1. Zaag de tak af op zo’n 30 cm vanaf de stam, om het meeste gewicht van de tak te halen.
2. Zaag de tak daarna aan de onderzijde een klein stukje in, net buiten de takkraag.
3. Zaag de tak dan buiten de takkraag netjes af, zodat er een gladde wond ontstaat.
Als een tak in de weg zit of de boom opgekroond moet worden, moet je weleens een dikke tak weghalen. Zaag daarbij altijd net buiten de takkraag, de verdikking bij de overgang van stam naar tak. Als de takkraag intact blijft, kan een boom zijn wonden sneller afgrendelen en overgroeien. Bij het afzagen kan een tak soms plotseling doorbreken, waarbij er vaak ook een reep bast van de stam afscheurt. Omdat dit een invalspoort voor ziekten is, smeer je in dat geval een wondafdekmiddel op de plek. Het inscheuren van de bast kun je voorkomen door dikke takken in drie etappes af te zagen.
Gras maaien kan het beste bij gematigde temperaturen, meestal tussen de 15 en 25 graden Celsius. Check ook altijd even of het gras niet vochtig aanvoelt. Als je gras maait dat nog nat is, kan dit leiden tot een ongelijkmatige snede wat gras vatbaarder maakt voor ziekte.
Omdat een plataan goed reageert op snoei en je de jonge takken uitstekend kunt leiden, is hij heel geschikt als groene parasol. Wel is een plataan van nature een sterke groeier, die in de loop van het seizoen veel opgaande scheuten vormt. Om je dakplataan in model te houden, snoei je die scheuten elk jaar terug tot op 2 cm van de gesteltakken. Dat kun je doen net voordat het bruine blad afvalt of tijdens de rustperiode in de winter. Groeit hij erg sterk, kort dan de eenjarige scheuten rond juni alvast met de helft in.
Omdat wintergroene struiken het hele jaar in blad staan, kennen ze geen echte rustperiode. Maar veel wintergroene plantensoorten groeien vrij langzaam en regelmatig,zodat ze nauwelijks snoei nodig hebben. Bij een Skimmia kun je af en toe een tak weghalen die buiten de groeivorm uitsteekt, bij camelia’s bestaat de snoei vooral uithet wegknippen van uitgebloeide bloemen. Als er soorten zijn die je wel wilt snoeien, doe dat dan na de bloei. Viburnum tinus kun je rond april/mei in model knippen, Mahonia in mei/juni. Ook een rododendron mag je in juni eventueel wat terugnemen als hij te ver uitgroeit. Bij hulst komt de groei pas laat op gang, zodat je die pas in juli in model snoeit. Lavendel en rozemarijn zijn eveneens wintergroen, maar ook vorstgevoelig. Snoei ze in het voorjaar als ze uit beginnen te lopen, dat is rond half april. Knip niet in het oude hout maar laat het groen aan de takken staan. Na de bloei kun je lavendel het best in juli nog lichtjes toppen om hem compact te houden.
Dit wordt veroorzaakt door een kleihoudende samenstelling van de grond, die in het voorjaar moeilijk opwarmt. Klei houdt overigens water en meststoffen wel goed vast. Om bovenstaand probleem op te lossen kun je het beste compost (voor de structuur) en kalkmeststof (voor de juiste zuurgraad) op de klei toe te passen. Dit levert ook een beter bewerkbare grond op.
Bij coniferen wijzen bruine naalden meestal op een magnesiumgebrek. Dit is op te lossen door gebruik te maken van Bitterzout Groenmaker.
Magnesium zorgt voor mooi, donkergroene naalden, wanneer hier een gebrek aan is, verkleuren de naalden. Bitterzout Groenmaker bevat met name Magnesium wat jde naalden snel weer mooi groen kleurt.
Om te zorgen dat de conifeer geen bruin verkleurde naalden krijgt, is het aan te raden regelmatig plantenvoeding met magnesium te gebruiken, zoals Conifeer & Taxusvoeding.
Het is meestal het beste om eerst kalk te strooien en daarna te verticuteren. Kalk helpt de pH van de bodem te neutraliseren, waardoor de grond beter in staat is voedingsstoffen op te nemen. Na het aanbrengen van kalk kan je verticuteren, wat helpt om mos en dode grasresten te verwijderen en lucht, water en voedingsstoffen beter tot de wortels van het gazon te laten doordringen. Hier zijn de stappen:
Let op: Het is belangrijk om niet te veel kalk te gebruiken, omdat dit de bodem te alkalisch kan maken. Het is ook belangrijk om niet te diep te verticuteren, omdat dit de wortels van het gazon kan beschadigen.
Graszaad kun je gewoon strooien op de grond waarop je graag een gazon zou willen hebben. Vervolgens hark je de zaden licht in de grond zo'n 0,5 tot 1 centimeter. Je kunt vervolgens het graszaad aandrukken door over het gazon te lopen of het aan te rollen met een tuinwals.
Je kunt op verschillende dieptes je gras verticuteren. Hoe diep je jouw gazon verticuteert is afhankelijk van de leeftijd van je gazon en de dikte van de viltlaag. Stel eerst de messen van je verticuteermachine in op zo'n twee tot drie millimeter. Verticuteer een stukje gazon en bekijk of dit het gewenste effect is. Verticuteer niet dieper dan vier millimeter.
Zodra de planten weer beginnen te groeien en bloeien, steekt ook het onkruid direct weer de kop op.
Onkruid kun je handmatig verwijderen door het weg te trekken zodra het opkomt. Nadeel van deze methode is dat het erg arbeidsintensief is en je vaak alleen de bovenzijde verwijderd, de wortels blijven zitten. Je kunt ook een onkruid bestrijdingsmiddel gebruiken. Kies bij voorkeur voor een natuurlijke werkzame stof.
Om onkruid preventief tegen te gaan kun je ook nadat al het onkruid verwijderd is een bodembedekker strooien, bijvoorbeeld Boomschors. Door het gebruik van een bodembedekker kan onkruid minder goed wortelen en kan het makkelijker verwijderd worden.