Ben je op zoek naar een plant die ook in de winter mooi groen blijft? Zegge Ever...
Zegge Evergold vindt zijn oorsprong in Japan. De plant blijft het gehele jaar door groen en heeft een opvallend geel-groen gestreept blad. Door de maximale hoogte van ongeveer 25 centimeter kun je dit siergras perfect gebruiken om jouw border groener mee te maken.
In Nederland komen er zo’n 60 verschillende soorten Zegge (Carex Oshimensis) voor. Zegge Evergold is er hier een van. Naast Zegge Evergold zetten we graag een aantal bekende soorten op een rij:
De Zegge Irish Green heeft in tegenstelling tot Zegge Evergold smalle, frisgroene bladeren. Ook in de winter blijft dit siergras groen van kleur. In de zomer krijgt deze Zegge soort geel/bruine bloemaren.
Zegge Everest heeft net als de Zegge Evergold een opvallende kleurcombinatie in het blad. Deze soort heeft smalle groene bladeren met een witte rand. In vergelijking met Zegge Evergold is het blad van Zegge Everest steviger.
Net als de Zegge Evergold wordt Zegge Variegata gekenmerkt door groen-geel gestreept blad. Wel is deze kleurcombinatie veel subtieler dan bij de Evergold variant.
Van bovengenoemde varianten springt Zegge Blue er naast de Zegge Evergold misschien wel het meeste uit. Deze variant heeft namelijk opvallende zilverblauwe tot blauwgroene bladeren.
De Spathiphyllum, ook wel bekend als de Lepelplant (de bloemetjes lijken op lepe...
De Spathiphyllum (Lepelplant) is afkomstig uit de tropische regenwouden van Colombia en Venezuela, een echte schaduwplant die van een warme, vochtige omgeving houdt. In 1870 werd de plant in Europa geïntroduceerd en maakte sindsdien een stormachtige ontwikkeling mee. Waren er in de jaren '80 van de vorige eeuw nog enkele soorten afkomstig uit de soort walisii, nu bestaat er een grote hoeveelheid cultivars.
Er zijn verschillende soorten van de Spathiphyllum (Lepelplant).
Deze soort Spathiphyllum staat bekend om zijn elegante uitstraling en wordt vaak gekozen als kamerplant vanwege zijn luchtzuiverende eigenschappen. De bladeren zijn donkergroen en hebben een langwerpige vorm. Spathiphyllum Wallisii produceert karakteristieke witte bloemen die lijken op een omgekeerde kelk.
Spathiphyllum Sensation is een grotere variant en valt op door zijn grote bladeren en imposante bloemen. De bladeren zijn breed en donkergroen, en de bloemen zijn opvallend wit. Deze soort kan een indrukwekkende aanvulling zijn op grotere binnenruimtes.
Wat de Spathiphyllum Domino onderscheidt, zijn de speelse groene strepen op de bladeren. Deze variatie voegt een decoratief element toe aan de traditionele donkergroene bladeren van de Vredeslelie. De witte bloemen steken mooi af tegen het blad met strepen.
Spathiphyllum Chopin staat bekend om zijn compacte formaat en charmante uitstraling. Met donkergroene bladeren en elegante witte bloemen is deze soort geschikt voor kleinere ruimtes en voegt hij een vleugje frisheid toe aan het interieur.
De Spathiphyllum Picasso valt op door zijn unieke bladtekening. De bladeren hebben artistieke groene strepen die lijken op penseelstreken. Deze variatie voegt een creatief element toe aan de klassieke uitstraling van de lepelplant.
De Spathiphyllum staat het liefst op een plek met halfzon of schaduw en vermijdt direct zonlicht. Te veel zonlicht kan bruine bladeren veroorzaken. De plant komt oorspronkelijk uit de tropische regenwouden van Colombia en Venezuela en houdt van een warme, vochtige omgeving.
Spathiphyllum is een makkelijke kamerplant die constant kan bloeien. De grond moet altijd nat blijven, dus geef regelmatig water, bij voorkeur dagelijks een klein beetje. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, dus af en toe besproeien of onder de douche zetten is aan te raden. Verwijder oude verkleurde bladeren met de hand en geef eenmaal per maand Pokon Bio Groene Planten Voeding om de bloei te stimuleren. In de winter heeft de plant een rustperiode nodig bij ongeveer 15 °C.
