Planttype: Tweejarige, Kruiden - Eenjarig, vaste plant
Standplaats: zon, schaduw
G...: Pokon Bio Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Snoeien: Snoei is niet nodig bij deze plant.
Bloem: wit
Bloemvorm: schermvormig
Blad/loof: groen, half wintergroen
Gebruik: salades, soepen, vleesgerechten, visgerechten, groenteschotels
Bloeitijd: juli, september, augustus
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Citroenkruid, ook bekend als Artemisia abrotanum, is een kruid dat bekend staat ...
Planttype: Kruiden, vaste plant
Hoogte: 80 cm
Snoeien: De plant bloeit op éénjarig hout. Om een goede groei en bloei te krijgen is het raadzaam de plant elk voorjaar (begin maart) sterk terug te knippen tot op 10-20 cm boven de grond.
Grondsoort: Waterproof Aanplantgrond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: droog
Standplaats: zon, schaduw
Bloem: geel, groen
Bloeitijd: juli, augustus
Blad/loof: half wintergroen, grijsgroen
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Varens zijn zeer gemakkelijke tuinplanten die je kunt planten op plaatsen waar w...
Planttype: Waterplant, vaste plant
Grondsoort: Alle grondsoorten, zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: Twee keer per jaar
Vochtigheid: Droog, normaal
Standplaats: Schaduw, halfzon
Gebruik: Solitair, rotsplant
Hoogte: 30 cm
Blad/loof: Groenblijvend, groen
Hoogte: 40 cm
Winterhardheid: Zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Voor een goede start is het belangrijk om Varens te planten in speciale aanplantgrond die luchtig is en goed water kan vasthouden zonder drassig te worden. Deze grond ondersteunt de wortelontwikkeling en zorgt voor een gezonde groei. Varens stellen geen strenge eisen aan de grondsoort en kunnen in vrijwel alle grondsoorten groeien, mits de grond voldoende vochtig blijft.
Varens geven de voorkeur aan een schaduwrijke, beschutte plek met weinig wind. Ideale plaatsen zijn bijvoorbeeld de noordkant van het huis of onder grote bomen. Direct zonlicht kan de bladeren snel doen verbranden of uitdrogen, waardoor de plant minder mooi wordt. Halfschaduw of volledige schaduw is daarom het beste voor een gezonde Varen.
Varens zijn relatief onderhoudsarm, maar hebben wel behoefte aan voldoende vocht en af en toe voeding om mooi groen te blijven. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig is, vooral in warmere maanden. Vermijd natte voeten om wortelrot te voorkomen. Twee keer per jaar voeding geven, bijvoorbeeld met Pokon Bio Tuinmest, helpt de plant sterk en gezond te blijven. Oude bladeren hoeven niet per se verwijderd te worden, maar je kunt ze in het voorjaar afknippen om ruimte te maken voor nieuw blad.
Varens profiteren van bemesting twee keer per jaar, bij voorkeur in het voorjaar en begin zomer (april tot juni). Dit zorgt ervoor dat de bladeren mooi groen blijven en de plant sterker wordt, waardoor hij beter bestand is tegen plagen. Pokon Bio Tuinmest is een geschikte meststof om Varens te voeden.
Varens hebben een hoge vochtbehoefte, vooral in de zomermaanden. Geef ze ruim water om uitdroging te voorkomen, maar zorg dat de grond niet te nat wordt om wortelrot te vermijden. Het is belangrijk om de grond vochtig te houden, maar niet drassig.
Gele bladeren bij Varens kunnen wijzen op verschillende problemen, zoals te weinig water, te veel zonlicht, of een tekort aan voedingsstoffen. Controleer eerst de vochtigheid van de grond; zowel uitdroging als wortelrot door te natte grond kunnen vergeling veroorzaken. Varens houden van schaduw, dus te veel direct zonlicht kan de bladeren verbranden en geel maken. Regelmatige voeding helpt om tekorten te voorkomen en de bladeren mooi groen te houden.
Varens hoeven niet echt gesnoeid te worden. In het voorjaar kun je eventueel oude en dode bladeren afknippen om ruimte te maken voor nieuwe scheuten. Deze oude bladeren kunnen ook blijven liggen, omdat ze vrij snel verteren en zo de bodem verrijken. Snoeien is vooral een kwestie van het netjes houden van de plant en het stimuleren van frisse groei .
Snijbiet staat bekend als een echte topper in de moestuin. De kleurrijke bladgro...
