Je ziet onder Verkooppunten welke Pokon verkooppunten bij jou in de buurt zitten en waar onze producten o.a. online verkocht worden. Mis je een verkooppunt? Dan horen wij dat graag! Geef het aan ons door via het contactformulier.
Ongewenste beestjes, zoals luizen, rupsen, potgrondvliegjes en tripsen, kunnen je plant verzwakken. Het is eerst zaak om uit te zoeken van welk beestje je plant last heeft. Dit kan gemakkelijk via onze Pokon Probleemherkenner. In deze online tool kun je het beestje opzoeken waar je plant last van heeft. Wanneer het beestje hebt gevonden kun je zien hoe je het beste je plant kunt behandelen.
Planten met een mindere weerstand, zijn vatbaarder voor externe invloeden zoals ongewenste beestjes. Door je planten goed te verzorgen maak je ze vitaal en gezond. Geef je planten voldoende water en voeding.
Om steeds lekkere groenten en fruit te blijven oogsten, is het belangrijk dat de bodem gezond en vruchtbaar is.
Over het algemeen kan onderstaand voedingsschema aangehouden worden voor een vruchtbare grond in de moestuin:
> Voorjaar: Gebruik net na de vorst Kalk en Gedroogde mestkorrels, ook kan Siertuincompost gebruikt worden.
> Zomer: Bemest de groenten en fruit planten met Moestuinmest.
> Najaar: Strooi weer Gedroogde mest en eventueel Kalk.
> Winter: Meststoffen hoeven nu niet gebruikt te worden, wat de bodem kan verbeteren is het spitten van de grond. Door het omspitten kan regen, sneeuw en vorst beter de grond in en wordt de bodemstructuur verbeterd.
Om de bodem in de moestuin gezond te houden is het van belang om wisselteelt toe te passen, de meeste planten hebben geen vaste plek in de moestuin, maar schuiven steeds weer een plekje op.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.
Floors Zaaikalender
Met de zaaikalender zie je gemakkelijk welke gewassen je per maand kunt zaaien. Kies of je in de kas, binnen of direct buiten wilt zaaien en ontdek wat er op dat moment het beste groeit!
Cucurbita, beter bekend als pompoen, is misschien wel de makkelijkste groente in...
Pompoenen zijn er in vele soorten en maten. Zo kennen we sierpompoenen, reuzenpompoenen (Cucurbita maxima), muskuspompoen met een nootachtige smaak (Cucurbita mochata), Ayote (Cucurbita Mixta) en de vijgenbladpompoen (Cucurbita ficifolia). Zelfs de courgette (Cucurbita pepo), behoort tot het geslacht pompoen. Onder al deze soorten vallen weer veel verschillende rassen.
Je kunt pompoenen makkelijk zelf zaaien; zowel binnen of in een kasje in begin april of later in de volle grond rond half mei. Pompoenplanten kruipen over de grond en hebben daardoor veel ruimte nodig. Zaai de pompoenzaden op een diepte van 3 tot 5 cm en met een afstand van 150 tot 200 cm uit elkaar. Wanneer je dichter op elkaar zaait is het belangrijk om de zaailingen later uit te dunnen, zodat de planten voldoende ruimte krijgen.
Pompoenen groeien het liefst in humusrijke, waterdoorlatende grond. Belangrijker dan de grondsoort is de bodemtemperatuur, Cucurbita houden van een warm bed. Zorg er daarom voor dat je de zaden zaait op een zonnige plek. Zodra er vruchten aan de plant verschijnen kun je de pompoentjes op een laagje stro leggen en verder laten groeien, zo verminder je de kans op rotting.
Afhankelijk van de soort kun je pompoenen van de zomer tot de late herfst oogsten.
Rond september en oktober kunnen de meeste pompoenen geoogst worden. Een rijpe pompoen herken je aan de steel. Zodra de steel rimpels en groeven vertoond is de vrucht klaar. Oogst de pompoenen met een scherp en schoon mes. Door de steel aan de pompoen op een minimale lengte van 5 cm te houden verleng je de houdbaarheid van de pompoen.
De meeste pompoenrassen lenen zich goed om lang te bewaren. Laat de pompoen eerst enkele weken drogen op een luchtige plaats. Daarna kun je de vruchten op een donkere en koele plek, zoals bijvoorbeeld een schuur, enkele maanden bewaren.
Spinazie is niet alleen een heel gezond, de sterk makende groente is ook nog een...