De Spathiphyllum kan eenmaal per maand worden gevoed met Pokon Bio Groene Planten Voeding. Dit bevordert de ontwikkeling van bloemknoppen en houdt de plant gezond en sterk.
De Spathiphyllum heeft regelmatig water nodig om de grond constant nat te houden. Geef dagelijks een kleine hoeveelheid water en vermijd dat de grond uitdroogt. In de winter is minder water nodig.
Gele bladeren bij de Spathiphyllum ontstaan vaak door te veel direct zonlicht of een onbalans in water geven. Te veel zonlicht veroorzaakt bruine en gele bladeren. Zorg voor een schaduwrijke plek en geef regelmatig, maar niet te veel water. Verwijder gele bladeren om de plant gezond te houden.
Wanneer je een nieuwe Spathiphyllum koopt kun je deze het beste na een maand verpotten in nieuwe potgrond. Zo geef je jouw plant de ruimte om groter te worden. Kies voor een pot die ongeveer 5 cm groter is dan het kweekpotje waar je plant op dit moment in zit. Breng de bodem een laagje hydrokorrels aan voor een goede drainage. Pot de plant verder op met Anthurium Grond, deze grond voldoet het beste aan de wensen en eigenschappen van deze plant.
Tip: De Spathiphyllum doet het ook heel goed in een pot samen met een philondendron. Dit heet companion planting.
@pokon_nl Een philodendron én lepelplant in één pot? Yes please! ? Ze hebben dezelfde verzorging nodig en versterken elkaar. Dat heet companion planting. Cactussen + vetplanten = ook een topduo! ? Welke plantcombi vind jij leuk? ? #PlantTok #PlantStyling #PlantDuo #KamerPlanten #GroenInHuis #CompanionPlanting #PlantInPot #GardenTok #Pokon ♬ origineel geluid - Pokon
De Yucca staat ook wel bekend als de Palmlelie. Hij komt uit de plantenfamilie v...Dracaena, Beaucarnea en Cordyline behoren. Van nature komt de Yucca voor in warme en droge gebieden in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. De planten hebben vaak dikke, leerachtige bladeren met een scherpe punt en witte bloemen. Deze bladeren groeien zo uit de aarde of aan één of meerdere stammetjes. De Yucca is makkelijk te verzorgen en een bijzonder leuke toevoeging aan jouw huiskamer.
De Yucca doe je een plezier met een lichte standplaats, zodat de bladeren mooi groen en hard blijven. Heb je net een nieuwe Yucca in huis gehaald? Pas dan op met direct zonlicht, dit kun je beter geleidelijk opbouwen door de plant eerst op een plek te zetten in de halfschaduw. Zoek een mooie pot uit die past bij je interieur en je hebt lang plezier van deze plant.
Zorg in ieder geval voor een minimale temperatuur van 18 graden overdag en 10 graden 's nachts.
De Yucca heeft ongeveer dezelfde wensen als de palm. Een zanderige kleigrond die water goed vasthoudt is het meest geschikt. Speciale Pokon Palmen Grond bevat deze eigenschap. Het verpotten van de Yucca doe je direct na de aanschaf of in de lente. In de lenteperiode herstellen beschadigde wortels het snelste. Herhaal dit vervolgens elke twee jaar.
De Yucca staat het liefst op een lichte plek met veel zonlicht, maar als je net een nieuwe Yucca hebt, bouw dan het directe zonlicht geleidelijk op door de plant eerst in de halfschaduw te zetten. De minimale temperatuur moet overdag rond de 18 graden zijn en ’s nachts niet onder de 10 graden komen. Zo blijven de bladeren mooi groen en stevig.
Yucca is een makkelijke kamerplant die weinig water nodig heeft. Geef matig water en controleer altijd of de grond droog aanvoelt voordat je weer water geeft. Te veel water kan leiden tot gele bladeren. In de winter is besproeien niet nodig omdat de Yucca goed tegen droge lucht kan. Verpot de Yucca het beste na aanschaf of in het voorjaar en herhaal dit elke twee jaar.