Planttype: Groente
Grondsoort: kleigrond (kalkhoudend), kalkrijke grond, normale grond, goed vochthoudende grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats: zon, halfzon
Hoogte: 30 cm
Blad/loof: groen, rood/bruin, eetbaar
Gebruik: stoven, koken, salades
Zaaitijd: maart, april, mei, juni, juli, augustus, september
Planttijd: maart, april, mei, juni, juli, augustus
Oogsttijd: mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Van maart t/m september mag je de snijbietzaden direct in rijen in de volle grond zaaien. Zaai op 1 cm diepte en houd een afstand van 30 cm tussen het zaaigoed. Hoe meer ruimte de snijbietplanten krijgen, hoe groter en hoger ze worden. Wie de planten 50 cm ruimte geeft, kan zomaar met planten van 1 m hoog en 0.5 m breed komen te staan. Wanneer je vooral jong blad wilt oogsten houd je een zaai- en plantafstand aan van 20 cm. Na ongeveer twee weken ontkiemen de zaden.
In februari kun je snijbiet ook al binnen of onder glas voorzaaien in vermiculiet. Je kunt dan niet alleen eerder oogsten, ook ontkiemen de zaden een stuk sneller. Zodra de voorgezaaide zaailingen twee bladeren hebben kun je de planten een definitieve plaats in de moestuin geven.
Zodra je zaailingen spot die op dezelfde plaats groeien kun de zwakste planten direct wegtrekken. Zo krijgt er per plek één plant de volledige ruimte om uit te groeien tot een grote snijbiet.
Snijbiet groeit op iedere grond, zolang deze maar goed vocht kan vasthouden. In het voorjaar kun je voorafgaand aan het zaaien de grond nog even goed omspitten en bemesten met biologische mest. Dit bevordert de groei van het blad. Zaai je in een moestuinbak, dan kun je deze vullen met een biologische kant en klare mix.
Net als veel andere bladgewassen heeft ook de snijbiet veel vocht nodig om goed te groeien. Zeker in droge perioden is het erg belangrijk om de plant van voldoende vocht te voorzien. Verder is het belangrijk om het onkruid rondom regelmatig te verwijderen.
Zo’n 10 tot 12 weken na het zaaien is het tijd om de snijbiet te oogsten! Hoe vaker je het jonge blad oogst, hoe meer de plant gestimuleerd wordt om nog meer blad aan te maken. Zo kun je vele malen oogsten van dezelfde plant. Snijbiet blijft niet lang vers, je kunt daarom het beste op de dag zelf de bladeren plukken of wegsnijden. Uiteindelijk kun je soms wel tot in december blijven oogsten.
Planttype: Groente
Hoogte: 40 cm, 50 cm
Blad/loof: groen, blauw, rood/bruin
Gebruik...
Koolrabi is een knolgewas met een zachte smaak en wordt graag gebruikt in bijvoo...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats: zonnig
Hoogte: 30 cm, 40 cm
Blad/loof: groen, blauw, rood/bruin
Gebruik: stoven, koken
Zaaitijd: februari, maart, april, mei
Planttijd: april, mei, juni, juli
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober, november
Het zaaien van koolrabi kan zowel binnen op een zonnige vensterbank als direct in de volle grond. In februari kun je starten met binnen zaaien. Vanaf de maand april tot augustus kun je de zaden direct in de volle grond zaaien. Zaai de koolrabizaden in rijen op een zonnige standplaats met een afstand van 30 cm uit elkaar op 1 cm diepte.
Ongeveer een maand nadat je de koolrabi binnen hebt gezaaid mag je de planten buiten op een vorstvrije dag uitplanten. Plant de zaailingen niet te diep en houd een afstand van ongeveer 30 tot 40 cm aan. Ook zaden die buiten op dezelfde plek zijn opgekomen kun je het beste uitdunnen. De voorzichtig weggetrokken zaailingen kun je daarna weer uitplanten op een nieuwe plaats. Doordat de kwetsbare wortels snel beschadigen lukt verspenen echter niet altijd.
Koolrabi houdt van een goed bemeste, waterdoorlatende en luchtige bodem. Verwen de bodem daarom voor het zaaien nog even met compost of meng de grond aan met biologisch bemestte (moestuin)grond. Tijdens de groei van de knollen kun je de bodem eventueel nog wat bijvoeden met extra mest.
Koolrabiplanten vragen om veel vocht. Door de planten van voldoende water te voorzien voorkom je een vezelige knol. De wortels van koolrabi zijn niet lang, geef daarom dagelijks wat water aan de voet van de plant.