Spinazie zaai je altijd direct in de volle grond. Vanaf eind februari tot september zaai je de spinazie op 1 cm diepte in vochtige grond. In de zomer schiet spinazie echter erg snel door, wat betekent dat alle energie van de plant zich zicht op het aanmaken van zaad. Hierdoor is de meest ideale zaaiperiode van maart t/m juni en rond augustus.
Je kunt zowel breedwerpig als in rijen zaaien. Vaak is het zaaien in rijen, met een rijafstand van zo’n 30 cm, makkelijker voor de verdere verzorging van de teelt. Zo kun je onder andere onkruid veel makkelijker wieden.
Om iedere spinazieplant voldoende ruimte te geven dun je de zaailingen uit op 5 tot 15 cm van elkaar. Je kunt bij het zaaien van spinazie ook beter meerdere keren in het seizoen zaaien dan in één keer heel dicht op elkaar.
Spinazie kun je het beste kweken op luchtige en goed bemeste grond. Voorafgaand aan het zaaien kun je daarom het beste de grond nog even goed omspitten en verwennen met biologische en bemeste moestuingrond. Verder groeit spinazie graag op vochthoudende grond en dan het liefst op een plek in de zon of halfschaduw.
Bij het verzorgen van spinazie hoort ook het wieden van onkruid. Trek of schoffel deze regelmatig en voorzichtig weg tussen de planten. Pas wel op dat je daarbij de kwetsbare planten zelf niet beschadigd. Verder is het belangrijk om vooral de jonge zaailingen en ook later bij veel droogte voldoende water te geven.
Dit doe je door de bladeren van de stelen af te snijden. Zo kun je later nogmaals van dezelfde plant oogsten. Spinazie kun je beter niet te lang laten staan wanneer het blad groot genoeg is om te oogsten. Hoe groter het blad, hoe bitterder de smaak. Spinazie kun je het beste vroeg in de ochtend of laat op de avond oogsten. Na het oogsten kun je de bladeren maximaal één à twee dagen in de koelkast bewaren.
Koolraap behoort net als broccoli en bloemkool tot de kruisbloemigenfamilie en i...
Voorzaaien is bij koolraap niet nodig, je kunt de zaden aan het einde van de lente direct in de volle zaaien. Zodra de kans op nachtvorst voorbij is, heb je een maand de tijd om de koolraapzaden te zaaien. Zaai de zaden op ongeveer 3 cm diepte en met een plantafstand van 40 tot 50 cm.
Wanneer er meerdere zaden ontkiemen op dezelfde plaats is het belangrijk om de zaailingen uit te dunnen en uit te planten op een andere plaats. Zo krijgt iedere koolraapzaailing straks voldoende ruimte om uit te groeien tot een dikke wortelknol. De beste periode om koolraap te verplanten is eind juli/begin augustus.
Zo lang de bodem voldoende waterdoorlatend is groeien koolraapplanten op vrijwel iedere bodem erg goed. Spit de grond voor het planten of zaaien nog even goed om en geef de bodem niet te veel mest. Hoewel koolraap hierdoor wel sneller groeit, gaat dit ten koste van de smaak. Daarnaast zorgt overbemesting ervoor dat de bladeren gigantisch gaan groeien, terwijl de groei van de knol zelf achterblijft.
Het verzorgen van de zaailingen en planten vraagt niet om veel aandacht. Wel hebben vogels het vaak gemunt op de jonge zaailingen die net uit de grond tevoorschijn komen. Door een net over de planten te spannen voorkom je dat de plantjes al ver voor de oogstperiode worden opgepeuzeld. Verder is het belangrijk om de grond voldoende vochtig te houden. Om een goede wortelknol te vormen heeft koolraap veel water nodig.
Na lang wachten kun je de rapen tussen oktober en januari dan eindelijk oogsten! Dit doe je door de plant zo laag mogelijk bij de bladstelen uit de grond te trekken. Zonder blad kun je koolrapen met gemak enkele weken op een onverwarmde plaats bewaren. Wanneer je de koolrapen bij een temperatuur van 1℃ oogst kun je de groente zelfs maandenlang bewaren.
Ook het jonge blad van de koolraap kun je trouwens eten. Oogst daar echter tijdens de groei nooit te veel van, de planten hebben hun bladeren nodig om te groeien.