De Yucca is niet heel lastig te verzorgen en verbruikt dan ook weinig voeding. Toch is het verstandig om af en toe voeding te geven voor een gezonde en sterke plant. Een Yucca kun je het beste voeding geven in de lente en in de zomer. Je kunt een algemene kamerplantenvoeding geven of speciale Pokon Bio Palm Voeding. Eenmaal per week bemesten is voldoende. Geef de Yucca in ieder geval niet meer voeding dan nodig is, omdat teveel voeding de grond erg zuur kan maken. Dit kan verbranding van de wortels veroorzaken.
Te veel water is niet goed voor de Yucca. Twijfel je of je te veel hebt gegeven? Geef de Yucca dan zeker een week geen water meer. Als de grond weer droogt aanvoelt kun je opnieuw water geven. De hoeveelheid water die je je Yucca moet geven hangt af van de temperatuur, grootte van je plant en de intensiteit van het licht waar de Yucca mee te maken krijgt.
Als de bladeren van de Yucca geel worden of slap gaan hangen, betekent het dat de kamerplant teveel water heeft gekregen. Geef de plant in dat geval een week of een paar weken geen water meer, totdat de bodem weer droog aan begint te voelen. Bruine bladeren duiden op teveel zonlicht. In dat geval kun je de plant het beste verder van het raam verplaatsen.
In de winter is er in huis vaak een lage luchtvochtigheid doordat de verwarming veel aan staat. Terwijl veel planten extra besproeid moeten worden tijdens deze periode, is dat bij de Yucca niet nodig. De Yucca kan namelijk prima tegen droge lucht.
Gele bladeren bij de Yucca ontstaan meestal door overbewatering. Stop met water geven voor een week of langer totdat de grond droog is. Bruine bladeren kunnen ontstaan door te veel direct zonlicht; verplaats de plant dan naar een plek met minder fel licht.
Controleer de Yucca regelmatig op ziektes en ongewenste beestjes, zoals luizen of ander ongedierte. Kijk onder en tussen het blad of er zich stipjes of schimmels bevinden. Hoe eerder je ziektes waarneemt, hoe groter de kans dat je deze nog op tijd bestrijd.
Afstervende bladeren bij de Yucca aan de onderkant kun je naar beneden trekken en verwijderen. Bovenin maakt de Yucca zelf weer nieuwe bladeren aan. Als je een stam te lang vindt worden kun je die gerust inkorten door deze af te zagen. Doe dit bij voorkeur in het najaar zodat de plant gedurende het voorjaar weer goed kan herstellen. In verband met het gevaar op infecties is het verstandig om de afgezaagde stam weer te dichten met bijvoorbeeld wax.
Uien behoren tot de basis van vele gerechten. Kweek zelf je eigen smaakmakers in...
Planttype: Groente
Hoogte: 30 cm, 50 cm
Blad/loof: bladverliezend, groen, geurend
Vruchtkleur: geel, rood, eetbaar
Gebruik: sauzen, visgerechten, groenteschotels, medicinaal
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: normaal
Standplaats: zon
Zaaitijd: februari, maart, april, mei
Planttijd: maart, april, mei
Oogsttijd: mei, juni, juli, augustus, september, oktober
Winterhardheid: zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Vanaf februari t/m mei kun je uien uit zaaigoed direct in de volle grond zaaien. Zaai bij voorkeur in rijen met een rijafstand van 20 cm en op 10 cm diepte.
Het uitdunnen van zaailingen is erg belangrijk bij ui. Ook voorkom je op deze manier beter ziekte- en plagen zoals de uienvlieg. Laat de sterkste zaailingen staan en dun de ui uit op 2 tot 3 cm. Twee maanden later herhaal je dit proces nogmaals, alleen nu dun je de planten nu uit op 10 cm. De kleine uitjes die je tijdens het uitdunnen ‘oogst’ kun je gebruiken in gerechten.
Wanneer je op een snelle manier dikke en grote uien wilt kweken kun je een grote voorsprong behalen bij het kopen van plantuitjes. Deze poot je in de maand maart in de grond op 10 cm afstand van elkaar.
Uien stellen niet veel eisen aan de grond zolang deze vooral maar goed waterdoorlatend is, zoals biologische moestuingrond. Uien staan namelijk niet graag in plassen water. Ook geven uitjes een voorkeur aan een niet al te zure bodem. Je kunt de grond meer basisch maken door de grond met wat kalk te mengen. Qua bemesting kun je het beste kiezen voor een biologische meststof of plantenvoeding zonder al te veel stikstof. Hoge stikstofwaarden zorgen namelijk wel voor veel loof maar zijn niet bevorderlijk voor de groei van de bol.
