border of in pot
Bemesten: één keer per seizoen
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon, halfzon
Gebruik: snijbloem/-heester
Bloem: geurend, blauw
Bloeitijd: mei, juni, juli, augustus, september
Blad/loof: bladverliezend, groen
Bloem: wit
Groeiwijze: bodembedekkend
Winterhardheid: goed winterhard (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Grote kans dat jouw violen in een mooie pot of bak staan..of dat ze daar straks komen te staan. Violen in potten verliezen snel regenwater. Om je violen tijdens warmere dagen niet direct droog te laten staan, kun je ze planten in potgrond met TerraCottem. Deze gelkorrels houden regenwater goed vast en geven ze af wanneer je tuinplanten dit nodig hebben.
Hoewel violen de zon goed kunnen verdragen, hebben violen die de hele dag in de felle zon staan het moeilijk. Heb je een plekje waar zo nu en dan schaduw is? Dan is dat de perfecte plek.
Violen hebben niet veel voeding nodig. Zeker niet als je ze plant in een goede potgrond met voeding. Zodra de voeding in de potgrond is uitgewerkt, kun je jouw vrolijke bloeiers bijvoeden met Pokon Terras- & Balkonplanten Voeding.
Haal regelmatig oude uitgebloeide bloemen weg, die kun je er zo uittrekken.
Geef violen het eerste jaar royaal water, zeker in droge periodes niet alleen in de zomer maar ook in de winter als het niet vriest.
Lees ook: Winterviolen in je tuin.
Veldsla is ideaal voor de koudere maanden en groeit zelfs bij lichte vorst. De p...
Planttype: Groente
Grondsoort: Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij
Bemesten: Tijdens het groeiseizoen, bij voorkeur met biologische meststoffen
Vochtigheid: Regelmatig water geven, houd de grond vochtig maar niet drassig
Standplaats: Zon tot halfschaduw
Hoogte: 15-20 cm
Groeiwijze: Laagblijvend, rozetvormend
Blad/loof: Groenblijvend, klein en fijn
Veldsla heeft regelmatig water nodig, vooral tijdens droge periodes. Houd de grond licht vochtig, maar zorg ervoor dat deze niet te nat is om wortelrot te voorkomen. Het beste resultaat bereik je door 's morgens water te geven, zodat de plant de hele dag kan drogen. Een mulchlaag helpt om het vocht vast te houden en de wortels te beschermen.
Veldsla heeft weinig voeding nodig. Een lichte bemesting met Bemeste Tuincompost of een milde organische meststof zoals Pokon Bio Moestuin Mest bij het zaaien is voldoende. Te veel voeding kan juist leiden tot slappe bladeren.
Veldsla kun je kweken in de volle grond, maar ook in potten. Wil je veldsla in de volle grond kweken, werk dan eerst een laagje Bio Bemeste Tuincompost of Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij door de grond. Dit geeft veldsla een goede start om te groeien. Wil je veldsla kweken in potten of in een verhoogde moestuinbak? Kies dan voor Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij of Pokon Bio Mix voor je Moestuinbak.
Ja, veldsla kan ook binnenshuis worden gekweekt, bijvoorbeeld op een zonnige vensterbank. Zorg ervoor dat de plant voldoende licht krijgt en houd de grond vochtig.
Veldsla kan het beste worden geoogst wanneer de blaadjes jong en mals zijn, meestal 4 tot 6 weken na het zaaien. Je kunt de hele plant oogsten of alleen de buitenste blaadjes, zodat de plant verder kan groeien.
De Clusia, Nederlandse bijnaam Varkensboom, ken je wellicht van de IKEA. Daar wo...
Planttype: Groene kamerplant
Grondsoort: Kamerplanten Potgrond
Bemesten: 1 keer in de 2 weken
Hoogte: 75 cm, 100 cm
Groeiwijze: Opgaand
Blad/loof: Groenblijvend, groen, rond
Vochtigheid: Matig water geven
Standplaats: Lichte standplaats, halfzon, schaduw
De Clusia komt oorspronkelijk uit Centraal- en Zuid-Amerika. Deze plant is vernoemd naar een Fransman die in de zestiende eeuw leefde: De l'Ecluse en in het Latijns Clusius. Deze man was hoogleraar in Leiden en schreef meerdere publicaties in Europa. Naast de Clusia, heeft Clusius ook de volgende planten ingevoerd in Europa: Tulp, Jasmijn, Snijboon en de Plantaan.