Lycopersicon, bij iedereen bekend als tomaat, is een populaire vrucht die veel g...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal, vochtig
Standplaats: zon
Hoogte: 100 cm, 150 cm, 200 cm
Groeiwijze: opgaand
Blad/loof: groen
Vruchtkleur: geel, rood, eetbaar, saprijk, zacht vruchtvlees
Bloem: geel
Gebruik: handfruit/tafelfruit, koken, salades, soepen
Zaaitijd: februari, maart, april
Planttijd: mei, juni
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september
Winterhardheid: niet (> +4,4°C), USDA zone 11
Net als in de winkel kun je bij het kweken van tomaten kiezen uit ontzettend veel soorten in alle kleuren en maten. Denk aan de kleinere (snoep)tomaatjes zoals cherrytomaten, de lekkere sappige en smaakvolle romatomaten, stevige vleestomaten en cocktailtomaten. De meeste tomatenrassen klimmen omhoog en groeien in stamvorm. Je kunt ook kiezen voor struikvormige tomatenplanten of juist voor dwergtomaten, deze zijn ideaal voor het kweken in pot.
Vanaf februari tot en met mei kun je tomaten voorzaaien in een zaaibakje in huis of in de kas in vermiculiet. Bij een kamertemperatuur van 20 graden ontkiemen de zaden na ongeveer tien dagen.
In de maanden mei of juni mogen de tomaten naar buiten en kun je de plantjes ompotten naar een grote pot of planten in de volle grond. In de volle grond plant je de planten ten minste 50 cm uit elkaar, zodat iedere plant straks voldoende ruimte krijgt om te groeien. Tomaten houden van warmte, zet ze dus ook gerust in de volle zon neer.
Qua verzorging hebben tomatenplanten vooral behoefte aan een zonnige plaats en warme, goed bemeste, waterdoorlatende grond.
Klimtomaten en stamvormige tomatenplanten dien je verder iedere week te ‘dieven’. Dieven is het verwijderen van de nieuwe stengels in de okselscheuten van de plant. Hierdoor wordt de stam van de plant sterker. Zodra de planten wat groter en zwaarder worden geef je de planten steun door middel van het aanbinden aan een stok.
Hoewel tomaten zelf voor de bestuiving zorgen kun je vanaf het moment dat er gele bloemen tevoorschijn komen helpen bij de bevruchting. Door de planten zo nu en dan zachtjes te schudden komt het stuifmeel sneller los en vergroot je de kans dat er een tomaat uit de bloemetjes groeit.
Tomaten geef je verder veel water totdat deze beginnen te verkleuren, anders barsten de vruchten.
Voor lekkere, sappige tomaten is het belangrijk om de tomatenplant te voeden. Voor optimaal resultaat kun je de tomatenplantjes bemesten van februari tot en met april en daarna nog een keer in juli of augustus.
Lees hier meer tips van onze moestuin expert Floor Korte over tomaten verzorgen.
Vanaf de maand juni, zo’n tien weken na het zaaien, zijn de eerste tomaten rijp om te oogsten. Pluk altijd boven het kroontje, zo blijven de vruchten langer vers.
Wanneer in de maand september de kou toeslaat is het vaak verstandig om ook de nog niet rijpe tomaten te plukken. Deze kun je dan op de vensterbank laten narijpen.
Ocimum basilicum, beter bekend onder de naam basilicum, wordt ook wel de koning ...gemakkelijk zelf kweken.
Snoeien: Snoei is niet nodig bij deze plant.
Licht: zon
Gebruik: salades, sauzen, soepen, vleesgerechten, groenteschotels
Planttype: Kruiden
Zaai- en planttijd: april, mei, juni, juli
Oogsttijd: mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Winterhardheid: slecht (-6,6 tot -1,2°C), USDA zone 9
De meest bekende basilicumsoorten zijn Genovese en Sweet basil, deze soorten vind je veel bij tuincentra en supermarkten. De vaak groene basilicum kun je echter ook vinden in heel andere kleuren en smaken. Zo hebben de soorten Dark Opal en Red Rubin een vergelijkbare smaak, maar zijn donkerpaars gekleurd. Wie voor een soort met bijzondere smaak zoekt kan kiezen voor Anis Blanc basil met een anijsachtige smaak, Cinnamon basil met een kaneelachtige smaak of voor Mrs. Burns lemon basil met een citroenaroma.