Uien zijn hele makkelijke kweekplanten, je hoeft af en toe alleen wat onkruid te wieden en de grond licht te schoffelen. Verder is het wel belangrijk om, zeker bij droogte, voldoende water te geven. Zo oogst je later de gewenste grote uienbollen.
Van mei t/m oktober kun je uien oogsten. De juiste periode is afhankelijk van de gewenste grootte en of je dat jaar al grote uien uit plantgoed of nog eerstejaars uitjes aan het kweken bent. Zo haal je eind juni tot augustus al grote bollen uit de grond wanneer je plantuien hebt gepoot.
De gezaaide uien oogst je rond augustus t/m oktober zodra al het loof is afgestorven. De uitjes kun je gebruiken in gerechten of je kiest ervoor om de uitjes, op een droge en donkere plek, als plantgoed te laten overwinteren. Deze kun je het voorjaar erop poten voor grotere uien.
Snoeiperiode: Maart-Juli
Snoeien:: De plant hoeft ni...
Tijm komt in veel gerechten voor en daarom is het een handig kruid voor in je kr...
Planttype: Vaste plant
Grondsoort: zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Vochtigheid: droog
Standplaats: zon
Wind: beschut tegen harde wind, beschut tegen oosten wind in de winter
Snoeien: Knip begin maart de plant sterk terug tot op 10-20cm boven de grond, want de plant bloeit op éénjarig hout en zo versterk je de ontwikkeling. Citroentijm:De plant is groenblijvend, snoei is niet nodig. Hooguit kan af en toe het oude, lelijk geworden blad weggeknipt worden rond maart.
Groeiwijze: bodembedekkend, breed spreiden
Wind: zeewind bestendig
Gebruik: bijenplant
Hoogte: 30 cm
Bloem: geurend, lila
Bloeitijd: juni, juli
Blad/loof: groenblijvend, geurend
Winterhardheid: redelijk (-17,7 tot -12,3°C), USDA zone 7
Tijm groeit het beste in Pokon Bio Moestuin Grond. Door ze in de juiste potgrond te zetten zorg je letterlijk voor een goede voedingsbodem waarin de wortels zich goed kunnen ontwikkelen en de plant optimaal kan groeien. Bovendien wordt de tijm dan nog smaakvoller.
Tijm houdt van een warme en droge standplaats in de volle zon. Bij zachte winters zal het tijmplantje geen problemen ondervinden. Als het erg koud is dan kun je de tijm het beste beschermen en eventueel binnen neerzetten.
Tip: Niet heel veel ruimte in je tuin of balkon? Plant je tijm plant in een Pokon Hangtuintje.
Tijm kun je het beste voeden van februari tot en met april en daarna nog een keer in de zomermaanden juli tot of augustus. Gebruik hiervoor een biologische plantenmest, zoals Pokon Bio Kruiden Mest.
Tijm kun je voor de bloei snoeien en eventueel na de bloei om een volle plant te houden. Snoei nooit tot in de houtige takjes terug.
Tijm mag niet uitdrogen, dus geef regelmatig water. Zorg dat het water er altijd uit kan lopen.
Varens zijn zeer gemakkelijke tuinplanten die je kunt planten op plaatsen waar w...
Planttype: Waterplant, vaste plant
Grondsoort: Alle grondsoorten, zandgrond, kalkrijke grond
Bemesten: Twee keer per jaar
Vochtigheid: Droog, normaal
Standplaats: Schaduw, halfzon
Gebruik: Solitair, rotsplant
Hoogte: 30 cm
Blad/loof: Groenblijvend, groen
Hoogte: 40 cm
Winterhardheid: Zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Voor een goede start is het belangrijk om Varens te planten in speciale aanplantgrond die luchtig is en goed water kan vasthouden zonder drassig te worden. Deze grond ondersteunt de wortelontwikkeling en zorgt voor een gezonde groei. Varens stellen geen strenge eisen aan de grondsoort en kunnen in vrijwel alle grondsoorten groeien, mits de grond voldoende vochtig blijft.