Oogsten kan van de maand juni tot en met begin december, afhankelijk van wanneer je de knolletjes hebt gezaaid. Hoe eerder je de knollen oogst, hoe lekkerder de groente trouwens smaakt. Koolrabi heeft namelijk de neiging erg taai en vezelig te worden wanneer je de planten te laat oogst. Doordat de knol boven de grond groeit kun je goed zien wanneer de groot genoeg, zo’n 7 tot 10 cm, is om te oogsten. Je oogst de plant door deze met een schoon en scherp mes net boven de grond af te snijden. Zonder blad kun je de knollen tot enkele dagen bewaren in de koelkast.
Lees ook de blog van onze moestuin expert Diana, waarbij ze haar oogst van onder andere koolrabi inmaakt tot Atjar!
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats...
Broccoli, (latijns: Brassica oleracea convar. botrytis var. Cymosa) is één van...
Planttype: Groente
Hoogte: 40 cm, 50 cm
Blad/loof: groen, blauw
Gebruik: stoven, koken
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: februari tot en met augustus
Standplaats: zon
Zaaitijd: februari, maart
Planttijd: april, mei, juni, juli, augustus
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober
Van februari t/m juli kun je broccoli zaaien. Let daarbij goed op welk ras je kiest, er bestaan zowel zomer- als wintersoorten. Vroege broccolirassen zaai je binnen onder glas of in een kweekbak van februari t/m half maart. De zaailingen plant je later in de maand april uit in de volle grond. Voor zomerbroccoli mag je vanaf half maart al zaaien in de volle grond. Het zaaien van winterbroccoli kan vanaf mei. Zaai de zaden op 1 cm diepte en met een afstand van 50 cm op een plek in de halfschaduw.
Wanneer de ontkieming zeer goed is verlopen en er meerdere zaailingen op dezelfde plaats zijn ontstaan is het van belang om de planten uit te dunnen. Zo krijgt iedere zaailing voldoende ruimte om uit te groeien tot een mooie en stevige broccoliplant. De planten bestaan straks immers voor een groot deel uit de schutbladeren en nemen hierdoor veel ruimte in. Sterke zaailingen die je uit de grond hebt getrokken kun je op een nieuwe plaats uitplanten. Dit noemen we verspenen.
Eén van de belangrijkste ingrediënten om de teelt van broccoli goed te laten slagen is een goede, vochtige en waterdoorlatende grond. Net als vrijwel alle andere kolen verlangt broccoli naar goed bemestte bodem. Verwen de grond regelmatig met extra meststoffen of een laagje compost. Wanneer je begint met kweken kun je de bovenste laag van de grond ook voorzien van een dikke laag biologische (moestuin)grond.
Nadat de planten een vaste plek in de moestuin hebben gekregen is het vooral belangrijk om de grond en bodem goed vochtig te houden. Helaas vormen broccoliplanten en andere kolen ook een erg lekker maaltje voor slakken. Om je oogst veilig te stellen kun je de ongewenste tuinbezoekers weren door cacaodoppen rondom de planten te strooien en sterk geurende planten zoals Oost-Indische kers en tijm en lavendel te planten.
Afhankelijk van de soort die je kweekt kun je broccoli oogsten tussen de maanden juni en maart. De eerste oogstperiode vindt meestal na twee tot drie maanden plaats na het zaaien. Broccoli kun je overigens vaak meer dan één keer oogsten. Je oogst daarom altijd eerst de centrale knop. Van de bijgegroeide zijknoppen kun je weken, soms zelfs maanden later blijven oogsten.
Boerenkool, ook wel Brassica oleracea var. Sabellica, is een populaire wintergro...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 50 cm, 75 cm
Blad/loof: groen, eetbaar
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, najaar
Gebruik: stoven, koken
Zaai- en planttijd: mei, juni, juli, augustus
Oogsttijd: augustus, september, oktober, november, december
Boerenkool doet je misschien snel denken aan oer-Hollandse gerechten; de groente komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Klein Azië. Toen was de boerenkool alleen nog niet helemaal wat het nu is. De boerenkool stamt namelijk af van de wilde kool. De wilde kool is ooit naar Europa gekomen en een tijd later kende de Grieken de bladkool. Nog een periode later aten de Romeinen boerenkool als een delicatesse. Vanaf de 17e eeuw vinden we boerenkool terug in de Nederlandse kookboeken. Deze groente heeft dus een aardige reis gemaakt voordat wij hier echte Hollandse recepten van maakten.