Vanaf half april kun je basilicum buiten in de volle grond of in potten zaaien. Kies voor een plek in de volle zon. Hoe warmer de buitentemperatuur, hoe sneller de zaden zullen kiemen en hoe lekkerder het eindresultaat na het oogsten. Zaai zaden in de volle grond met een afstand van zo’n 30 centimeter en bedek ze daarna met een laagje grond van ongeveer een halve centimeter. Gemiddeld kiemen de zaden van basilicum binnen 7 tot 12 dagen. In pot mag je basilicum dicht op elkaar zaaien, zodat de planten vooral in de hoogte zullen groeien.
De lekkerste basilicum begint met de juiste grond. Gebruik voor het kweken van kruiden en groenten altijd biologische potgrond. Geef de planten na het zaaien regelmatig water maar voorkom dat de planten volledig onder water staan om verrotting te voorkomen. In de periode juli tot en met augustus kun je de planten voeden met biologische plantenvoeding. Basilicum in pot vraagt vaker om bemesting dan planten in de volle grond.
Basilicum in de volle grond kun je van mei tot en met oktober oogsten. Pluk de blaadjes vanuit de top van de plant of knip de gehele stengel af met een schone schaar. Omdat basilicum na het plukken snel slap wordt, kun je deze het beste vlak voor gebruik oogsten. Knip altijd boven de eerste twee blaadjes vanaf de grond, zodat de basilicum daarna weer verder kan groeien.
Petroselinum Crispum, beter bekend als peterselie, is een tweejarige plant die v...
Planttype: Kruiden
Grondsoort: Biologische Moestuingrond
Bemesten: voorjaar, zomer met Kruiden Mest
Standplaats: zon, halfzon
Snoeien:De plant is groenblijvend, snoei is niet nodig. Hooguit kan af en toe het oude, lelijk geworden blad weggeknipt worden rond maart.
Gebruik: salades, soepen, sauzen, visgerechten, groenteschotels
Hoogte: 30 cm
Blad/loof: half wintergroen, groen, eetbaar
Zaaitijd: februari, maart
Planttijd: maart, april, mei, juni
Oogsttijd: juni, juli, augustus, september, oktober, november, december
Er bestaan veel verschillende variëteiten peterselie die je kunt opdelen in twee soorten: platte peterselie (ook wel bladpeterselie genoemd) en krulpeterselie. Door de sierlijke vorm van de bladeren wordt krulpeterselie vooral gebruikt als garnering bij gerechten. Platte peterselie heeft meer geur en smaak en wordt daarom graag aan gerechten zoals soepen en sauzen toegevoegd.
Vanaf maart kun je peterselie in de volle grond zaaien. Doordat peterseliezaden soms veel moeite hebben met ontkiemen kun je ook al in februari starten met voorzaaien in potten op de vensterbank. Je kunt daarbij in iedere pot met een doorsnede van 20 cm ongeveer 15 zaden gebruiken. In de volle grond zaai je de zaadjes op een plaats in de halfschaduw met een afstand van ongeveer 20 cm tussen iedere rij. Om de kans op ontkiemen te vergroten bedek je de zaden met niet meer dan 3 mm grond. Rond half mei mogen ook de zaailingen dan verplant worden naar een plekje in de volle grond.
Om later smaakvolle en geurrijke peterselie te oogsten kweek je de kruiden in vruchtbare en watervasthoudende bodem. Gebruik zowel in de kruidentuin als in de moestuin altijd biologische grond. Door tussen het oogsten door dit kruid te verwennen met biologische mest worden er nog sneller nieuwe bladeren en stengels aangemaakt. Zorg er verder voor dat de grond altijd vochtig is door regelmatig water te geven.
Na ongeveer 8 weken zijn de peterselieplanten klaar om geoogst te worden. Pluk de bladeren en stengels , maar zorg ervoor dat je niet te dicht in het hart van de plant plukt. Na het oogsten blijft de peterselieplant nieuwe bladeren aanmaken. Hierdoor kun je vele keren oogsten van dezelfde plant. Vanaf de herfstperiode stopt de plant met het aanmaken van nieuwe stengels en bladeren. Bescherm in de winter de peterselie door wat stro rondom de voet van de plant aan te brengen. Zo zal de plant in het voorjaar weer verder groeien en kun je het volgende seizoen opnieuw verse peterselie oogsten.