Varens geven de voorkeur aan een schaduwrijke, beschutte plek met weinig wind. Ideale plaatsen zijn bijvoorbeeld de noordkant van het huis of onder grote bomen. Direct zonlicht kan de bladeren snel doen verbranden of uitdrogen, waardoor de plant minder mooi wordt. Halfschaduw of volledige schaduw is daarom het beste voor een gezonde Varen.
Varens zijn relatief onderhoudsarm, maar hebben wel behoefte aan voldoende vocht en af en toe voeding om mooi groen te blijven. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig is, vooral in warmere maanden. Vermijd natte voeten om wortelrot te voorkomen. Twee keer per jaar voeding geven, bijvoorbeeld met Pokon Bio Tuinmest, helpt de plant sterk en gezond te blijven. Oude bladeren hoeven niet per se verwijderd te worden, maar je kunt ze in het voorjaar afknippen om ruimte te maken voor nieuw blad.
Varens profiteren van bemesting twee keer per jaar, bij voorkeur in het voorjaar en begin zomer (april tot juni). Dit zorgt ervoor dat de bladeren mooi groen blijven en de plant sterker wordt, waardoor hij beter bestand is tegen plagen. Pokon Bio Tuinmest is een geschikte meststof om Varens te voeden.
Varens hebben een hoge vochtbehoefte, vooral in de zomermaanden. Geef ze ruim water om uitdroging te voorkomen, maar zorg dat de grond niet te nat wordt om wortelrot te vermijden. Het is belangrijk om de grond vochtig te houden, maar niet drassig.
Gele bladeren bij Varens kunnen wijzen op verschillende problemen, zoals te weinig water, te veel zonlicht, of een tekort aan voedingsstoffen. Controleer eerst de vochtigheid van de grond; zowel uitdroging als wortelrot door te natte grond kunnen vergeling veroorzaken. Varens houden van schaduw, dus te veel direct zonlicht kan de bladeren verbranden en geel maken. Regelmatige voeding helpt om tekorten te voorkomen en de bladeren mooi groen te houden.
Varens hoeven niet echt gesnoeid te worden. In het voorjaar kun je eventueel oude en dode bladeren afknippen om ruimte te maken voor nieuwe scheuten. Deze oude bladeren kunnen ook blijven liggen, omdat ze vrij snel verteren en zo de bodem verrijken. Snoeien is vooral een kwestie van het netjes houden van de plant en het stimuleren van frisse groei .
Planttype: Groente
Grondsoort: Moestuin Grond
Bemesten: voorjaar, zomer
Standplaats...
De vlinderstruik, ook wel Buddleja genoemd, is geliefd vanwege zijn overvloedige...
Planttype: Heester
Bloem: blauw, geurend
Bloeitijd: augustus, september, oktober
Bloemvorm: trosvormig
Hoogte: 75 cm
Groeiwijze: bossig
Blad/loof: bladverliezend, groen, blauw
Vrucht: onopvallend
Gebruik: bijenplant, solitair, parken
Grondsoort: kalkrijke grond, alle grondsoorten
Vochtigheid: droog, normaal
Standplaats: zon, halfzon
Wind: beschut tegen harde wind
Winterhardheid: goed (-23,3 tot -17,8°C), USDA zone 6
Ook de prachtige vlinderstuik moet gesnoeid worden. In deze video geven wij 4 tips hoe je dit het beste doet:
De vlinderstruik houdt van een voedingsrijke, humusrijke, goed doorlatende grond. Daarnaast is het belangrijk dat de grond niet te zuur is, dus kalk strooien is belangrijk. Een geschikte grond is Bio Aanplantgrond Tuinplanten, deze houdt goed water vast en bevat bovendien plant-eigen schimmels. Je kunt de Buddleja het beste in het voorjaar of najaar planten.
Deze heestersoort zal het rijkst bloeien op een zonnige plek of half schaduw, afhankelijk van het type vlinderstruik.
Geef jaarlijks een hoogwaardige meststof, zoals Bio Tuinmest, in de periode april t/m juni. Ook kalk strooien in maart zal de plant goed doen.
