Blog
06-09-18

​Zelf zaden oogsten van eenjarigen Diana's mooie moestuin

Niet iedereen denkt eraan om het te doen, maar zelf zaden oogsten is heel erg leuk, makkelijk, handig en goedkoop. Ik doe het al zo lang dat het in mijn natuur zit; ik kan niet meer naar een bloem kijken zonder na te denken wat eronder zit, of ze zaden geeft, hoe en wanneer ik ze zou kunnen oogsten, en wanneer ik ze dan zelf zou kunnen zaaien. Sterker nog, standaard zitten in mijn tas een paar plastic zakjes, een pen en een opschrijfboekje. Want je kunt zaden overal tegenkomen, soms in een park, in een gemeenteplantenbak, langs de kant van de weg, zelfs in je eigen tuin. En soms piept er een leuke eenjarige buiten een tuinhek.

Niet elke plant leent zich ervoor om zaden van te oogsten, en niet elke plant maakt zaden. Maar als je eens zaden wilt oogsten, begin dan vooral met eenjarigen. Want dat zijn planten die in hun korte leven voor zoveel mogelijk nakomelingen moeten zorgen. En dat betekent dat ze niet erg selectief zijn. Oftewel; ze maken relatief vlot en veel zaden. Als een eenjarige minder zaden of minder goede zaden maakt kun je bedenken dat zo’n plant bijvoorbeeld van nature niet in Nederland voorkomt maar oorspronkelijk uit een warmer en droger land komt. En ook dan kun je er vaak nog wel genoeg zaden uit halen om volgend jaar weer te zaaien.

Waar kun je zaden vinden en hoe kun je ze herkennen?

Zaden bevinden zich altijd achter of onder een bloem, of daar waar een bloem heeft gebloeid. Mocht je geen idee hebben hoe een zaadje eruit ziet is dat in ieder geval de plaats waar je kunt zoeken. Zaden hebben heel veel verschijningsvormen; soms zijn het heel gemakkelijk kleine zwarte balletjes die uit een verdroogd hoesje komen vallen. Maar dat is lang niet altijd zo. Het is de kunst om zaden te herkennen. En voor het oogsten is het belangrijk dat zaden volgroeid en rijp zijn (of in ieder geval zo rijp mogelijk). En dus moet je soms wel wat geduld hebben.

Als je nog niet erg bedreven bent in het oogsten van zaden pluk dan vooral het verdorde en verdroogde gedeelte van de plant waar de bloem heeft gebloeid. Leg het op een witte ondergrond zodat je het goed kunt bekijken en pluk het een beetje uit elkaar. Zie je een balletje, of een mandje, een peultje, een parapluutje, of een dotje pluizig materiaal? Ergens daartussen moet je de zaden kunnen vinden.

Nog even de spelregels voor het oogsten van zaden op een rij:

  • Kies de beste planten voor de oogst van zaden (gezond, groeikrachtig, rijk bloeiend)
  • Oogst bij voorkeur geen zaden van F1-hybriden want nakomelingen zullen niet hetzelfde zijn
  • Zorg dat een ras niet heeft kunnen kruisen met een ander ras met bijvoorbeeld een andere bloemkleur (houd voldoende afstand tussen 2 rassen)
  • Oogst zaden rijp, of in ieder geval zo rijp mogelijk
  • Laat geoogst zaden op een luchtige, droge en warme plaats in huis drogen
  • Verpak en label de zaden en bewaar ze op een donkere, koele en droge plaats in huis.

Tot slot nog een paar voorbeelden van zaden/soorten die je vaak in een moestuin ziet en waar je zelf heel gemakkelijk zaden van kunt oogsten:

Calendula officinalis = goudsbloem. De zaden zijn onregelmatig gevormde bobbelige halvemaantjes. Wacht tot de zaden volledig dor en droog zijn voor je ze oogst.

Cosmos = cosmea. De zaden zijn ongeveer 2 centimeter lange, bijna zwarte langwerpige stokjes. Geeft veel zaden, voorzichtig oogsten want de zaden vallen zodra je ze aanraakt.

Gaillardia = kokardebloem. Deze zaden zijn moeilijk te fotograferen; het zijn kleine witte papierachtige ‘parapluutjes’ met wat ‘stekeltjes’ eraan (die stekeltjes hebben als doel om makkelijk aan kleding of dieren te kunnen ‘plakken’ tot de zaden ergens kunnen vallen en de planten zich zo verspreiden).

Lathyrus = reukerwt. Na elke bloem wordt een ongeveer 5 tot 6 centimeterlange peul gevormd. Wanneer de peulen dor en droog zijn kun je uit elke peul ongeveer 4 tot 8 ronde donkerbruine zaden oogsten.

Tagetes = afrikaantje. Elke uitgebloeide en verdorde bloem heeft een hoesje met daarin flink wat zaden onder zich. Het zijn ongeveer 2 centimeter lange stokjes die half beige en half leisteengrijs van kleur zijn. Elke bloem heeft dus veel zaden.

Tropaeolum = Oost-Indische kers. Het beste is om de zaden niet te oogsten (want dan zijn ze nog onrijp), maar gewoon te wachten tot de nazomer/herfst. Je kunt dan makkelijk op de grond de rijpe en afgevallen zaden vinden. Laat de hoesjes met zaden zeker nog 2 weken drogen; omdat het echte zaadje binnenin het hoesje zit duurt het wat langer voor de zaden volledig gedroogd zijn voor bewaring.

Zinnia. Laat een bloem volledig uitbloeien tot die droog en dor is. Trek voorzichtig de verdorde bloemblaadjes uit de bloem, het grijze zaadje zit onderaan een bloemblaadje en lijkt wel wat op de punt van een kroontjespen.

Ik hoop dat dit verhaal en deze foto’s je helpen om zaden te herkennen. En dat je mede daardoor zelf zaden gaat oogsten van bijzondere of gewoon mooie eenjarigen!

Moestuingroetjes,

Diana

Lees ook: Voeding voor je moestuin

moestuin-cta

Maak een Account of log in om dit artikel te bewaren

 
Voeg toe aan favorieten
Deel dit met jouw netwerk!
Reacties (0)
Je bent niet ingelogd. Om te kunnen reageren moet je inloggen.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

nieuwsbrief

Altijd op de hoogte

Leuke tuintips, inspiratie en nieuwtjes als eerste in jouw mailbox? Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief! Je ontvangt maandelijks onze nieuwsbrief specials.