De sperzieboon is toch wel een typisch Hollandse groente en mag eigenlijk niet o...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: februari tot en met augustus
Standplaats: zonnig
Bloem: wit
Bloeitijd: juni, juli
Hoogte: 75 cm, 180 cm
Groeiwijze: klimmend, opgaand
Blad/loof: groen
Vrucht: groen, eetbaar
Gebruik: koken, verse consumptie
Zaaitijd: april, mei
Planttijd: mei, juni, juli
Oogsttijd: juli, augustus, september
Er bestaan enorm veel rassen en variëteiten wanneer het gaat om het kweken van sperziebonen. De soorten kun je in twee categorieën indelen: stokbonen en stambonen. Stambonen groeien laag bij de grond en worden ook wel struikbonen genoemd. Stokbonen groeien juist de hoogte in en hebben een constructie nodig om goed te groeien. Het hoogteverschil kan erg groot zijn. Zo worden de meeste struikbonen ongeveer 40 tot 50 centimeter hoog, waar stokbonen soms wel een hoogte van 3 tot 4 meter kunnen bereiken.
Sperziebonen dulden absoluut geen vorst en mogen daarom pas in de periode vanaf half mei tot juli worden gezaaid. Zaai de zaden op een zonnige plaats op 2 cm diepte in vochtig gemaakte grond. Voor struikbonen zaai je per 20 cm 3 zaden in een geultje. Voor de stokbonen houd je een hoeveelheid van 3 tot 4 bonen per stok aan.
Geef pas weer water zodra de zaailingen boven de grond verschijnen.
Wanneer er meer dan 3 tot 4 zaailingen op één plek zijn opgekomen is het belangrijk om de planten uit te dunnen. Zo krijgt iedere zaailing voldoende ruimte om uit te groeien tot een sterke volwassen bonenplant.
Sperziebonen zijn niet dol op bemesting. Daarentegen worden de planten wel graag verwend met wat compost. Aan de bodem stellen de sperziebonenplanten verder niet heel veel eisen, zolang deze maar niet te zuur is. Een zure bodem kun je meer basisch maken door wat kalk toe te voegen. Verder houden sperziebonen van een vochtige grond. Pas wel op dat de bodem nooit te nat is, hierdoor ontstaat snel rotting.
Een goede ondersteuning is erg van belang bij de groei van stokbonen. Gebruik hiervoor een hekwerk met gaas of aan elkaar gebonden klimstokken. Zo kun je stevige bamboestokken gebruiken die je in de vorm van een wigwam aan elkaar vastbindt.
Verder moet je de eerste weken goed oppassen voor vogels. Een net van gaas of vliesdoek beschermt je jonge zaaigoed tegen deze dieven. Zodra de zaailingen 2 tot 4 blaadjes hebben gevormd mag het net er weer af.
50 tot 60 dagen na het zaaien kun je de sperziebonen oogsten. Door regelmatig te oogsten stimuleer je de plant tegelijkertijd om nieuwe bonen aan te maken.
Pisum sativum, beter bekend als de doperwt, is een populair gewas welke eigenlij...
Planttype: Groente
Grondsoort: kleigrond (kalkhoudend), kalkrijke grond, veengrond (zuur), normale grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats: zon
Bloem: wit
Hoogte: 100 cm, 180 cm
Groeiwijze: klimmend
Blad/loof: groen
Vrucht: groen, eetbaar
Gebruik: koken
Zaaitijd: februari, maart, april
Planttijd: maart, april
Oogsttijd: juni, juli, augustus
Doperwten kun je vanaf januari voorzaaien onder glas. Eind februari kun je de zaailingen dan al buiten uitplanten in de moestuin. In de maanden maart en april kun je ook direct zaaien in de volle grond. De zaden plant je daarbij ongeveer 2 cm diep en met een plantafstand van 10 cm. Het kiemproces kun je versnellen door de zaden 24 uur van te voren in water te laten weken. Zaai de zaden op een plaats waar de afgelopen 5 jaar geen peulgewassen hebben gestaan.
Er bestaan overigens heel veel verschillende doperwtsoorten. Zo kun je kiezen voor het zaaien van laag groeiende soorten en hoog groeiende soorten.
Je kunt de niet al te hoge rassen ook in bakken of een emmer kweken. Het is dan handig om stokken in de bakken te plaatsen. Deze stokken bevestig je aan de bovenkant aan elkaar met een stuk touw. Hierdoor creëer je een wigwam waar de doperwtplanten naar hartenlust aan omhoog kunnen kruipen.
Doperwten stellen niet ontzettend veel eisen aan de grond. Zo wordt er juist afgeraden om in net verse bemeste of met compost bewerkte grond te zaaien. Doe een tijd van te voren al wat kant en klare mix van voeding en grond in je moestuinbak. Een dag voor het zaaien kun je de grond wel nog even losspitten en licht bemesten met kali. Zo verzeker je jezelf straks van een rijke en smakelijke oogst!