De vlinderstruik met zijn mooie pluimen wordt vaak aangeplant omdat hij veel vlinders en bijen lokt. De meest gebruikte soort, Buddleja davidii, bloeit in de zomer op de eenjarige takken van datzelfde seizoen. Daarom mag je hem in het voorjaar sterk terugknippen. Er is één uitzondering: Buddleja alternifolia, die al in juni op het oude hout bloeit en na de bloei eventueel licht teruggesnoeid kan worden. Maar de gewone vlinderstruik is juist gebaat bij een stevige snoeibeurt in de lente, omdat de struik anders erg hoog wordt en alleen bovenin bloeit. Wacht met snoeien tot de nieuwe scheuten beginnen uit te lopen; meestal is dat eind februari of begin maart, maar na een lange winter kan dit ook pas half april zijn. Een vlinderstruik is aan de basis vaak sterk verhout. Snoei hem terug tot op dat houtige gestel, zo’n 30 à 40 cm boven de grond: verwijder eerst beschadigde of kruisende takken en knip de overige takken af boven een jonge scheut aan de buitenkant van de struik.
Geef vooral in de zomermaanden geregeld water.
Om een volle vlinderstruik te krijgen, is snoeien een belangrijke factor. Snoei je vlinderstruik in het late voorjaar stevig terug tot ongeveer een derde van de hoogte. Dit stimuleert nieuwe groei en zorgt voor een vollere struik. Gebruik daarnaast een goede meststof in het voorjaar en in de zomer om de groei te bevorderen. Dit helpt de plant om sterk en gezond te blijven.
De beste tijd om een vlinderstruik (Buddleja) te planten is in het voorjaar of het najaar. Planten in het voorjaar (maart tot mei) geeft de vlinderstruik de hele groeiperiode om zich te vestigen voordat de winter komt. De grond is meestal warmer en vochtiger, wat gunstig is voor de wortelontwikkeling. Planten in het najaar (september tot november) is ook een goede optie omdat de grond nog warm is van de zomer, maar de temperaturen zijn koeler, wat minder stressvol is voor de plant. Dit geeft de wortels de kans om zich te vestigen voordat de winter begint.
Zorg ervoor dat je de vlinderstruik plant op een zonnige plek met goed doorlatende grond voor de beste groeiresultaten. Gebruik bij de aanplanten een aanplantgrond.
Een vlinderstruik kan niet tegen:
Iedereen kent de zonnebloem wel. De hoge, gele bloem die een diameter kan krijge...
Wist je dat de bloem van de zonnebloem meedraait met de zon? Dit wordt ook wel heliotropisme genoemd. ’s Nachts draait de bloemknop terug naar de oostelijke stand zodat hij wanneer de zon opkomt weer naar de zon gericht staat.
De zonnebloem komt van nature voor in Noord- en Centraal-Amerika. In totaal bestaan er zo’n 70 verschillende varianten zonnebloemen. De bekendste soort is de Helianthus Annuus. Deze wordt ook wel de reuzenzonnebloem genoemd.
Naast de Helianthus Annuus zijn er ook zonnebloemen met witte, groene of donkerrode bloemen.
Er zijn ongeveer 70 verschillende soorten van de zonnebloem. Dit zijn een aantal populaire soorten op een rij:
Dit is de bekendste soort zonnebloem en te herkennen aan de grote, gele bloemen met een groot donkerbruin hart. De stengels zijn ruw en stevig.
De Helianthus giganteus ‘Sheila’s Sunshine’ kan een hoogte bereiken van wel 2,5 meter. De bloemen van deze zonnebloem zijn lichtgeel met een zwart hart.
De Helianthus decapetalus is winterhard en kan een gemiddelde hoogte bereiken van wel 1,75 meter. Deze variant bloeit in de periode van augustus tot oktober. De bloemkleur is goudgeel.
Helianthus debilis is een kleinere zonnebloem soort die meerdere bloemen per steel krijgt. De bloemen zijn licht geel van kleur met een donkerbruin hart. Deze bloemen zijn niet alleen prachtig voor in de tuin, maar ook als snijbloem in huis. Deze plant wordt gemiddeld zo’n 140 cm hoog.
Ben je op zoek naar een kleine variant zonnebloemen, dan is de Helianthus salicifolius wat je zoekt. Deze zonnebloem krijgt smalle bladeren in combinatie met kleine, gele bloemetjes. Deze variant zonnebloem bereikt een hoogte van zo’n 2 meter en bloeit in de periode augustus/september.