De Clusia, ook wel Varkensboom genoemd, kun je vrijwel overal neerzetten in huis. Let er alleen op dat de plant niet de hele dag in de volle zon staat. Te veel zon veroorzaakt een gelige gloed op de bladeren. Zet de plant dan op een iets minder zonnige plek.
De Clusia heeft weinig water nodig; één keer per week een klein beetje water is voldoende. Wanneer je gele vlekken ziet of de bladeren bruin worden, geef je waarschijnlijk te veel water. Geef dan minder water. Snoeien is niet nodig. Plant de Clusia in een potgrond die water goed afvoert en gebruik eventueel hydrokorrels onderin de pot. Deze helpen overtollig water op te nemen als je per ongeluk te veel water geeft.
Voeding is niet noodzakelijk voor de groei van de Clusia, maar de bladeren worden wel diepgroen van kleur als je één keer in de twee weken een scheutje Pokon Groene Planten Voeding bij het gietwater doet. Zo kun je lang genieten van je Varkensboom.
Geef de Clusia ongeveer één keer per week een klein beetje water. Laat de potgrond goed doorlatend zijn en voorkom dat er water blijft staan om wortelrot te voorkomen.
Gele vlekken of bruine bladeren bij de Clusia ontstaan vaak door te veel water geven. Ook te veel zon kan de bladeren geel doen kleuren. Zorg voor een goed doorlatende potgrond en zet de plant op een lichte, maar niet te zonnige plek. Verwijder gele bladeren om de plant gezond te houden.
Een plekje in de lichte zon of juist in de schaduw, de Vingerplant zorgt altijd ...
De Vingerplant staat ook wel bekend als de Fatsia Japonica en zoals de naam al een beetje lijkt te verklappen, komt deze plant oorspronkelijk uit de exotische bossen van Japan. Omdat de bladeren de vorm hebben van handen met vingers is de Nederlandse naam ook niet gek gekozen. De Vingerplant is onderdeel van de klimopfamilie en dat is snel te merken. Deze groene vriend groeit namelijk vanaf het eerste moment de lucht in! In huis kan de Vingerplant wel 2 meter hoog worden.
Met de Japanse roots en grote, unieke bladeren haal je meteen een exotische en stoere kamerplant in huis. Hierdoor is het een ware eyecatcher en een echte aanwinst voor ieder interieur. Om optimaal te kunnen genieten van de Vingerplant is het wel belangrijk dat de kamerplant op de juiste plaats wordt gezet. De Vingerplant staat eigenlijk net zo graag in de lichte zon als in de schaduw, maar een plek in de volle zon is af te raden. In de volle zon groeit de plant minder goed en kunnen de bladeren geel worden of zelfs verbranden. Dat wil je natuurlijk niet!
Pas wel op voor het sap van deze exotische kamerplant. Het sap is namelijk giftig en kan zorgen voor irritatie van de huid. Wees dus voorzichtig bij het verplaatsen van de plant en als je huisdieren hebt.
De Vingerplant is een kamerplant die altijd een licht vochtige grond nodig heeft. Let op dat je groene blikvanger niet met zijn voeten in het water komt te staan. Er is dan namelijk kans op wortelrot en ongedierte. In de wintermaanden gaat de Vingerplant in de ruststand en hoef je minder vaak water te geven.
Om jou nog verder te helpen met het verzorgen van jouw Vingerplant hebben wij een aantal tips op een rijtje gezet! In deze video geven we enkele basisregels voor het verzorgen van jouw kamerplanten! Met onze tips & tricks houd jij je planten in leven en laat je ze bloeien en groeien als nooit tevoren!
Mocht jouw Vingerplant nou zo hard groeien dat hij iets te groot is geworden voor jouw woonkamer, dan kan je hem zelfs naar buiten verplaatsen! Door de exotische look zou je het misschien niet zo snel denken, maar deze kamerplant kan goed tegen de kou. Zet je jouw Vingerplant op het terras in de pot dan is winterbescherming wel belangrijk. In de volle grond kan de Vingerplant wel -15 graden aan! Een plekje tegen een muur en op een beschutte plek is dan het beste.
Rabarber (Rheum rhabarbarum) wordt sinds 1900 geteeld in Nederland en behoort to...
Vanaf maart of april kun je rabarber zaaien onder glas. Zodra er een klein stekje is ontstaan kun je ze rond mei of juni verplaatsen naar buiten. Het eerste jaar oogst je niets, de plant moet groot en sterk worden en hiervoor heeft hij zeker een jaar nodig.
Houd rekening met ongeveer een tussenruimte van 75 centimeter tussen de planten. Het worden vrij grote stengels en bladeren.