Erwtenplanten groeien in de hoogte. Een goed hekwerk met gaas of een verticale groeiconstructie zoals de wigwam is dan ook een vereiste om hoog groeiende doperwtsoorten goed te laten groeien. Tijdens het groeiproces is het belangrijk om de planten goed in de gaten te houden of er nog steeds voldoende ruimte is om tegenaan te klimmen.
Juni en juni zijn dé oogstmaanden voor doperwten. Doperwtjes die eerst onder glas zijn voorgezaaid kunnen vaak al enkele weken eerder worden geoogst. Het oogsten zelf doe je door de peulen voorzichtig met beide handen van de plant te verwijderen. De ideale grootte van de doperwten bij het oogsten is afhankelijk van je eigen voorkeur. Kleinere doperwten zijn vaak zoeter en sterker van smaak dan grote erwten. Vers zijn doperwten het lekkerst, maar met gemak bewaar je de groente ook nog enkele dagen in de koelkast.
Raphanus sativus, beter bekend als radijs, is een licht pittige groente en wordt...
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats: zon, halfzon
Hoogte: 10 cm
Blad/loof: groen
Vrucht: rood, wit, eetbaar
Gebruik: salades, verse consumptie
Zaaitijd: februari, maart
Planttijd: maart, april, mei, juni, juli, augustus, september
Oogsttijd: april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Er bestaan veel verschillende soorten in het zadenassortiment van de radijs. De meeste mensen zijn vooral bekend met de rode en witte radijzen, maar er bestaan ook gele, roze, paarse en geheel witte radijssoorten. Naast de bolvorm kun je ook langwerpige en wortelvormige radijs kweken.
Radijs is een zeer makkelijke, snelle en daarmee ideale groente om te beginnen met kweken. Je kunt ze het best in het voorjaar vanaf maart/april zaaien wanneer er geen nachtvorst meer is. Later starten kan ook, maar ze smaken minder lekker als ze bij hoge temperaturen groeien. Op een zonnige plek zaai je de zaden in rijen op 1 cm diepte en minimaal 5-10 cm afstand van elkaar. Na het zaaien kiemen de zaden na ongeveer 1 of 2 weken.
Radijs is ook een makkelijk te kweken groente omdat het maar weinig eisen stelt aan de bodem en grondsoort. Biologische (moestuin)grond of een met een laagje compost verrijkte bodem vormt het ideale bed voor dit gewas. Qua verzorging dien je de bodem enkel voldoende vochtig te houden. Door regelmatig water te geven voorkom je verder voosheid of een zeer scherpe smaak. Voze radijsjes hebben een sponzige structuur en komen bij warm weer en aanhoudende droogte veel voor.
Zoals gezegd kun je radijs lekker snel oogsten, ongeveer 5-6 weken na het zaaien. Vaak zijn de knolletjes al een aardig stuk boven de grond te bewonderen. Bij het oogsten trek je voorzichtig de knol via het loof uit de grond. Oogst eerst de grootste knollen en oogst radijs altijd pas vlak voor gebruik. Na het oogsten kun je het beste direct het loof eraf snijden, anders wordt de knolgroente al snel minder lekker. Radijs kun je in een bakje water in de koelkast nog 1 Ã 2 dagen bewaren.
Salie zorgt voor een feestje in iedere tuin. Bij een zuchtje wind dansen de paar...
Planttype: Kruiden, Vaste plant
Grondsoort: Kruiden Mest
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: droog, normaal
Standplaats: zon, schaduw
Wind: beschut tegen oosten wind in de winter, zeewind bestendig
Snoeien: De plant bloeit op éénjarig hout. Om een goede groei en bloei te krijgen is het raadzaam de plant elk voorjaar (begin maart) sterk terug te knippen tot op 10-20 cm boven de grond.
Hoogte: 30-50cm
Bloem: geurend, roze, paars
Bloemvorm: trosvormig
Bloeitijd: juni, juli, augustus
Blad/loof: groenblijvend, grijsgroen
Gebruik: salades, gevogelte, visgerechten, vleesgerechten, groenteschotels, bijenplant
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Salie behoort tot de plantenfamilie Salvia die wel 900 soorten kent. Dit sierlijke tuinplantje wordt, afhankelijk van de soort, zo’n 40 tot 100 cm hoog. De prachtige paarse pluimen laten zich van mei tot en met in augustus zien. Met hoge soorten achter in een border (en lagere vooraan) geef je de tuin direct meer diepte. Salie is in de border ook altijd perfect om met andere planten te combineren. Behalve in borders is Salie ook zeer geschikt om in bakken te zetten op jouw balkon of terras.