Je kunt een zonnebloem eerst in een pot opkweken en vervolgens naar de vaste grond verplaatsen. Echter is dit niet aan te raden aangezien je hiermee de wortels kunt beschadigen. Wel kun je in eerste instantie de zaadjes zaaien in een pot. Zodra de zonnebloem na gemiddeld 5 tot 6 weken uitkomt kun je hem verplaatsen naar de tuin.
De meeste zonnebloemen, zoals de gewone zonnebloem (Helianthus annuus), zijn eenjarig. Er zijn echter ook meerjarige soorten binnen het geslacht Helianthus, zoals de Helianthus tuberosus (aardpeer), die elk jaar opnieuw uit de wortels opkomen.
Zonnebloemen zijn relatief eenvoudig te verzorgen. Hier zijn enkele tips om zonnebloemen gezond en bloeiend te houden:
Een zonnebloem bloeit gemiddeld 8 tot 12 weken lang. Dit is afhankelijk van het soort en de groeiomstandigheden. Zonnebloemen bloeien meestal van juli tot oktober.
Snijbonen (Phaseolus vulgaris) zijn makkelijk te kweken en geven snel veel oogst...
Planttype: Groenteplant
Grondsoort: Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij
Bemesten: 2 keer per jaar met Pokon Bio Moestuin Mest
Vochtigheid: Regelmatig water geven, niet laten uitdrogen
Standplaats: Volle zon
Hoogte: Tot 3 meter (klimmend)
Groeiwijze: Klimplant, kan ook als struikvorm
Blad/loof: Groenblijvend
Snijbonen hebben regelmatig water nodig, vooral tijdens droogteperioden. Zorg ervoor dat de grond constant licht vochtig is, maar voorkom dat de planten in te natte omstandigheden staan. Dit kan wortelrot veroorzaken.
Geef snijbonen extra voeding tijdens de groei, bijvoorbeeld met organische mest zoals Pokon Bio Moestuin Mest of compost. Dit helpt de plant om gezond te blijven en veel bonen te produceren.
Gebruik luchtige, voedzame potgrond die goed water doorlaat. Snijbonen kun je het beste planten in de volle grond. Deze volle grond kun je het beste verrijken met bijvoorbeeld Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij. Dit zorgt voor een betere bodemstructuur en bevat tevens start voeding waardoor je snijbonen direct een goede start maken.
Snijbonen kunnen tot wel 3 meter hoog worden. Naast klimmende snijbonen zijn er ook struikvormige snijbonen, deze zijn minder hoog maar bevatten vaak net zoveel oogst.
Je kunt snijbonen het beste planten vanaf eind mei tot juni, wanneer de kans op nachtvorst voorbij is en de grond voldoende opgewarmd is.
Chinese kool (zoals paksoi en napa kool) is onmisbaar in je moestuin omdat het s...
Planttype: Bladgroente
Grondsoort: Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij
Bemesten: 2x per seizoen, bij voorkeur in het voorjaar en de zomer
Hoogte: 30-50 cm
Vochtigheid: Regelmatig water geven
Standplaats: Zonnig tot halfschaduw
Groeiwijze: Rozetvormig
Blad/loof: Groen, groot en delicaat
Chinese kool houdt van een gelijkmatig vochtige bodem. Geef regelmatig water, vooral tijdens droge periodes, om doorschieten te voorkomen.
Let op: te veel water kan wortelrot veroorzaken, dus zorg voor goede drainage. Mulchen kan helpen om de vochtigheid in de bodem vast te houden en onkruidgroei te verminderen.
Chinese kool is een snelle groeier en heeft daarom voldoende voeding nodig. Werk vóór het planten Bemeste Tuincompost door de grond of gebruik Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij. Tijdens de groei kun je bijmesten met Pokon Bio Moestuin Mest om de bladontwikkeling te stimuleren.
Gebruik voor het planten van Chinese kool een rijke, goed gedraineerde potgrond zoals Pokon Bio Moestuin Grond Turfvrij. Deze grond bevat essentiële voedingsstoffen en zorgt ervoor dat de planten goed kunnen groeien. Werk je met een (verhoogde) moestuinbak? Kies dan voor Pokon Bio Mix voor je Moestuinbak.