Als je ervoor hebt gekozen om een rabarberplantje te planten, doe dit dan in het najaar. De grond is dan nog warm van de najaarszon en bovendien is rabarber winterhard. Je kunt dan het voorjaar erop waarschijnlijk al oogsten.
Rabarber staat graag in grond die zowel water goed vasthoudt als afvoert, want de plant wil geen natte voeten maar zeker ook niet te droog worden.
Het kost de rabarber veel energie om te groeien, dus extra bemesting hebben ze wel nodig. Verwen je rabarberplanten met biologische mest in het voorjaar en rond de zomer.
Als je rabarber voldoende is gegroeid, kun je in de maanden april, mei en juni oogsten. Snijd de stelen dan niet af, maar ‘trek’ ze. Maak een draaiende beweging onderaan de stengel en trek hem voorzichtig van de plant af.
Tip: oogst niet alle stelen van een rabarberplant. Laat een stuk of drie stelen aan de plant zitten en oogst alleen de dikke stelen. Zo voorkom je dat de plant te zwak de winter ingaat en jij eet enkel de lekkerste stengels!
Rabarber blijft een paar dagen goed in de koelkast. Je kunt de stengels het beste direct verwerken in een recept (en dan bewaren) of weggeven. Vaak oogst je meer dan je werkelijk verbruikt, dus begin niet met al te veel planten tegelijk.
De Rhipsalis is een kamerplant die deel uitmaakt van de cactus familie. Ondanks ...
Planttype: Cactus
Grondsoort: Cactus- of succulentengrond, Pokon Cactus Potgrond
Bemesten: Van februari tot en met oktober 1x per 2 weken met Pokon Bio Cactus & Vetplant voeding
Hoogte: ongeveer 1,5 meter lange stengels
Blad/loof: groen
Water geven: Matig. Geef alleen water wanneer de grond droog aanvoelt.
Standplaats: Lichte plek met indirect zonlicht
De Rhipsalis vindt zijn oorsprong in de tropische en subtropische gebieden van Midden- en Zuid-Amerika, het Caribisch gebied en delen van Afrika. In tegenstelling tot veel cactussen geeft de Rhipsalis de voorkeur aan indirect zonlicht en een vochtige omgeving in plaats van droge woestijngebieden.
Er zijn in totaal ongeveer 50 verschillende soorten Rhipsalis.
Een van de bekendste soorten is de Rhipsalis Baccifera. Je herkent deze variant aan de kleine, ronde, bessenachtige vruchten. De hangende stengels zijn groen van kleur, maar soms ook witachtig.
De stengels van de Rhipsalis Cassutha zijn lang en dun. Ze hangen vaak over de rand van de pot. Deze soort is erg makkelijk in onderhoud en dus een erg makkelijke kamerplant.
De Rhipsalis Pilocarpa heeft stengels die bedenkt zijn met fijne witte haartjes. In de bloeiperiode krijgt deze variant klokvormige bloemen aan het uiteinde van de stengels.
In tegenstelling tot de ander Rhipsalis varianten groeit de Rhipsalis mesembryanthemoides een stuk compacter. Ook vertakken de stengels veel. De stengels zien er door de groeiwijze dikker en voller uit.
Ook de Rhipsalis Oblonga valt op door de afwijkende stengels. De stengels zijn namelijk breder en plat. Ze zijn lichtgroen van kleur en licht behaard.
Het is niet nodig om de Rhipsalis vaak te verpotten. Eenmaal in de 3 tot 4 jaar is voldoende, afhankelijk van de snelheid waarmee hij groeit. Kies wanneer je deze plant verpot voor een pot die 20% breder is dan de vorige. Het is belangrijk dat de pot is voorzien van een goede afwatering om wortelrot te voorkomen. Verpot bij voorkeur in de lente zodat de wortels en stengels de kans krijgen om te herstellen.
Prei is niet het makkelijkste kweekgewas, maar met een beetje liefde, aandacht e...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon
Hoogte: 50 cm, 75 cm
Blad/loof: groenblijvend, groen, geurend
Zaaitijd: januari, februari, maart
Planttijd: maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober, november, december, januari
Prei kun je bijna jaarrond kweken. Zo heb je vroege prei, zomerprei, herfstprei en winterprei. Als beginnende kweker kun je het beste kiezen om herfst- of zomerprei te telen. In januari zaai je in bakken op 0,5 tot 1 cm diepte. Tijdens de opkweekperiode houd je de grond goed vochtig. In maart/april kun je de zaden van late herfstprei ook direct buiten zaaien.