Wanneer je het beste kunt zaaien, hangt af van het moment dat je boerenkool wilt gaan eten. Wil je in de herfst al van een stamppot genieten? Zaai dan een herfstras in mei, zoals Westlandse herfst. Wil je wat later boerenkool oogsten, dan kun je rond juni of juli beginnen met zaaien. Kies dan uit Winterbor F1 Hypbride of Redbor F1 Hybride, dit zijn echte winterboerenkolen. Omdat je na mei pas begint met zaaien, kun je dit direct buiten doen in een zaaibed en hoef je niet binnen voor te kweken. Zodra er 3 tot 4 blaadjes aan de plantjes zitten, kunnen ze naar de volle grond of moestuinbak verplaatst worden.
Boerenkool heeft behoefte aan een goede bemesting. Zorg ervoor dat je grond goed bemest is wanneer je de boerenkoolplantjes plant. Dit kun je doen door biologische voeding door de grond te mengen of direct in biologische grond te planten. Bemest na een aantal maanden opnieuw.
Kweek je boerenkoolplantjes met een tussenruimte van ongeveer 50 centimeter en houd er rekening mee dat ze graag in de zon of halfschaduw staan.
Tip: de jonge zaailingen (de kleine boerenkoolplantjes) zijn geliefd door vogels. Dek je moestuin daarom af, totdat de planten ongeveer 50 centimeter hoog zijn.
Zodra er vorst over je boerenkool is gegaan, smaakt hij lekkerder. Zetmeel wordt door vorst omgezet in suikers, waardoor de plant zoeter wordt. Over het algemeen kun je tot eind februari oogsten, daarna wordt het blad bitter door de vaak zachtere temperaturen buiten.
Een bekend probleem bij het kweken van boerenkool is ‘witte vlieg’. Een klein vliegje dat nogal verzot is op de boerenkool. Als de witte laag enigszins meevalt wanneer je wil gaan oogsten, kun je het er redelijk afboenen. Om witte vlieg te voorkomen zou je een heel fijn net kunnen gebruiken, een biologisch insectenspray toepassen of heel laat een rode boerenkool (zoals Redbor) zaaien.
Met boerenkool kun je allerlei lekkere gerechten maken. Wij hebben een paar tips op een rijtje gezet:
Bloemkool, (latijns: Brassica oleracea convar. var. Botrytis) is een zeer popula...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 40 cm, 50 cm
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Blad/loof: groen, blauw
Gebruik: stoven, koken
Zaai- en planttijd: februari tot en met augustus
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober
Vanaf de maand februari kun je binnen al starten met het voorzaaien van zomerbloemkool. In mei kun je starten met het zaaien van herfstbloemkool in de volle grond. Winterbloemkool mag vanaf de maand juni buiten gezaaid worden. Zaai de bloemkoolzaden op 1 cm diepte en afhankelijk van het ras 50 tot 70 cm uit elkaar.
Bloemkoolplantjes die je in het voorjaar onder glas hebt gezaaid mag je vanaf half april buiten planten. Houd net als bij direct buiten zaaien voldoende ruimte tussen de planten. Zo zitten de bloemkolen elkaar later niet in de weg. Ook wanneer er buiten meerdere zaden op dezelfde plaats zijn ontkiemd is het belangrijk om iedere zaailing voldoende groeiruimte te geven. Laat de grootste en sterkste zaailingen staan en plant de overige plantjes op een nieuwe plaats. Dit noem je ook wel verspenen.
Bloemkool is geen heel gemakkelijk te kweken gewas en groeit alleen op zeer voedingsrijke bodems. Je kunt daarom het beste enkele maanden voor het zaaien al aan de slag gaan met het bemesten van het toekomstige zaaibed. Een bloemkool heeft namelijk net als vele andere kolen vrij veel mest met stikstof nodig om zowel de grote bladeren als de kool zelf te vormen. Ook tijdens het verplanten kun je de bloemkoolplanten het beste bijmesten met biologische mest of compost.
Zodra je het begin van een kool spot is het belangrijk om deze af te dekken met één of meerdere schutbladeren. Dit is een manier om de witte kool niet te laten verkleuren en daarnaast schiet de plant zo ook niet door. Zorg er verder voor dat de bloemkool goed kan blijven groeien op vochtige grond. Ook het verjagen van ongedierte zoals rupsen en slakken behoort tot de verzorging. Slakken kun je weren door cacaodoppen rondom de planten te strooien. Door bieslook en salie rondom je kolen te planten jaag je ook de rupsen weg.
Afhankelijk van het ras en de zaaiperiode kun je vanaf juni tot april de bloemkolen oogsten. Zodra de bloemkolen groot genoeg zijn kun je de kool oogsten door de steel los te snijden. Bloemkool is het lekkerste wanneer je deze dezelfde dag nog opeet. Mocht je teveel bloemkolen tegelijkertijd moeten oogsten dan kun je de groente wassen en invriezen.