De beste tijd om Chinese kool te oogsten is meestal 6 tot 8 weken na het zaaien, afhankelijk van de soort en de groeiomstandigheden. Je oogst de kool idealiter wanneer de bladeren stevig zijn en de krop goed gevormd is, maar nog niet begint te barsten. Dit is vaak in de late zomer tot vroege herfst als je in juli of augustus hebt gezaaid. Let op: wacht niet te lang, want bij kouder weer of te veel regen kan de kool doorschieten of gaan rotten. Oogst bij voorkeur in de ochtend, als de bladeren nog fris en sappig zijn.
Om doorschieten van Chinese kool te voorkomen, zaai je het best in de late zomer of vroege herfst. Geef regelmatig water en voorkom droogtestress. Zorg voor een lichte standplaats en voed de plant goed met compost of mest. Kies bij voorkeur rassen die minder gevoelig zijn voor bloei. Zo blijft je kool mooi compact en oogstbaar.
Helpt azijn tegen mieren? Lees hoe je het gebruikt, de nadelen en waarom het geen blijvende oplossing is. Ontdek wat beter werkt.
Werkt mieren bestrijden met zout? Ontdek hoe je het gebruikt, waarom het vaak niet genoeg is en welke oplossingen wel effectief zijn tegen mieren.
Mieren in de keuken bestrijden? Lees hoe je ze voorkomt, geursporen verwijdert en effectief aanpakt met hygiënische oplossingen zoals lokdoosjes.
Vliegende mieren in je tuin? Begrijp waar ze vandaan komen en hoe je ze gericht bestrijdt met oog voor de natuur.
Je ziet onder Verkooppunten welke Pokon verkooppunten bij jou in de buurt zitten en waar onze producten o.a. online verkocht worden. Mis je een verkooppunt? Dan horen wij dat graag! Geef het aan ons door via het contactformulier.
Ongewenste beestjes, zoals luizen, rupsen, potgrondvliegjes en tripsen, kunnen je plant verzwakken. Het is eerst zaak om uit te zoeken van welk beestje je plant last heeft. Dit kan gemakkelijk via onze Pokon Probleemherkenner. In deze online tool kun je het beestje opzoeken waar je plant last van heeft. Wanneer het beestje hebt gevonden kun je zien hoe je het beste je plant kunt behandelen.
Planten met een mindere weerstand, zijn vatbaarder voor externe invloeden zoals ongewenste beestjes. Door je planten goed te verzorgen maak je ze vitaal en gezond. Geef je planten voldoende water en voeding.
Om steeds lekkere groenten en fruit te blijven oogsten, is het belangrijk dat de bodem gezond en vruchtbaar is.
Over het algemeen kan onderstaand voedingsschema aangehouden worden voor een vruchtbare grond in de moestuin:
> Voorjaar: Gebruik net na de vorst Kalk en Gedroogde mestkorrels, ook kan Siertuincompost gebruikt worden.
> Zomer: Bemest de groenten en fruit planten met Moestuinmest.
> Najaar: Strooi weer Gedroogde mest en eventueel Kalk.
> Winter: Meststoffen hoeven nu niet gebruikt te worden, wat de bodem kan verbeteren is het spitten van de grond. Door het omspitten kan regen, sneeuw en vorst beter de grond in en wordt de bodemstructuur verbeterd.
Om de bodem in de moestuin gezond te houden is het van belang om wisselteelt toe te passen, de meeste planten hebben geen vaste plek in de moestuin, maar schuiven steeds weer een plekje op.
Of je nu een beginnende plantenliefhebber bent of al jaren groene vingers hebt: de Pokon Plantengids is jouw betrouwbare bron voor alles wat groeit en bloeit. Van tropische kamerplanten tot kleurrijke tuinbloeiers en van luchtzuiveraars tot vetplanten, je vindt hier alle informatie die je nodig hebt om jouw planten gelukkig te maken.
Bij Pokon geloven we dat een gezonde plant begint bij de juiste verzorging. Daarom delen we niet alleen onze kennis over licht, water en voeding, maar ook over potgrond, verpotten en het herkennen van signalen van je plant. Zo geef jij jouw groene vrienden precies wat ze nodig hebben om te groeien, bloeien en jouw huis of tuin op te fleuren.
Laat je inspireren door ons uitgebreide overzicht van plantensoorten en gebruik de handige filters om snel jouw perfecte match te vinden.