Of je nu inzaait of kiest voor het leggen van graszoden, de voorbereiding hiervoor blijft gelijk. Het inzaaien is natuurlijk goedkoper, maar stelt je geduld op de proef. Pas na ca. 2 maanden kan de mat echt worden betreden. Het leggen van graszoden is aanmerkelijk duurder maar levert direct resultaat op. Bij het aanleggen van het gazon is het bij zowel het zaaien van graszaad als het leggen van graszoden belangrijk om goede grond te gebruiken en veel water te geven.
Snoeien stimuleert het uitlopen van slapende knoppen. En hoe sterker je snoeit, hoe sterker een boom of heester zal reageren! Als je een tak dus een flink stuk inkort, ontstaan er op het resterende deel veel steil opgaande scheuten, die waterlot genoemd worden. Selecteer een paar scheuten die in de goede richting groeien, zodat de tak volgens zijn natuurlijke vorm kan uitgroeien. De overige scheuten dun je dan ’s winters uit door ze bij de aanzet glad weg te knippen.
Bij bloeiende heesters kun je uitgaan van het principe dat je de struik snoeit na de bloei.
• BLOEI VÓÓR 21 JUNI Deze struiken leggen hun bloemknoppen aan op het oude hout. Bij voorjaarssnoei zou je die wegknippen, daarom snoei je ze pas na de bloei. Tot deze groep horen bijvoorbeeld de geleforsythia, witbloeiende Spiraea x vanhouttei, witte of roze Deutzia, Kolkwitzia, boerenjasmijn en sering. Voor veel soorten is verjongingssnoei een goede tactiek, waarbij je direct na de bloei een of enkele takken laag wegsnoeit.
• BLOEI NA 21 JUNI Zomer- en herfstbloeiers bloeien op het nieuwe hout van dit groeiseizoen. Je kunt ze dus probleemloos in het voorjaar snoeien, als ze net uit beginnen te lopen. Tot deze groep behoren bijvoorbeeld de vlinderstruik, Lavatera (struikmalva), Hypericum (hertshooi), Hibiscus syriacus en Caryopteris.
Je kunt je plant ook opspeuren in de Pokon Plantengids.
Er bestaan verschillende soorten rode mieren. In Nederland komen de Rode Bosmier (stronkmier, kale bosmier, behaarde bosmier en zwartrugbosmier), de Bossteekmier en de Gewone Steekmier voor. De vier verschillende soorten Rode Bosmier leven voornamelijk in bossen. Hetzelfde geldt voor de bossteekmier. De Gewone Steekmier daarentegen is zowel in het bos als in parken en tuinen te vinden.
De Gewone Steekmier houdt van vochtige graslanden en bosranden. Wanneer het nest van deze mierensoort verstoort wordt gaat de mier al snel in de aanval. Met een angel steken ze de indringer, wat behoorlijk zeer doet.
Mieren houden niet van bepaalde planten. Het gaat hierbij vooral om planten die een sterke geur hebben, zoals munt en lavendel. Ook Afrikaantjes, goudsbloemen, bieslook, salie en basilicum zijn voorbeelden van planten die mieren liever vermijden.
Daarnaast kun je blaadjes uitstrooien. De blaadjes die effectief zijn bij de bestrijding van mieren zijn pepermuntblaadjes en verse tomatenblaadjes. Heb je deze niet, dan biedt een van de volgende huismiddelen wellicht de oplossing: uienpoeder, komkommerschillen of -schijfjes, koffiedik of knoflookpoeder.
Pokon Onkruid Weg! is speciaal ontwikkeld voor onkruiden, waaronder ereprijs, in het gazon. Het spaart het gazon. Als je last hebt van kleine plekjes met ereprijs kun je de strooibus gebruiken. Er zijn ook grotere verpakkingen voor grotere oppervlakte. De werkzame stoffen in dit product veroorzaken een kortstondige oncontroleerbare groei van onkruiden. De bladeren krullen op en uiteindelijk verwelkt en sterft het onkruid af tot de wortel.
In de natuur halen planten hun voedingsstoffen uit de bodem, deze bodem zit vol met voedingsstoffen omdat hier allerlei wormen, insecten en andere beestjes zitten, bladeren verteren en dieren soms hun behoefte achter laten.
Onze planten krijgen maar weinig mee van deze natuurlijke kringloop, de bedden waarin de planten staan wordt vaak goed bijgehouden en schoongemaakt. Net zoals alle levende wezens hebben planten naast water en licht ook behoefte aan voeding. Geef je planten daarom regelmatig plantenvoeding en dit hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Kies bijvoorbeeld voor Moestuinmest, deze korrels zijn eenvoudig rond de planten te strooien en geven tot wel 4 maanden voeding.
In de natuur halen planten hun voedingsstoffen uit de bodem, deze bodem zit vol met voedingsstoffen omdat hier allerlei wormen, insecten en andere beestjes zitten, bladeren verteren en dieren soms hun behoefte achter laten.
Onze kamerplanten staan in een pot, en krijgen maar weinig mee van deze natuurlijke kringloop. De pot waarin de planten staan, zijn vaak klein, het beetje potgrond wat hier in zit is snel uitgeput en de grond wordt arm.
Net zoals alle levende wezens hebben planten naast water en licht ook behoefte aan voeding. Geef je plant daarom regelmatig plantenvoeding en dit hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Kies bijvoorbeeld voor een vloeibare voeding die je eenvoudig met het gietwater mee geeft, of geef de plant een voedingskegel, deze geeft de voeding geleidelijk over 6 maanden af.
In de natuur halen planten hun voedingsstoffen uit de bodem, deze bodem zit vol met voedingsstoffen omdat hier allerlei wormen, insecten en andere beestjes zitten, bladeren verteren en dieren soms hun behoefte achter laten.
Onze tuinplanten krijgen maar weinig mee van deze natuurlijke kringloop, de border waarin de planten staan wordt vaak goed bijgehouden en schoongemaakt. Net zoals alle levende wezens hebben planten naast water en licht ook behoefte aan voeding. Geef je planten daarom regelmatig plantenvoeding en dit hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Kies bijvoorbeeld voor universele Tuinplanten voeding, deze korrels zijn eenvoudig rond de planten te strooien en geven tot wel 4 maanden voeding.
Een plant groeit. Om te groeien heeft een plant ruimte nodig. Doordat de plant in een pot zit, is deze ruimte beperkt. Het is dus belangrijk om je plant ruimte te geven om te groeien en de wortels in de pot niet verstikt worden. Door de plant een nieuwe, eventueel ruimere, pot te geven krijgt de plant niet alleen meer ruimte, het kan ook nieuwe voedingsstoffen uit de verse potgrond halen. Want ook deze voedingsstoffen zijn na een tijdje volledig opgenomen door de plant.