De vlinderstruik, ook wel Buddleja genoemd, is geliefd vanwege zijn overvloedige...
Planttype: Heester
Bloem: blauw, geurend
Bloeitijd: augustus, september, oktober
Bloemvorm: trosvormig
Hoogte: 75 cm
Groeiwijze: bossig
Blad/loof: bladverliezend, groen, blauw
Vrucht: onopvallend
Gebruik: bijenplant, solitair, parken
Grondsoort: kalkrijke grond, alle grondsoorten
Vochtigheid: droog, normaal
Standplaats: zon, halfzon
Wind: beschut tegen harde wind
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Ook de prachtige vlinderstuik moet gesnoeid worden. In deze video geven wij 4 tips hoe je dit het beste doet:
De vlinderstruik houdt van een voedingsrijke, humusrijke, goed doorlatende grond. Daarnaast is het belangrijk dat de grond niet te zuur is, dus kalk strooien is belangrijk. Een geschikte grond is Bio Aanplantgrond Tuinplanten, deze houdt goed water vast en bevat bovendien plant-eigen schimmels. Je kunt de Buddleja het beste in het voorjaar of najaar planten.
Deze heestersoort zal het rijkst bloeien op een zonnige plek of half schaduw, afhankelijk van het type vlinderstruik.
Geef jaarlijks een hoogwaardige meststof, zoals Bio Tuinmest, in de periode april t/m juni. Ook kalk strooien in maart zal de plant goed doen.
De vlinderstruik met zijn mooie pluimen wordt vaak aangeplant omdat hij veel vlinders en bijen lokt. De meest gebruikte soort, Buddleja davidii, bloeit in de zomer op de eenjarige takken van datzelfde seizoen. Daarom mag je hem in het voorjaar sterk terugknippen. Er is één uitzondering: Buddleja alternifolia, die al in juni op het oude hout bloeit en na de bloei eventueel licht teruggesnoeid kan worden. Maar de gewone vlinderstruik is juist gebaat bij een stevige snoeibeurt in de lente, omdat de struik anders erg hoog wordt en alleen bovenin bloeit. Wacht met snoeien tot de nieuwe scheuten beginnen uit te lopen; meestal is dat eind februari of begin maart, maar na een lange winter kan dit ook pas half april zijn. Een vlinderstruik is aan de basis vaak sterk verhout. Snoei hem terug tot op dat houtige gestel, zo’n 30 à 40 cm boven de grond: verwijder eerst beschadigde of kruisende takken en knip de overige takken af boven een jonge scheut aan de buitenkant van de struik.
Geef vooral in de zomermaanden geregeld water.
Om een volle vlinderstruik te krijgen, is snoeien een belangrijke factor. Snoei je vlinderstruik in het late voorjaar stevig terug tot ongeveer een derde van de hoogte. Dit stimuleert nieuwe groei en zorgt voor een vollere struik. Gebruik daarnaast een goede meststof in het voorjaar en in de zomer om de groei te bevorderen. Dit helpt de plant om sterk en gezond te blijven.
De beste tijd om een vlinderstruik (Buddleja) te planten is in het voorjaar of het najaar. Planten in het voorjaar (maart tot mei) geeft de vlinderstruik de hele groeiperiode om zich te vestigen voordat de winter komt. De grond is meestal warmer en vochtiger, wat gunstig is voor de wortelontwikkeling. Planten in het najaar (september tot november) is ook een goede optie omdat de grond nog warm is van de zomer, maar de temperaturen zijn koeler, wat minder stressvol is voor de plant. Dit geeft de wortels de kans om zich te vestigen voordat de winter begint.
Zorg ervoor dat je de vlinderstruik plant op een zonnige plek met goed doorlatende grond voor de beste groeiresultaten. Gebruik bij de aanplanten een aanplantgrond.
Een vlinderstruik kan niet tegen:
Het nieuwe jaar is begonnen! Vind je het zonde om de kerstboom weg te gooien? Als je hebt gekozen voor een kerstboom inclusief kluit kun je er voor kiezen om hem terug in je tuin te planten.
Tips voor vogels in de winter: Geef ze eten, beschutting en een veilige leefomgeving
De beste tips om groene aanslag veilig te verwijderen van muren, gevels of baksteen zonder schade of verkleuring.
Ontdek in deze blog de beste middelen tegen mieren buiten: van natuurlijke oplossingen tot effectieve Pokon producten.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.