Als je Salie wilt zaaien doe je dat bij voorkeur in het vroege voorjaar. Salie is namelijk een lichtkiemer. Leg de zaden op een ondergrond van een mengsel van potgrond dat je luchtiger hebt gemaakt door er ongeveer 1/5e deel brekerzand door te mengen. Dek de zaden daarna af met een dun laagje Pokon Vermiculiet. Hierbij is het belangrijk dat je de zaadjes goed in de gaten houdt. Het dunne laagje moet je per dag een keertje licht besproeien met een plantenspuit. Zo drogen de zaden niet uit.
Salie komt van oorsprong uit het zuiden van Europa en houdt daarom van een plekje in de zon met een beetje beschutting. Salie is ook zeer geschikt om te kweken in potten op het terras.
Om optimaal te kunnen blijven genieten van Salie voed je de planten 2 keer per jaar. De beste tijd om te voeden is vroeg in de lente en in de zomer. Gebruik daarvoor speciale Pokon Kruiden Mest. Deze voeding zorgt voor meer weerstand tegen plagen en ziektes en geeft jouw Salie ook nog eens die heerlijke geur. De voeding werkt tot wel 120 dagen.
Om wildgroei te voorkomen is het in het voorjaar tijd om Salie te snoeien. Snoei de plant wat terug, zodat deze sfeermaker mooi vol blijft. Na de bloei in de nazomer mag je nog een keer snoeien, maar doe dit niet te laat. Als de dagen en nachten kouder worden kan de pasgesnoeide Salie last krijgen van de kou. Zijn de paarse pluimen van de Salie uitgebloeid? Knip de stelen dan meteen terug en de kans is groot dat de plant voor een tweede keer gaat bloeien!
Om te kunnen blijven genieten van Salie heeft ook deze tuinplant regelmatig water nodig. Zeker wanneer het een lange tijd droog is geweest, is het aan te raden even te sproeien. Sproei bij voorkeur dichtbij de grond rondom de kluit, zodat de wortels het water snel op kunnen drinken. Wanneer je Salie in een pot op het terras zet, moet je misschien iets vaker water geven. Let er dan wel op dat in de bodem van de pot een gat zit of gebruik Pokon hydrokorrels. Overtollig gietwater kan dan makkelijker wegvloeien en er blijft geen water onderin de pot staan.
Salie kent geen rustperiode, omdat het een groenblijvende plant is. Een ideale periode in het jaar om Salie uit te planten is er dan ook niet. Waar moet je dan wel rekening mee houden? De nachttemperatuur. Wanneer je jouw Salie pas hebt geplant, dan kan hij nog niet goed tegen de kou. Het wortelstelsel moet zich namelijk nog ontwikkelen. Wanneer de nachttemperatuur boven de 10℃ komt is het tijd om Salie uit te planten.
Je kunt de blaadjes plukken wanneer je wilt. Doe dit wel zo kort mogelijk voor je het gaat gebruiken. Een takje met blaadjes kun je nog wel een paar dagen fris houden, door ze losjes in wat papier te rollen en ze in de koelkast te leggen. Omdat je Salie bijna het hele jaar door kunt oogsten is invriezen niet nodig.
De plant zelf moet wel kunnen herstellen van het oogsten van de bladeren. Wanneer je af en toe een paar blaadjes oogst, kan je gerust het hele jaar blijven oogsten. Alleen als je alle blaadjes in één keer oogst, heeft de plant tijd nodig om te herstellen. In dat geval kan je Salie twee keer per jaar oogsten.
Om de blaadjes van Salie langer goed te houden kun je ze laten drogen. Op welke manier je de blaadjes droogt hangt af van je eigen voorkeuren. Uiteindelijk is het een kwestie van veel proberen wat de beste smaak oplevert.
Solanum melongena, beter bekend als de aubergine of eierplant, is een vruchtgroe...
Planttype: Groente
Standplaats: zon
Hoogte: 75 cm, 100 cm, 125 cm
Snoeien: Knip alle groene delen in oktober/november terug om de plant in model te brengen (voor je ze naar binnen haalt).