Na ongeveer drie maanden kunnen de voorgezaaide planten naar buiten. De direct in volle grond gezaaide planten mag je na deze periode uitdunnen, waarbij je de dikste en sterkste preiplanten laat staan. De overige plantjes kun je verpotten of verplanten naar een andere plek. Gebruik hierbij een goede, waterdoorlatende moestuin mix.
Het bijzondere bij het kweken van prei is dat je de plant twee keer oogst. Zodra de plantjes ongeveer de dikte van een potlood hebben oogst je namelijk de plantprei. Na het oogsten knip je het bovenste gedeelte van het groen af. Graaf 15 cm uit elkaar plantgaten van 15 - 20 cm diepte en zet de planten ieder in een eigen gat. Het gat hoef je niet dicht te maken met aarde, watergeven is nu voldoende.
Prei is eigenlijk geen echte beginnersgroente om te kweken. In veel tuincentra en bij kwekers kun je gelukkig ook plantgoed kopen. Zo kun je de eerste stappen overslaan en verhoog je de kans op een geslaagde teelt.
Bij prei is het onderdeel bodem en bemesting één van de belangrijkste factoren of je oogst wel of niet slaagt. Preiplanten stellen namelijk best wat eisen aan de grond. Voor het creëren van blad vragen de planten om regelmatige bemesting met een hoge verhouding stikstof.
Verder kun je de prei een handje helpen door in het begin de sprietjes te ondersteunen met een stokje waaraan je een ringetje bevestigd. Hier kan de prei dan doorheen groeien en tijdens winderige dagen steun aan ondervinden. Preiplanten hebben verder veel behoefte aan water.
Vanaf september t/m december kun je de planten voor de tweede keer oogsten door deze uit te spitten. Vers smaakt prei het lekkerst, maar gesneden in ringetjes kun je prei ook lang in de vriezer bewaren. Hier kun je later nog prima soepen en ovenschotels mee maken.
Rode kool (Brassica oleracea var capitata f. rubra) is een kleurrijke aanvulling...
Planttype: Groente
Grondsoort: Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij
Bemesten: Iedere 3 maanden met Pokon Bio Moestuin Mest
Vochtigheid: Regelmatig water geven, niet laten uitdrogen
Standplaats: Zonnige plek, beschut tegen harde wind
Hoogte: 40-60 cm
Groeiwijze: Compact, kropvormend
Blad/loof: Paars/auberginekleurig
Bij het verzorgen van rode kool is het belangrijk om te zorgen dat de grond niet uitdroogt. Vooral gedurende droge periodes is extra water geven belangrijk. Zorg ervoor dat je water aan de voet van de plant geeft om schimmelinfecties te voorkomen.
Tip: gebruik een bodembedekker. Wanneer je een bodembedekker rondom de voet van de plant uitstrooit zorg je dat de grond minder snel uitdroogt. Gebruik bijvoorbeeld houtsnippers of cacaodoppen.
Houd je rode kool gezond door hem goed te voeden met een biologische meststof, zoals Pokon Bio Moestuin Mest. Geef de voeding aan het begin van het groeiseizoen en herhaal dit halverwege voor een optimale groei en smaak.
Rode kool is minder geschikt om in pot te laten kweken omdat de wortels vrij stevig zijn en de kool veel ruimte nodig heeft. Als je rode kool in de volle grond in je moestuin wilt zetten, zorg dan eerst dat je de grond in je moestuin hebt verbeterd, dit kun je doen met Pokon Bio Bemeste Tuincompost of Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij.
Zorg voor een goede mulchlaag rond de planten om vocht vast te houden, en geef regelmatig water, vooral tijdens droge en warme periodes.
Rode kool heeft veel zonlicht nodig om stevig en smaakvol te groeien. Plaats ze op een plek waar ze minstens 6-8 uur zon per dag krijgen.
Ontdek hoe snel aaltjes werken tegen plagen. Binnen enkele dagen actief, met zichtbaar resultaat meestal na 1 tot 2 weken.
Mag kalk op een nat gazon? Ja, licht vochtig is ideaal. Ontdek wanneer je kalk strooit en hoe je je gazon gezond en groen houdt!
Leer hoe je onkruid kunt voorkomen en verminderen in tuin, gazon en tegels met praktische tips voor een gezonde, onderhoudsvriendelijke tuin.
Beste kamerplanten voeding: ontdek welke voeding past bij jouw plant en wanneer je deze geeft voor gezonde groei en sterke, groene bladeren.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.