Groeiwijze: opgaand
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Bloem: lila
Blad/loof: groen
Vrucht: paars, eetbaar
Gebruik: verse consumptie, stoven
Zaaitijd: januari, februari
Planttijd: april, mei
Oogsttijd: juli, augustus, september
Er bestaan veel auberginesoorten in verschillende vormen, kleuren en maten. Zo heb je naast de bekendere paarse ovale soorten ook goudgele ronde soorten (bijvoorbeeld Golden Eggs), witte ovale soorten (White Egg), geribbelde ovale soorten (Violetta di Firenze) en gestreepte soorten (zoals Tsakoniki). Early Black Egg en Morden Midget zijn vrij tolerant in onze wat koudere klimaten en vormen daarmee de ideale beginnersoorten.
Doordat aubergineplanten van origine uit veel warmere oorden komen is de plant een wat lastiger te kweken groente. Om het zaaigoed te laten ontkiemen start je eind februari al met het voorzaaien in zaaibedden. Dit doe je in een verwarmde omgeving die, zowel dag als nacht, een temperatuur heeft van 25 graden. Afhankelijk van de warmte zullen de zaden dan in ongeveer 2 tot 3 weken ontkiemen.
In de maanden april of mei verplant je de zaailingen naar aparte grotere potjes. Vanaf de maand juni mag je de aubergineplantjes dan uitplanten in de volle grond. Gebruik hiervoor een plantafstand van 50 cm.
Aubergineplanten stellen niet veel eisen aan de grond, zolang deze maar niet te zuur en goed waterdoorlatend is. Maak de grond wat luchtiger door de bovenlaag te vermengen met wat compost, dit is ook meteen voeding voor de plant. Gebruik als bodem altijd biologische potgrond, zo verzeker je jezelf van een lekkere oogst.
Zodra de prachtige paarse of witte bloemen tevoorschijn komen kun je de aubergineplant door de plant lichtjes te schudden, helpen met de zelfbestuiving. Afhankelijk van de vruchtgrootte van het ras is het vaak verstandig om de plant ook te ondersteunen met stokken.
Zodra de aubergines hun uiteindelijke kleur hebben gekregen en je met je vingers licht in de vrucht kunt duwen is het tijd om te oogsten. Snijd met een scherp en schoon mes door het steeltje en verwijder zo de vrucht van de plant. Door regelmatig te oogsten maakt de plant sneller nieuwe vruchten aan.
Aubergines mag je overigens net als aardappels nooit rauw opeten! Pas als de groente is verhit, is de schadelijke hoeveelheid van de stof solanine verdwenen.
Tijm komt in veel gerechten voor en daarom is het een handig kruid voor in je kr...
Planttype: Vaste plant
Grondsoort: zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: droog
Standplaats: zon
Wind: beschut tegen harde wind, beschut tegen oosten wind in de winter
Snoeien: Knip begin maart de plant sterk terug tot op 10-20cm boven de grond, want de plant bloeit op éénjarig hout en zo versterk je de ontwikkeling. Citroentijm:De plant is groenblijvend, snoei is niet nodig. Hooguit kan af en toe het oude, lelijk geworden blad weggeknipt worden rond maart.
Groeiwijze: bodembedekkend, breed spreiden
Wind: zeewind bestendig
Gebruik: bijenplant
Hoogte: 30 cm
Bloem: geurend, lila
Bloeitijd: juni, juli
Blad/loof: groenblijvend, geurend
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Tijm groeit het beste in Pokon Bio Moestuin Grond. Door ze in de juiste potgrond te zetten zorg je letterlijk voor een goede voedingsbodem waarin de wortels zich goed kunnen ontwikkelen en de plant optimaal kan groeien. Bovendien wordt de tijm dan nog smaakvoller.
Tijm houdt van een warme en droge standplaats in de volle zon. Bij zachte winters zal het tijmplantje geen problemen ondervinden. Als het erg koud is dan kun je de tijm het beste beschermen en eventueel binnen neerzetten.
Tip: Niet heel veel ruimte in je tuin of balkon? Plant je tijm plant in een Pokon Hangtuintje.
Tijm kun je het beste voeden van februari tot en met april en daarna nog een keer in de zomermaanden juli tot of augustus. Gebruik hiervoor een biologische plantenmest, zoals Pokon Bio Kruiden Mest.
Tijm kun je voor de bloei snoeien en eventueel na de bloei om een volle plant te houden. Snoei nooit tot in de houtige takjes terug.
Tijm mag niet uitdrogen, dus geef regelmatig water. Zorg dat het water er altijd uit kan lopen.